Overheid beëindigt éénzijdig onderhandelingen

Op 28 april ging Comité V uit elkaar zonder besluit. De overheidsdelegatie wou zich verzekeren van het standpunt van de Vlaamse regering voor het al dan niet afsluiten (zonder verdere aanpassingen/tegemoetkomingen) van de onderhandelingen over de afschaffing van de Loopbaanonderbreking en de invoering van een Vlaams Zorgkrediet voor de personeelsleden van de Lokale en Regionale Besturen, Diensten van de Vlaamse Overheid en Onderwijs. 

Door de ‘Turtelkwestie’ werd het dossier pas op vrijdag 14 mei op de Vlaamse regering besproken en kon de vooropgestelde datum van 12 mei voor het afronden van de onderhandelingen niet worden gehaald.

Gisteren (17 mei) kwam de Vlaamse regering in een extra zitting van Comité V met volgend ultiem voorstel:  
Ongeacht het akkoord of niet-akkoord van de sociale partners, verbindt de afvaardiging van de overheid zich ertoe om de inwerkingtreding van het stelsel zorgkrediet pas te laten ingaan van zodra:
  • in de Herstelwet decretaal is opgenomen dat het zorgkrediet een recht is voor de personeelsleden van de andere lokale besturen (AGB, APB, OCMW-verenigingen Hoofdstuk I, en IGS’en (de vroegere intercommunales);
  • het zorgkrediet erkend is als een gelijkstelde periode voor de rechten inzake pensioen, kinderbijslag, ziekte- en invaliditeitsverzekering;
  • complementair aan voorliggende invoering van een Vlaams zorgkrediet op korte termijn een regeling uit te werken met betrekking tot de uitbreiding van het recht op onbetaald verlof zoals geregeld in deel X, titel 10 van het VPS waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan eindeloopbaanregelingen en deeltijdse formules. Het is de bedoeling dat de publieke regeling de vergelijking met de regeling voor de private sector kan doorstaan qua recht op tijd voor die formules maar waarbij geen betoelaging of subsidiëring van die formules/regelingen zal worden voorzien.
Tot slot verbindt de afvaardiging van de overheid zich ertoe om eventuele budgettaire meevallers rond uitgaven zorgkrediet/huidig stelsel loopbaanonderbreking t.o.v. afgesproken besparingen in periode 2016-2019 te investeren in het stelsel zorgkrediet met oog op het neutraler maken van het stelsel zorgkrediet wat betreft het aantal kinderen en de hoogte van uitkeringen.

Met deze éénzijdige verbintenis wil de Vlaamse regering de onderhandelingen dan ook meteen definitief afsluiten.

Indien dit engagement integraal opgenomen zou worden in het protocol, komt dit wel gedeeltelijk tegemoet aan onze vragen om:
  1. Het recht op het verlof voor iedereen in alle betrokken entiteiten en overheden vanaf de inwerkingtreding te garanderen, zonder verdere onderhandelingsformaliteiten. Voor de LRB gebeurt dit via de aanpassing van de Herstelwet van 22 januari 1985, die primeert op de respectievelijke RPR’s. Opgelet! “sui generis” instellingen (vb.; De Watergroep, MBZ, UZ Gent, etc…) dienen wel zelf in te staan voor de rechtsbasis voor het verlof…
  2. De gelijkstelling voor rechten sociale zekerheid te garanderen, in het bijzonder voor de pensioenen.

Blijft verder wel nog dat het Zorgkrediet in geen enkel opzicht de vergelijking met het Tijdskrediet van de private sector kan doorstaan:
  • De bedragen zijn ondermaats in vergelijking met de private sector.
  • Er is geen mogelijkheid tot eindeloopbaan of landingsbaan in de openbare sector; in het bijzonder voor de zorgsector een pijnlijk verschil met de non-profit en private sector.
  • Er is geen mogelijkheid om voor andere redenen dan de zorgmotieven de loopbaan te onderbreken terwijl dit voor de private sector wel voorzien is via CAO 103. De doorverwijzing naar het surrogaat van sectoraal af te spreken regelingen van een recht op onbezoldigd (deeltijds verlof) biedt weinig perspectief en al helemaal geen garanties.

Maar het allerbelangrijkst knelpunt is het feit dat de overheid geen sluitende interpretatie kan of wil geven over het 3e engagement: het blijft onduidelijk of er nu als voorafgaandelijke voorwaarde voor de invoering van het Zorgkrediet geldt dat er een “onbezoldigd verlof” moet voorzien worden zoals in het VPS, Deel X, Titel 10 voor alle betrokken sectoren. Wij moeten het doen met de mondelinge verklaring: “de tekst is de tekst; de geest is duidelijk” en “we zetten geen onvolmaakt vehikel in de markt; er zal geen vacuüm zijn”. Of dit betekent dat tot aan de drie voorwaarden voldaan is, de huidige regeling voor loopbaanonderbreking van kracht blijkt, wordt in het midden gelaten…

De overheid wilde ook niet verder onderhandelen en vroeg de sociale partners ondanks alle onduidelijkheid om hier en nu af te ronden en daarbovenop het engagement om de sectorale onderhandelingen met spoed aan te vatten en af te ronden. 

De verbijstering bij de sociale partners was dus totaal. Verder praten bleek zinloos en de zitting in Comité V eindigde in de grootste chaos.

Het Vlaams Sectorcomité van ACV-Openbare Diensten LRB zal zich op 27 mei 2016 om 14u in spoedzitting uitspreken over dit éénzijdig voorstel. De subsector Vlaamse gemeenschap zal zich op vrijdag 20 mei over het dossier beraden.