Re-integratie: Ja! Ja? Ja maar …




Op 29 juni 2018 gaf de Vlaamse regering haar eerste principiële goedkeuring aan het voorstel van minister Homans over de gelijkschakeling van de arbeidsvoorwaarden van contractuele en statutaire personeelsleden van de Vlaamse overheid. 
Deze voorstellen betekenen een drastische aanpassing van de arbeidsvoorwaarden van de statutaire personeelsleden. Contractuele personeelsleden krijgen enkele kruimeltjes toegestopt, kruimeltjes die door statutairen onaanvaardbaar duur betaald worden. 

Een van die maatregelen gaat over re-integratie en de mogelijkheid tot deeltijds werken. 


Huidig systeem 


Wanneer je lange tijd arbeidsongeschikt bent geweest, en gedeeltelijk hersteld bent, kan het zijn dat je in staat bent om je werk al deeltijds, maar niet voltijds, te hervatten.

Aan statutaire personeelsleden kan de arts van het ziektecontroleorgaan “deeltijdse prestaties wegens ziekte” toestaan of opleggen. De werkgever moet daar geen toestemming voor geven. Zo’n deeltijds regime kan voor maximaal drie maanden worden toegestaan/opgelegd, maar kan steeds verlengd worden per drie maanden. Het deeltijds regime wordt enkel toegestaan/opgelegd als de controlearts van oordeel is dat je op termijn terug in staat zal zijn om voltijds te werken. Het deeltijds regime moet minstens 50% van een voltijdse tewerkstelling bedragen. Tijdens je deeltijdse tewerkstelling behoud je het volledig loon (100 %).

Als je contractueel personeelslid bent, kan je na een arbeidsongeschiktheid van minstens één jaar, aan de adviserend geneesheer van jouw ziekenfonds vragen om je werk te mogen hervatten met deeltijdse prestaties. Er is bovendien toestemming nodig van jouw werkgever. Dat systeem noemt men “progressieve werkhervatting” of “deeltijdse werkhervatting”. Deze kan worden toegestaan voor een periode van maximum twee jaar, die nadien kan verlengd worden door de adviserend geneesheer van het ziekenfonds (mits akkoord van jouw werkgever). De progressieve werkhervatting kan enkel worden toegestaan als de adviserend geneesheer van oordeel is dat je op termijn terug in staat zal zijn om voltijds te werken. In tegenstelling tot voor statutaire personeelsleden, is er voor jou als contractueel personeelslid geen minimum percentage bepaald waaraan je deeltijds het werk kan hervatten. Het deeltijds regime kan dus ook lager zijn dan 50% van een voltijdse tewerkstelling. De meeste werkgevers bij de Vlaamse overheid blijken dat echter niet toe te staan.
 

Het voorstel van de Vlaamse regering  


De regering wil de mogelijkheid om deeltijds te werken na ziekte voor ambtenaren terugschroeven. 
De eerste zes maanden deeltijdse prestaties, heb je - zoals voordien - geen toestemming nodig van je werkgever. Voor een verlenging zal je in de toekomst echter wél toestemming moeten vragen.

Je zal voortaan wel je werk kunnen hervatten aan minder dan 50%, maar ook daarvoor moet je toestemming krijgen van je werkgever. Je loon zakt tijdens de periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte naar 65%.


Onze visie


Re-integratie lijkt wel het medicijn van deze regering om langdurig zieken op korte tijd terug naar een voltijdse job te leiden, en zo de kosten van langdurige ziekte te beperken. Door de ziekteregeling éénzijdig te wijzigen, bespaart de Vlaamse regering in één klap enkele miljoenen zonder daarvoor moeite te moeten doen. Het welzijn van personeel lijkt hier ondergeschikt.  

Zoals we al vermeldden in onze publicatie over de wijziging van de ziekteregeling voor ambtenaren, is het een foute veronderstelling dat beperking van inkomen ervoor zal zorgen dat arbeidsongeschikte personeelsleden sneller zullen re-integreren. 

