Diensten gezinszorg ontsnappen niet aan besparingen

bejaardenzorg
De septemberverklaring die minister-president Bourgeois maandag aflegde in het Vlaams parlement werd op vele terreinen zeer vaag gehouden. Toch is het heel duidelijk dat de Vlaamse regering de hakbijl hanteert en ook zwaar saneert in de dienstverlening.

Ook de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg moeten eraan geloven. Deze diensten bieden zowel persoonsverzorging, psychosociale ondersteuning tot huishoudelijke hulp aan zorgbehoevende personen in hun thuismilieu. Niettegenstaande het aantal zorgbehoevenden verder blijft stijgen, worden de middelen voor 2015 niet verhoogd. Nochtans werd een verhoging van het budget beloofd en zelfs voorzien in de meerjarenraming. 
Bepaalde passages uit het regeerakkoord lijken op het eerste zicht vrij vaag of worden mooi verbloemd. Een verdere analyse doorprikt meestal het omhulsel  waardoor de werkelijke bedoeling van de regering wordt blootgelegd. 

Dit blijkt ook uit de volgende passage: “Vervolgens wordt het groeipad in de gezinszorg geleidelijker ingevoerd. Het effect hiervan bedraagt in 2015 ongeveer 12,9 miljoen euro.”
“Welk groeipad?” en “Hoezo geleidelijker?”,  zijn vragen die je je daarbij zeker kan stellen. 

De diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg bieden zorg aan huis. Dit kan gaan om persoonsverzorging, psychosociale en pedagogische of agogische ondersteuning tot huishoudelijke hulp. Deze zorg wordt, met uitzondering van de zuiver huishoudelijke taken, aangeboden door bekwame en geëngageerde zorgkundigen en verzorgenden.

Zowel de openbare als de private non-profitsector hebben door de Vlaamse overheid erkende diensten voor gezinszorg. De verdeling publiek/privaat is ongeveer 20/80 al verschilt dit sterk van provincie tot provincie.

Naast de bijdrage die de gebruiker per gepresteerd uur betaalt, worden deze diensten door de Vlaamse overheid financieel ondersteund. Daarenboven worden de private non-profitdiensten vaak ook nog eens betoelaagd door het OCMW of de gemeente. 

Jaarlijks wordt door de Vlaams minister van welzijn het zogenaamde urencontingent vastgelegd (dit is het totaal aantal uren gezinszorg die Vlaanderen het komende jaar zal subsidiëren). Het urencontingent wordt dan verdeeld over de verschillende diensten (openbaar en privaat). 

De vraag naar thuiszorg is de laatste jaren heel sterk toegenomen. Dit heeft met diverse factoren te maken, zoals  de langere levensverwachting, de stijgende graad van zorgbehoevendheid, het tekort aan residentiële ouderenvoorzieningen (zoals woonzorgcentra en woningen met assistentie). Anderzijds wordt er op de diverse niveaus een beleid gevoerd dat mensen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving tracht te houden. 

Het moet gezegd. Het budget werd door vorig (en huidig) Vlaams minister van welzijn Vandeurzen voor de diensten gezinszorg de voorbije jaren opgetrokken. Jaarlijks konden we in zijn Beleidsbrief Welzijn onder het hoofdstuk “over thuiszorg en maatregelen om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven” lezen dat het aantal gesubsidieerde uren zou toenemen.

Eind 2013, bij het voorleggen van de meerjarenraming 2014-2019 aan het Vlaams parlement, werd terecht gesteld dat er bijkomende middelen zouden worden voorzien om het urencontingent jaarlijks met 2,5 % te laten uitbreiden. Dit impliceerde een totale cumulatieve verhoging van de kredieten met 71 miljoen euro in het begrotingsjaar 2019 ten opzichte van begrotingsjaar 2014, ofwel een jaarlijkse opstap van gemiddeld 14,2 miljoen euro. Deze geplande uitbreiding voldeed weliswaar geenszins aan de toenemende vraag, maar het was alvast een stap in de goede richting. 

Dit is dus “het groeipad” waarvan sprake uit de septemberverklaring. Wanneer nu wordt gesteld dat het groeipad in de gezinszorg geleidelijker wordt ingevoerd en dit in 2015 een besparing oplevert van 12,9 miljoen euro, dan betekent dit gewoonweg dat er geen enkele uitbreiding komt van het aantal gesubsidieerde uren. De septemberverklaring laat ook in het midden wat er na 2015 gebeurt. Hoe geleidelijker dan geleidelijk zal het dan zijn? 

Maar ondertussen blijft de vraag wel verder stijgen en wordt het verschil tussen vraag en aanbod steeds maar groter.