Syndicaal menu: een blik op de sociale actualiteit


Waar is uw vakbond op dit moment mee bezig? Over wat onderhandelen we? U leest hier welke thema's er op dit moment op tafel liggen.

Interprofessioneel (= algemeen)

Het interprofessioneel akkoord voor de privésector heeft het starschot gevormd voor de onderhandelingen in sectoren. In meerdere sectoren lopen die besprekingen trager dan vroeger. Op dit ogenblik liggen de volgende thema's op tafel:

Maaltijd- en ecocheques

Open VLD heeft een wetsvoorstel ingediend om maaltijd- en ecocheques om te zetten in een netto vergoeding. De sociale partners hebben in de Nationale Arbeidsraad (de instelling die de collectieve arbeidsovereenkomsten sluit) daarover een kritisch advies uitgebracht. Ook de Raad van State heeft laten weten dat voorstel negatief te beoordelen.

Als je je loon ontvangt, betaal je belastingen en sociale zekerheid. Als cheques niet meer in de vorm van cheques uitgekeerd worden, maar gewoon via een storting, krijgt een werknemer geld zonder daarop belasting te moeten betalen of zonder sociale afhouding. Een werknemer krijgt dus in beide gevallen geld, maar met een verschillende fiscale aanpak zonder dat er duidelijk een grens is tussen de twee. Tegenover die ongelijke behandeling staan zowel de sociale partners als de Raad van State negatief.

Op dit ogenblik zit het dossier politiek ‘vast’. CD&V en MR steunen het initiatief niet meer. Zij zien liever een snelle digitalisering van de cheques. Dat alternatief hadden de sociale partners al eerder voorgesteld. Het is voorlopig niet duidelijk hoe het nu verder moet. 

De sociale partners proberen ondertussen de lijst met producten die met de cheques gekocht kunnen worden, te vereenvoudigen.  

Evaluatie opzegtermijnen en proeftermijnen

Werkgevers willen verkorte opzegtermijnen in de sectoren bouw, stoffering, diamant en voor havenarbeiders. Onder druk van de sector bouw wordt die discussie vertraagd.

De werkgevers willen een opzegtermijn van één week herinvoeren tijdens een proefperiode bij het begin van een arbeidsovereenkomst. Voor de vakbonden is dat geen optie, aangezien de bestaande regeling zo minder gunstig wordt voor de werknemer. Ook andere zaken staan nog ter discussie. 

Er is een akkoord over de opzegtermijnen tijdens de eerste zes maanden:
  • Maand 1: een week opzeg
  • Maand 2: een week opzeg
  • Maand 3: twee weken opzeg
  • Maand 4: drie weken opzeg
  • Maand 5: vijf weken opzeg
  • Maand 6: vijf weken opzeg
Na de zesde maand verandert er niets. 

Mobiliteit: bedrijfswagens

De sociale partners willen dat de bedrijfswagen omgezet kan worden naar andere voordelen. Daarbij is de bedoeling dat de bedrijfswagen wordt ingeruild voor duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, fiets, beperkt tot woon- of werkverkeer etc (en enkel eventueel en voor een klein deel in cash).
 
SD Worx is in opdracht van de regering een wetsontwerp aan het uitwerken over de kwestie, maar op dit ogenblik weten we niet hoe dat eruit zal zien. We weten ook niet of SD Worx wel volledig rekening zal houden met het advies van de sociale partners. Het is in ieder geval de regering die nu aan zet is. 

Openbare sector

In gemeenschappelijk front hebben we aan de premier een budget gevraagd om een sociaal akkoord mogelijk te maken. De regering zou bereid zijn om een beperkt budget te voorzien. Tijdens de besprekingen leggen we het accent op de verhoging van de syndicale premie en een aantal sociale verbeteringen. 

Pensioenen

Diplomabonificatie

De hogere studieperiodes van overheidspersoneel tellen niet meer mee bij de berekening van de anciënniteit om op pensioen te kunnen gaan. Ook moet je vanaf nu je studieperiodes afkopen om ze te laten meetellen bij de berekening van het pensioenbedrag. De nieuwe regeling is ingegaan op 1 december 2017.

Alle informatie en de meestgestelde vragen over het afbouwen van de diplomabonificatie en het afkopen van je studiejaren vind je hier.

Zware beroepen (openbare sector)

Er is een akkoord in het dossier van de zware beroepen binnen de openbare sector. Alles daarover lees je hier.

Gemengd en aanvullend pensioen

Gemengd pensioen

Er is een akkoord over het gemengd pensioen. Dat wetsontwerp lag vorig jaar al op tafel, maar we hebben het toen uitgesteld. Ook tijdens de zomervakantie was er discussie over. Toen hebben we het gemengd pensioen gekoppeld aan de sectorale aanvullende pensioenen.