Je komt als ziek personeelslid onder enorme druk te staan om vanuit financiële noodzaak te re-integreren, ook al ben je daar medisch nog niet toe in staat of bestaat er een groot risico dat je zal hervallen. Onderzoek leert dat wanneer je te snel terug start na een zware burn-out, je een hogere kans hebt om te hervallen. Om een werkhervatting te doen slagen, zijn - vanuit medisch oogpunt - de juiste timing (niet te vroeg) en dosering (niet altijd meteen 100%) cruciaal. Deze evenwichtsoefening wordt verstoord door de financiële druk die zal worden gelegd. 

De Vlaamse regering lijkt daarnaast te geloven dat de diensten van de Vlaamse overheid nu al hun uiterste best doen om re-integratie mogelijk te maken. De verantwoordelijkheid voor het falen van re-integratiepogingen, wordt zo volledig bij het ziek personeelslid gelegd. Maar om re-integratie te doen slagen moet iedereen verantwoordelijkheid opnemen.  

Zo merken wij dat de nodige aanpassingen van de arbeidsomstandigheden, die een werkhervatting zouden kunnen doen slagen, door de werkgever te gemakkelijk naast zich neer worden gelegd, zonder enige motivatie. 

Dat heeft volgens ons dan weer te maken met de personeelsschaarste die er heerst sinds de bijzonder zware besparingsrondes en doorgevoerde fusies van de Vlaamse regering. Als de collega’s van je dienst op hun tandvlees zitten, is het voor een leidinggevende al moeilijk genoeg om rekening te houden met de bezorgdheden van de teamleden in het algemeen. Dan vormen personeelsleden met extra noden een bijkomende belasting. Steeds vaker horen wij het argument dat zieke collega's de werkdruk opdrijven. Op die manier wordt de zieke de zondebok. 

Een ander takenpakket is meestal onbespreekbaar, minder dan halftijds werken wordt geweigerd, en ook wisselende uren en thuiswerk liggen moeilijk. 

De onwil van de werkgever om mee te werken aan re-integratie leidt ertoe dat het personeelslid niet meteen terug aan de slag kan. De enige resterende optie is dan voltijds ziek thuisblijven, iets waar zowel personeelslid als werkgever niet beter van worden.  

Dat de regering enerzijds de nadruk legt op snelle re-integratie, maar anderzijds deeltijdse prestaties wegens ziekte wil terugschroeven, is totaal contradictorisch. 

Statutaire personeelsleden kunnen vandaag nog onbeperkt deeltijdse prestaties doen omwille van medische redenen. En wij zijn al jaren vragende partij om ook contractuele personeelsleden, als ze de toestemming hebben van de adviserend geneesheer van hun ziekenfonds, recht te geven op deeltijdse werkhervatting, zonder dat hun werkgever dat kan weigeren. 

De Vlaamse regering maakt van de deeltijdse werkhervatting nu misschien ook voor contractuele personeelsleden een recht, maar beperkt dat recht terzelfdertijd tot slechts zes maanden. Na die zes maanden is toestemming van de werkgever vereist.

Nochtans blijkt in de praktijk dat zes maanden doorgaans onvoldoende zijn om een re-integratiepoging te laten slagen. En waarom moet de werkgever een veto krijgen tegen een re-integratiepoging die langer dan zes maanden duurt? Wat is daar het nut van?
 
 

Ons alternatief 

Het moet voor ieder personeelslid mogelijk zijn om re-integratie te starten aan een werkregime van minder dan 50%. Bij contractuele personeelsleden bestaat die mogelijkheid wettelijk al, maar ze wordt  slechts zelden toegestaan door de werkgever, vaak zonder enige motivatie. 
Bovendien zou de werkgever verplicht moeten worden om de nodige aanpassingen op de werkvloer uit te voeren en zo re-integratie mogelijk te maken. Alleen zo heeft een re-integratiepoging voldoende kans op slagen. 

Daarnaast zou je altijd deeltijds moeten kunnen werken om medische redenen, als en zolang de controle- of adviserend arts dat nodig acht. 

Re-integratie kan enkel slagen als het op een degelijke manier wordt aangepakt. En een goede aanpak van re-integratie is uiteindelijk positief voor zowel het personeelslid als de Vlaamse overheid. 
Een trots Vlaanderen verdient een goede Vlaamse overheid. Vlaamse personeelsleden verdienen daarom beter behandeld te worden.  

#VlaanderenVerdientBeter