Werkbaar werk in de gezondheids- en welzijnszorg

Mensen moeten langer werken. Dat betekent dat de werkzaamheidsgraad (meer kwaliteitsvolle jobs voor mensen op actieve leeftijd) omhoog moet. Nóg belangrijker dan de werkzaamheidsgraad is echter de werkbaarheidsgraad. Dat laatste betekent dat je werk jou motiveert en voldoende kansen geeft om bij te leren. Het houdt ook in dat je er niet overspannen van wordt en dat je genoeg tijd hebt voor je gezin, vrienden en hobby’s. 

De werkbaarheidsmonitor

Maar hoe kan je zoiets meten? De stichting Innovatie & Arbeid ontwikkelde daarvoor de ‘werkbaarheidsmonitor’. Deze monitor brengt arbeidskwaliteit en werkbaarheidsgraad cijfermatig in beeld. Daarvoor werden in 2004, 2007, 2010 en 2013 enquêtes uitgevoerd bij een representatief aandeel van de Vlaamse werknemers. 

In de werkbaarheidsmonitor staan vier facetten van arbeidskwaliteit centraal: psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en werk-privé-balans. Ook peilt men naar kernfactoren in de arbeidssituatie die de kwaliteit of werkbaarheid van jobs bedreigen of bevorderen. Dit zijn werkdruk, emotionele belasting, afwisseling in het werk, autonomie of zelfstandigheid, ondersteuning door de directe leiding en arbeidsomstandigheden.

Het rapport van de gezondheids- en welzijnszorg

De resultaten uit de gezondheids- en welzijnszorg zijn zopas gepubliceerd in een rapport. Dit vind je terug op de website van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.

De sector wordt in het rapport opgesplitst in deelsectoren:
- Ziekenhuizen
- Rusthuizen
- Gezins- en bejaardenhulp
- Jeugdbijstand, gehandicaptenzorg en welzijnswerk
- Kinderopvang en centra geestelijke gezondheidszorg

Per deelsector is cijfermateriaal beschikbaar. 



De belangrijkste conclusies

56,1 % van de werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg heeft in 2004 werkbaar werk. Dit stijgt tot 58,8 % in 2013. De andere werknemers worden geconfronteerd met één of meerdere werkbaarheidsproblemen, zoals werkstress, motivatieproblemen, gebrek aan leerkansen of problemen om werk en privé op elkaar af te stemmen.

Voor een aantal werkbaarheidsrisico’s doet de sector slechter dan het Vlaams gemiddelde:
- Emotioneel belastend werk (35,4 % versus 20 % Vlaams gemiddelde)
- Onvoldoende autonomie (23,5 % versus 19 % Vlaams gemiddelde)
- Belastende arbeidsomstandigheden (14,7 % versus 12,9 % Vlaams gemiddelde)

Binnen de deelsectoren zien we echter grote verschillen. Zo is het opmerkelijk dat de rusthuissector op bijna alle facetten (veel) slechter scoort dan het gemiddelde van de volledige sector. 

In de deelsector gezins- en bejaardenhulp zijn zowel de werkbaarheidsknelpunten als de werkbaarheidsrisico’s het laagst. In bijgevoegde tabel kan je in detail de resultaten van de verschillende deelsectoren terugvinden. 

Grote verschillen

Werknemers worden in verschillende mate met werkgerelateerde problemen geconfronteerd. Vooral de concrete arbeidssituatie waarin de werknemer terecht komt, is bepalend voor de werkbaarheid van de job. 

ACV-Openbare Diensten zal zich blijven inzetten voor meer werkbare jobs in de openbare instellingen. Daarvoor is goed sociaal overleg nodig. Zowel op het niveau van de sector, als op het niveau van de instelling of dienst. Een ‘slimme’ werkgever weet dat want gemotiveerde werknemers presteren beter.