Contractuelen in de overheidssector – met uitzondering van tijdelijke personeelsleden in het onderwijs - die benoemd werden na 1 december 2017, zullen hun contractuele jaren niet langer in aanmerking kunnen laten nemen bij de berekening van hun overheidspensioen. Hun loopbaan wordt gesplitst in een contractuele en een statutaire periode. Dat is het zogenaamde gemengd pensioen. De opbouw van het overheidspensioen start voortaan dus pas vanaf de benoeming. Contractuele diensten van voor de benoeming leveren dan altijd een werknemerspensioen op.

Door de maatregel kan het zijn dat een contractueel personeelslid dat na verloop van tijd vastbenoemd wordt 3 pensioenen krijgen:
  • voor de periode van de vaste benoeming: het overheidspensioen
  • voor de periode als contractueel: een werknemerspensioen
  • voor een deel van de periode als contractueel: een eventueel aanvullend pensioen
     

Aanvullend pensioen

Na meer dan een decennium ijveren, hebben we ervoor gezorgd dat het aanvullend pensioen voor contractueel overheidspersoneel ingevoerd kan worden. Er komt dus voor verschillende sectoren in de openbare sector een aanvullend pensioen. Daarvóór kregen contractuele personeelsleden enkel een laag werknemerspensioen.

Het principe van zo’n regeling hebben we al bekomen in juni vorig jaar. Maar het heeft lang geduurd vooraleer de nodige wettelijke basis is uitgevaardigd.Nu zitten we in de fase van de concrete uitwerking.

21.000 betrokkenen
We hebben het even uitgeteld: er zijn ongeveer21.000 contractuele personeelsleden die afhangen van de federale overheid.Met dat laatste bedoelen we niet alleen de ‘ministeries’ (FOD’s) of de sociale parastatalen. Ook contractuelen bij federale wetenschappelijke instellingen, bij hoven en rechtbanken, bij de politie, of tewerkgesteld bij een reeks specifieke instellingen (zoals het Nationaal Orkest van België of het Paleis voor Schone Kunsten) moeten wat ons betreft van de regeling genieten. 

De regering is het met ons eens: de regeling slaat best op een zo ruim mogelijk toepassingsveld, zodat er binnen de federale administratie geen achtergestelde groepen contractuelen zijn.

Welk voordeel? 
De regering heeft32 miljoen euro per jaaruitgetrokken voor de regeling. Daarmee wil men een aanvullend pensioen financieren vanten minste3% van het loon. Voor ieder contractueel personeelslid zal de overheid dus als werkgever een bijdrage van 3 % van het loon opzij zetten om een aanvullend pensioen te financieren. De grootte van het uiteindelijke voordeel zal uiteraard afhangen van het aantal jaren die je als contractueel personeelslid op de teller zal hebben.

Als basis van het loon worden vakantiegeld, eindejaarspremie en haard- of standplaatstoelage meegeteld. Andere premies niet. 

Als we zelf een schatting maken van het gemiddeld loon voor een contractueel personeelslid, dan zijn we ervan overtuigd dat de 32 miljoen euro het mogelijk maakt om een voordeel te financieren dat groter is dan die 3%.Daarom hebben we aan de regering gevraagd om voor de toekomst te voorzien in een groeipad. 4% vanaf 2019, zelfs 5% vanaf 2020 moet volgens ons mogelijk zijn binnen het voorziene budget. 
Ons uiteindelijk doel is dat de regeling stapsgewijs wordt verbeterd tot een volwaardig aanvullend pensioen van 6%. 

De regering zal dat rekenwerk nu opnieuw doen. Uiteraard zal zij binnen het budget van 32 miljoen euro blijven. En als er meer personeelsleden betrokken zijn, moet ‘de koek’ onder meer mensen worden verdeeld. Maar het minimum van 3% is wel gegarandeerd. De vraag is of de regering bereid zal zijn om een percentage voor 2019 en 2020 vast te leggen. In mei volgend jaar zijn er verkiezingen en nadien komt er een nieuwe regering. Het is mogelijk dat ze die regering nog niet wil verbinden. Maar ons signaal is wel duidelijk: de komende jaren moet de 3% omhoog.

Wanneer gaat de regeling in?
De regeling zalingaan vanaf 1 januari 2019. Maar wie op dat ogenblik in dienst is, zalook voor tewerkstelling vanaf 1 januari 2017het aanvullend voordeel krijgen. De regeling werkt dus met terugwerkende kracht.

