Privatisering zorgdiensten geschorst

Het schoentje wrong aan alle kanten

Op 1 en 6 juli 2015 besliste de raad voor maatschappelijk welzijn en de gemeenteraad om alle zorgdiensten van de stad en het OCMW te privatiseren. Het woonzorgcentrum De Linde, dienst IBO (Initiatief Buitenschoolse Kinderopvang), kinderdagverblijf ‘Het sprookjesbos’, het lokaal dienstencentrum, de seniorenflats, ‘De Hoge Winde’, de dienstencheque-onderneming en de dienst gezinszorg en aanvullende thuiszorg. 

Een foutieve keuze, vonden wij. En niet alleen voor het personeel. Door een privatisering wordt de kwaliteit en de betaalbaarheid van de dienstverlening niet verder gewaarborgd. We gaven verschillende argumenten om deze beslissingen aan te vechten. 

En het schoentje wrong aan alle kanten. Waarom moest een beslissing die zo nefast is voor de toekomst van Ronse plots in volle vakantieperiode door de OCMW- en gemeenteraad worden geloodst? Waarom startte het bestuur in volle vakantieperiode een aanbesteding om een koper te zoeken voor die zorgdiensten? Waarom werd het lastenboek zo ingedeeld en de percelen zo omschreven dat slechts een beperkt aantal deelnemers in aanmerking zouden kunnen komen?

Met uitzondering van de uitbating van het woonzorgcentrum (via een VZW-structuur), heeft de stad noch het OCMW door de verkoop van al haar zorgdiensten op geen enkele manier nog inspraak in het beheer van deze diensten. Het strafste hierbij is dat het bestuur blijft beweren dat het gaat om een samenwerking met een private partner en niet om een verkoop. 

De gouverneur geeft ons gelijk over bijna de ganse lijn. Zo stelt de gouverneur schendingen vast van het gemeentedecreet, het OCMW-decreet, de wet op de overheidsopdrachten en de beginselen van behoorlijk bestuur. 

Wat gebeurt er nu?

ACV-Openbare Diensten is tevreden met de vaststelling dat dergelijke ongemotiveerde constructies in strijd zijn met de wet en het beginsel van behoorlijk bestuur schenden. 

De besturen kunnen nu hun besluiten intrekken of de geschorste besluiten gemotiveerd rechtvaardigen of aanpassen binnen een termijn van 60 dagen. In dit laatste geval beschikt de Vlaamse Regering over dertig dagen om alsnog tot vernietiging over te gaan. 

De aanbesteding kon om onduidelijke redenen niet vlug genoeg worden gepubliceerd (de dag na de gemeenteraad). Er kon worden ingeschreven tot 30 september. Aangezien de beslissingen in hun uitvoering zijn geschorst, kan geen rekening worden gehouden met deze offertes.

Wat het OCMW en de stad nu gaan doen, is onduidelijk. Het lijkt onmogelijk dat zij binnen de voorziene termijn van 60 dagen de nodige aanpassingen kunnen doen aan de beslissingen. De geformuleerde opmerkingen zijn dermate cruciaal dat bijkomende motiveringen niet haalbaar lijken. 

Het bestuur doet er goed aan de beslissingen in te trekken en te zoeken naar andere oplossingen. Als blijkt dat bepaalde diensten beter worden ondergebracht in een verzelfstandigde structuur dan kan geopteerd worden voor een openbare verzelfstandigde entiteit. Dit biedt in ieder geval meer garanties voor het personeel maar evenzeer voor de Ronsenaar want die heeft recht op kwalitatieve en betaalbare dienstverlening.