Overdracht bevoegdheden zorg en gezondheid

overdracht
Om de continuïteit te garanderen werden tussen de federale overheid en de gemeenschappen protocollen met afspraken afgesloten. Daarnaast werden er overgangsperiodes voorzien waarin de federale administratie de lopende dossiers verder blijft behandelen. Ook de diverse reglementeringen blijven onveranderd tot Vlaanderen ze wijzigt. 

Onderstaand schema toont de deeldomeinen binnen zorg en gezondheid die van de federale overheid naar de deelstaten overgaan. Ook de overgangsperiode wordt vermeld. Deze kan sterk verschillen en loopt uiterlijk tot 31 december 2017.

   
We lichten er enkele uit.

Erkenning van gezondheidsberoepen
Wie een gezondheidsberoep wil uitoefenen, heeft naast een diploma ook een erkenning en een visum nodig. De erkenningen en de visa werden tot op heden door de federale overheid afgeleverd (FOD Volksgezondheid). Sinds 1 juli neemt Vlaanderen dit over.
De bestaande procedure blijft van kracht tot Vlaanderen deze eventueel wijzigt.
Ook de aanvragen en betwistingen worden in de overgangsperiode (in dit geval tot 31 december 2015) verder door de FOD Volksgezondheid, Erkenning Gezondheidsberoepen opgevolgd. De federale overheid blijft ook bevoegd voor de erkenningsvoorwaarden van deze zorgberoepen.
Dus, Vlaanderen zal de aanvragen kunnen behandelen en de erkenningen mogen afleveren maar zal zich moeten houden aan de door de federale overheid vastgelegde erkenningsvoorwaarden. De federale overheid blijft bovendien als enige overheid bevoegd voor de aflevering van het visum. Dit visum is nodig om het zorgberoep in Vlaanderen te mogen uitoefenen. Voor de verpleegkundigen, vroedvrouwen of apothekers gebeurt de aanvraag via de Provinciale Geneeskundige Commissie (PGC); voor zorgkundigen, kinesitherapeuten, paramedici, artsen en tandartsen kan de aanvraag rechtstreeks bij de FOD Volksgezondheid gedaan worden.

Bepaling van de dagprijs bij ouderenvoorzieningen
Tot 30 juni 2014 was de vastlegging van de dagprijs bij ouderenvoorzieningen een gedeeltelijke bevoegdheid van de FOD Economie en de Vlaamse overheid. Wanneer een voorziening de prijs wilde verhogen, moest de FOD Economie hiervoor toestemming geven. Vlaanderen kon bepalen welke producten en/of diensten verplicht in de dagprijs moesten worden opgenomen en voor welke producten en/of diensten er supplementen konden worden gevraagd. Sinds 1 juli is Vlaanderen zowel voor de prijsbepaling als voor de controle bevoegd.
Ook hier blijft de bestaande reglementering van toepassing tot Vlaanderen beslist ze te wijzigen. De overgangsperiode is heel beperkt en eindigt al op 31 december 2014. 

Woonzorgcentra
Tot 1 juli 2014 was het ouderenbeleid een gedeelde bevoegdheid van de federale overheid en de gemeenschappen. De federale overheid was verantwoordelijk voor het prijzenbeleid en de financiering van de zorgkosten. De Vlaamse overheid besliste over de planning, erkenning en het toezicht. Het RIZIV bepaalde het maximum subsidiebedrag per voorziening en vergoedde hiermee grotendeels de personeelskosten voor de zorgverstrekkingen. Vlaanderen stond dan weer in voor de subsidiëring van de animatiewerking. Dit leidde in het verleden tot een aantal ongelijkheden tussen het personeel van een federaal gesubsidieerde instelling. Sinds 1 juli 2014 is Vlaanderen volledig bevoegd, dus ook voor de financiering van de zorgkosten. De bestaande regelgeving blijft van toepassing totdat Vlaanderen wijzigingen aanbrengt. De overgangsperiode eindigt op 31 december 2017. Tot die datum volgt de federale overheid samen met de Vlaamse overheid alles op. 
ACV-Openbare Diensten zal er in de eerste plaats over waken dat de federale zorgakkoorden verder correct en integraal worden toegepast. 
Voor de centra voor kortverblijf en de dagverzorgingscentra zijn analoge regelingen uitgewerkt. 

Geïsoleerde geriatrische diensten en gespecialiseerde diensten
Er zijn in Vlaanderen negen ziekenhuizen die enkel over een geïsoleerde geriatrische dienst (G-dienst) en/of een gespecialiseerde dienst voor behandeling en revalidatie (Sp-dienst) beschikken. Tot 1 juli werden de normen van alle ziekenhuizen door de federale overheid bepaald en was Vlaanderen enkel bevoegd voor de planning en de erkenning van ziekenhuizen. Sinds 1 juli 2014 is Vlaanderen ook bevoegd voor de erkenningsnormen, programmatie en financiering van deze geïsoleerde G- en Sp-diensten. 

De bestaande regelgevingen blijven voorlopig van kracht. Er wordt een ruime overgangsperiode voorzien tot en met 31 december 2017. In deze overgangsperiode zal de federale overheid (onder verantwoordelijkheid van Vlaanderen) verder blijven instaan voor de berekening van het budget, de jaarlijkse herziening en verwerking van de registraties.  
Deze bepalingen gelden enkel voor de geïsoleerde diensten en niet voor de algemene en de universitaire ziekenhuizen die grotendeels federale materie blijven, met uitzondering van de normering van het ziekenhuisbeleid en een stukje specifieke financiering. 

Wat Vlaanderen zelf doet, doet het beter?
Wij eisen dat de continuïteit in de overgangsperiodes maximaal wordt verzekerd. Of de overdracht van bevoegdheden ook een betere zaak zal zijn voor het personeel, valt nog af te wachten. Pleiten voor meer autonomie is gemakkelijk. De uitvoering ervan tot een goed einde brengen, is een totaal ander verhaal. Meer autonomie moet dan ook uitmonden in meer en frequenter overleg tussen de verschillende bestuursniveaus. 
Wat ons het meeste zorgen baart, is de geringe betrokkenheid van de sociale partners in het ganse gebeuren. Een groot deel van de financiële middelen die worden overgedragen binnen zorg en gezondheid zijn afkomstig van de sociale zekerheid (RIZIV). Daar bestaat een traditie van (mede)beheer door de sociale partners en soms ook door andere maatschappelijke actoren (onder andere mutualiteiten). Opmerkelijk is dat we bij de beleidsmakers helemaal niet dezelfde intentie terugvinden om de sociale partners een rol te laten spelen in de uitbouw van de gezondheids- en zorgsector. Of is dit ook voor hen een vanzelfsprekendheid? We vrezen ervoor… 

Of de Vlaamse overheid het beter zal doen, valt dus nog af te wachten. Veel zal afhangen van haar relatie met de sociale partners en de vakorganisaties in het bijzonder. 

De zorgsector is dé arbeidsintensieve sector bij uitstek. Het is een sector waar de kwaliteit van de zorg niet afhangt van groots opgezette systemen en structuren maar wel van de mensenhanden die deze zorg verstrekken. Het personeel uit deze sector, ongeacht hun functie, is bijzonder betrokken en geëngageerd. Zij zijn diegenen die een handeling omzetten in zorg. Zij zijn diegenen die zorg omzetten in kwaliteit. Daarvoor verdienen zij alle respect en een maximale betrokkenheid bij dit nieuwe beleid via hun vakorganisaties. Enkel op die manier zullen de belangrijkste uitdagingen op het vlak van gezondheid, zorg of ouderenbeleid kunnen worden aangepakt.