Contractuelen zijn vaak maar voor een beperkte tijd tewerkgesteld. Toch hebben we
gevraagd om een deel van het budget te gebruiken voor wie al voor 2017 in dienst was. We hebben voorgesteld om een eenmalige betaling te voorzien voor de jaren uit het verleden. Het zou volgens ons het eerlijkst zijn als iemand die langer in dienst is een groter voordeel zou krijgen. Dat is een punt waar de regering zich nog over moet uitspreken. Veel zal afhangen van de budgettaire ruimte die over blijft.
Wat als ik nadien elders ga werken?

Mensen werken niet hun ganse leven bij dezelfde werkgever. Zeker niet als je contractueel bent.
Het opgebouwde voordeel is gegarandeerd. Je zal het dus niet verliezen als je aan de slag gaat bij een andere werkgever. Verlaat je de federale overheid dan zal die uiteraard geen bijkomende stortingen doen. Daarvoor ben je dus afhankelijk van de situatie bij je nieuwe werkgever. 

Wanneer ervan genieten?
De overheid stelt voor dat je pas vanaf de leeftijd van 67 jaar het pensioenvoordeel zou kunnen opnemen. Dat is uiteraard niet aanvaardbaar. Het aanvullend voordeel moet je kunnen genieten vanaf het moment dat je je pensioen krijgt. Dat is uiterlijk als je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.

Wat moet er nog gebeuren?
Binnen de regering moet nog een laatste check gebeuren, moet alles nog worden nagerekend en enkele knopen doorgehakt. Het beloven stevige politieke discussies te worden. Een discussiepunt is bijvoorbeeld of een verzekeringsmaatschappij zal worden ingeschakeld of een apart pensioenfonds wordt opgericht waarmee de overheid het stelsel zelf beheert.

Voor ons is het duidelijk: een verzekeraar inschakelen is relatief eenvoudig. Dat vergt een Europese aanbesteding. Maar uiteindelijk is dat een kwestie van enkele weken.

Een pensioenfonds oprichten zal heel wat voeten in de aarde hebben. Dat vergt meerdere aanbestedingen, consultants zullen reglementen en statuten moeten uitschrijven, specifieke goedkeuringsprocedures moeten worden gevolgd, … Kortom, dan zijn we vertrokken voor vele maanden. Met de verkiezingen voor de boeg belooft dat weinig goeds. Hoe zal men in die periode tot beslissingen komen?

Van onze kant willen we op zekerheid spelen. Het aanvullend pensioen moet er onder deze legislatuur en zelfs best tegen de jaarwisseling komen. Daarom vragen we aan de regering om de snelste weg te bewandelen. Dat is die met een verzekeraar.

We verwachten nu van de minister van pensioenen dat hij het dossier in de loop van de komende weken formeel op de regeringstafel brengt. De contractuelen bij de federale overheid hebben wat ons betreft nu lang genoeg gewacht. De gemaakte afspraken moeten nu uitgevoerd worden. 

Pensioen lichamelijke ongeschiktheid

De ministerraad wil met de deelstaten in gesprek gaan over de afschaffing van het pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheidNu kunnen langdurig zieken wiens ziektedagen op zijn, nog op pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid. Medex (de controledienst bij ziekte) neemt die beslissing dus op basis van medische feiten. 

Dit zijn de standpunten waarmee ze naar dat overleg trekt. 

De federale regering breekt met de bestaande situatie:
  • In de toekomst zou iemand die langer dan een jaar ziek is onder een verzekeringsregeling vallen, en dat met een uitkering die nog niet duidelijk is. Er is sprake van een vork tussen 40% en 65% van een begrensd loon, weliswaar met een minimum in functie van de gezinssituatie. De betrokkene krijgt ook een andere job in de openbare of de privésector. 
  • Tegelijk wil minister Vandeput (N-VA) de ziekteregeling van federale ambtenaren zo wijzigen dat ze tijdens het eerste jaar slechts dertig dagen hun loon aan 100% procent krijgen. Na die dertig dagen krijgen ze dan nog maar 60% van een begrensd loon.  
  • Meer uitleg over het voorstel vind je hier 
Dat heeft uiteraard gevolgen...
  • ... voor het personeel van alle sectoren. Want niemand kan nog langer dan een jaar ziekteverlof  krijgen. Iedereen valt terug op een veel lagere uitkering en moet ook een andere job krijgen.
  • ... voor de openbare werkgevers die een patronale bijdrage moeten betalen om de verzekeringsregeling te financieren.
  • ... voor de federale ambtenaren die een ziekteregeling krijgen die minder is dan voorzien in de algemene sociale wetgeving. 

