Onrechtvaardigheden in inschalingsbesluit vernietigd



Bij de overheveling van personeel van de federale naar de Vlaamse overheid, werden een aantal personeelsleden benadeeld door onrechtvaardigheden in de wijziging van het statuut. Wij trokken naar de Raad van State om dat aan te vechten. De Raad geeft ons nu gelijk en heeft de nadelige artikels uit het besluit vernietigd.  

Op 1 januari 2015 werd een groep personeelsleden overgeheveld van de federale naar de Vlaamse overheid. De inschaling van die personeelsleden werd geregeld in een besluit van de Vlaamse regering dat het Vlaams personeelsstatuut wijzigde. Bij de onderhandelingen over dat besluit, hebben we ons verzet tegen een aantal onrechtvaardigheden die erin zaten.

De overheid hield echter geen rekening met onze bezwaren. Daarom hebben we juridische procedures opgestart. We hebben vier typedossiers verzameld van vier leden die elk op een andere manier benadeeld werden. In elk van die dossiers hebben we de vernietiging gevraagd van het specifieke artikel uit het besluit dat hen benadeelde en dat volgens ons onwettig was.

De Raad van State velde op 5 februari een oordeel in onze dossiers. We ontvingen vandaag de uitspraken.

De Raad sprak zich eigenlijk maar echt uit over één dossier. Dat dossier ging over het feit dat een personeelslid van wie, na overheveling, de competentiepremie voor de resterende geldigheidsduur blijft doorlopen bij de Vlaamse overheid, en dat na afloop daarvan opnieuw wordt ingeschaald in een hogere Vlaamse weddeschaal, geen schaalanciënniteit opbouwt in de periode waarin zijn competentiepremie nog loopt. Doordat het personeelslid geen anciënniteit opbouwde, werd die persoon minder gunstig behandeld dan bepaalde andere personeelsleden die geen competentiepremie meer hadden en dus wél schaalanciënniteit opbouwden. De Raad geeft ons gelijk en vernietigt daarom het betreffende artikel van het besluit.

Over de andere drie dossiers deed de Raad geen uitspraak. Twee van die dossiers gingen over het aanrekenen van de maaltijdcheques als loon, één ging over het toekennen van een lagere fictieve anciënniteit in plaats van de reële geldelijke anciënniteit. Eerder die dag, op 5 februari, vernietigde de Raad artikel 9 in een andere zaak. Daarom kon de Raad in onze drie dossiers het artikel niet nogmaals vernietigen. 

Door de vernietiging bestaan de artikels in kwestie niet meer, en dat met terugwerkende kracht. Dat geldt niet alleen voor de eisers, maar voor alle belanghebbenden.

We verwachten dat de Vlaamse overheid opnieuw met ons zal onderhandelen over het gedeeltelijk vernietigde besluit.