Nieuw loopbaan- en beloningsbeleid

Er komt een werkgroep met kabinetsleden, topambtenaren, vakbonden, technici van het Agentschap Overheidspersoneel en het Departement Financiën en Begroting die een vernieuwd loopbaan- en beloningsbeleid moeten uitwerken. Die werkgroep baseert zich daarbij op een conceptnota met bouwstenen die de Vlaamse Regering op 10 juli goedkeurde.

Om de werknemers van de Vlaamse overheid gemotiveerd aan de slag te houden, wil de Vlaamse Regering werk maken van de invoering van een nieuw loopbaan- en beloningsbeleid voor alle personeelsleden die onder het Vlaams Personeelsstatuut vallen. Dat staat in het Vlaams regeerakkoord. De regering wil een aantal zwaktes uit het huidige beleid wegwerken. In deze conceptnota staan een aantal bouwstenen die de werkgroep verder concreet zal uitwerken:
  • Het loopbaanbeleid wordt gebaseerd op de functiefamilies of functies met gelijkaardige taken. Er wordt dus niet geclusterd volgens diploma, kennisdomein of vakgebied. Er komen korte en flexibele procedures voor wie van functie verandert binnen zijn eigen of een aanverwante functiefamilie
  • Een uniforme modulaire selectieprocedure
  • Talentbesprekingen worden ingevoerd om het talent van medewerkers maximaal op te volgen en te ontplooien
  • Functiezwaarte wordt de belangrijkste beloningsgrondslag. Binnen eenzelfde functieklasse (functies met dezelfde verantwoordelijkheden) zijn de salarissen vergelijkbaar, ongeacht hun statuut of diploma.
  • Het belang van de beoordeling van de prestaties neemt toe in de evolutie van iemands salaris.
  • Er wordt een alternatief gezocht voor de prestatietoelagen.
  • Daarnaast wordt ook bekeken of er een zogenaamd cafeteriaplan kan komen, een keuzepakket waarbij personeelsleden bv. vakantiedagen en loon ruilen.
Expertisecentrum
Er komt een expertisecentrum loopbaan en beloning dat de werkgroep ondersteunt. Later zal dat centrum een cruciale rol hebben om het nieuwe beleid in de praktijk om te zetten, de communicatie, de monitoring …
Budget
Het Vlaams regeerakkoord stelt onder meer dat het nieuwe loopbaan- en beloningsbeleid budgetneutraal moet zijn.
De werkgroep zal er zich over buigen hoe dit met de huidige budgetten kan gerealiseerd worden. Het nieuwe beleid zal in ieder geval gefaseerd ingevoerd worden. 

Deze stellingname van de Vlaamse regering roept nu reeds bij alle betrokken actoren veel vragen op m.b.t. de haalbaarheid van het gehele project. Niet alleen wij, als vertegenwoordigers van het personeel maar ook vele leidinggevenden, vrezen dat binnen de vastgelegde contouren de vooropgestelde doelen niet allemaal zullen kunnen worden gerealiseerd. Het zal absoluut geen eenvoudige zaak zijn om aan de verwachtingen van alle medewerkers, tewerkgesteld bij de Vlaamse overheid, te kunnen voldoen.