ACV Openbare Diensten klaagt deze situatie aan. De kwestie van het pensioen voor lichamelijke ongeschiktheid treft net die mensen die vaak in moeilijke sociale omstandigheden verkeren. Als mensen relatief vroeg op pensioen worden gesteld, krijgen zij vaak een erg klein pensioentje en worden zij opgevangen door de minimumregelingen. Ze houden veel minder over terwijl er geen aangepaste jobs zijn voor wie dat nodig heeft. En wanneer re-integratie echt definitief onmogelijk blijkt, mogen langdurig zieken ook niet worden gedumpt bij een verzekeraar. Daar biedt het pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid nog steeds een belangrijke houvast. 

In het verleden hebben we meermaals besprekingen gehad om meer mogelijkheden tot wedertewerkstelling te creëren. Die besprekingen hebben niet echt tot resultaten geleid. Het is zeer de vraag of dit nu wel het geval zal zijn. Het zal in ieder geval veel energie vragen om dit in een positieve richting om te buigen.  

Waarom is de kwestie zo complex?

In de eerste plaats omdat het om situaties gaat die men niet met één pennentrek kan regelen. Het gaat om mensen die door allerlei omstandigheden lichamelijk ongeschikt zijn om hun job nog uit te oefenen.

Daarnaast zijn er heel wat technische aspecten op het vlak van:
  • de financiering van de sociale zekerheid 
  • de wedertewerkstelling (waarvoor er in de praktijk meestal geen jobs beschikbaar zijn)
  • de verantwoordelijkheid van de verschillende werkgevers
  • de juiste uitkering die de betrokkenen krijgen
  • de administratiekosten 
  • de wijzigingen die in de verschillende personeelsstatuten moeten gebeuren

Meer weten?

Pensioen met punten

Het Nationaal Pensioencomité (NPC) heeft een verdeeld advies uitgebracht over het pensioen met punten. De werkgevers willen het puntensysteem gebruiken om grote besparingen door te voeren, maar volgens ons leidt het systeem enkel tot meer pensioenonzekerheid. Dat terwijl een verbetering van het werknemerspensioen nodig is. 

Het systeem met punten werkt als volgt: I
emand die een jaar werkt, krijgt daarvoor een bepaald aantal punten. Je pensioenbedrag hangt af van de punten die je op het einde van je loopbaan hebt verzameld. Klinkt simpel, maar het systeem heeft een aantal belangrijke implicaties voor de openbare sector. Het pensioen zou namelijkniet meer berekend worden op basis van je eindeloopbaanloon, maar van een gemiddeld loon van je volledige loopbaan. 

Een aantalexterne factoren, zoals demografie, de toestand van de overheidsfinanciën, de pensioenkosten en de levensverwachting, spelen mee in de bepaling van het pensioenbedrag. Het pensioenbedrag wordt zo afhankelijk van factoren die een individu niet kan beïnvloeden.  

Het pensioenbedrag hangt ook af van eenbonus-malusregeling: wie langer werkt krijgt een hoger pensioen, wie vroeger stopt, krijgt minder. Laaggeschoolden gaan vaker vroeger met pensioen omwille van gezondheidsredenen én hebben een lager pensioen. Hooggeschoolden werken vaker langer en genieten al van een hoger pensioen. De sterken worden beloond en de zwakkeren worden gestraft. Deze regeling vergroot zo de sociale ongelijkheid.   

Ten slotteverandert de volledige berekeningsbasisvoor de pensioenbedragen binnen de openbare sector.   

Het puntensysteem vormt dus geen goede basis voor een hervorming van de pensioenen.

De hoogste pensioenen aftoppen

Bart De Wever (N-VA) wil de hoogste overheidspensioenen aftoppen om te besparen. Dat lijkt uiteraard een sympathiek voorstel. Maar niets is wat het lijkt. ACV Openbare Diensten analyseerde alles grondig en brengt argumenten die de verraderlijkheid van het voorstel duidelijk aantonen. 

Lees ze na op onze facebookpagina.   

Intern ACV

  • ACV heeft een campagne opgestart om de e-mailadressen en gsm-nummers van leden te verzamelen. Voor onze centrale beschikken we bijvoorbeeld maar voor 44% van onze leden over een e-mailadres. Willen we iedereen goed kunnen bereiken en informeren, dan moet dit cijfer uiteraard omhoog.
  • ACV heeft een nieuwe werkwijze om nieuwe leden te ontvangen. Zij zullen veel sneller (binnen de week) worden gecontacteerd en een bevestiging van hun aansluiting ontvangen.