"Met alle besparingen dreigt men De Lijn te wurgen"



Dit artikel is een opiniestuk, op 11-09-2017 verschenen op de website van De Morgen. De schrijver is Jan Coolbrandt, nationaal secretaris vervoer bij ACV Openbare Diensten. 

Het dossier over het mobiliteitsbeleid in Vlaanderen in de krant De Morgen heeft toch heel wat losgeweekt. Openbaar vervoer is en blijft een hot item. Gelukkig maar. Ook wij zijn blij dat het beleid, in dit geval het nieuwe beleid onderwerp van Minister Weyts onderwerp is van een publieke debat. 

Basismobiliteit versus basisbereikbaarheid

Het staat buiten kijf dat met het concept ‘basisbereikbaarheid’ voorgoed afstand wordt genomen van een te genereus aanbodgestuurd mobiliteitsbeleid van het verleden. Betreuren wij dat. Neen. De middelen zijn schaars en moeten goed worden gebruikt.

In dat verband willen wij toch nog eens de verdiensten van het concept basismobiliteit  uit de oude doos halen. Elke Vlaamse burger had recht op een welbepaalde kwaliteitsvolle gegarandeerde minimumservice van het tram- en busnet.  Bovendien kon het recht ook worden afgedwongen.

Dit recht van de reiziger zorgde er voor dat de reiziger ook in rurale gebieden, het zogenaamd streekvervoer, aan zijn trekken kwam. Hiermee werd volop ingezet op O.V.- gebruikers zonder wagen, pendelaars, kwetsbare groepen , enz,… Een sociaal en inclusief beleid!
Met het nieuwe concept basisbereikbaarheid vervalt dat recht van de reiziger en zullen we maar moeten afwachten of de reiziger in de streek nog voldoende regulier en kwalitatief hoogstaand aanbod zal hebben. En vooral wie dat dan zal financieren.

In de discussie rond het nieuwe concept ‘basisbereikbaarheid’ heeft men steeds benadrukt dat er ook in de streek meer dan voldoende aanbod van O.V. aanwezig zal zijn. Men beweert dat door de grotere inspraak van de steden en gemeenten, wat wij toejuichen,  nog beter zal kunnen worden ingespeeld op de specifieke lokale behoeften. Het vervoer op maat of the last mile komt in handen van deze steden en gemeenten die hiermee net kunnen inspelen op deze lokale behoeften. Aldus de theorie! 
Wij willen dat wel geloven, maar willen hierover toch onze zorg uiten. Meer nog, wij vrezen dat wij hier eerder gaan van regulier O.V. naar occasioneel vervoer op oproep. Mogen wij ook onze zorg uitspreken over de kwaliteit van dit vervoer? Onder welke loons - en arbeidsvoorwaarden zal dat vervoer worden georganiseerd? Met andere woorden: met een goed opgeleide en correct verloonde chauffeur achter het stuur?

Het gelaagde model - treinnet, kernnet en aanvullend net door De Lijn geëxploiteerd en vervoer op maat - of de zogenaamde nieuwe weg, is eigenlijk niets nieuws onder de zon. Maar goed, het klinkt alvast goed.

Ook hier hebben we op zich niets tegen het nieuwe O.V. - model op voorwaarde natuurlijk dat een snel, stipt, hoogfrequent en kwalitatief hoogstaand netwerk ( kernnet en aanvullend net) kan worden uitgebouwd door De Lijn en zijn pachters, en dat ook een aantal randvoorwaarden, die dit mogelijk kunnen maken, worden vervuld. Ook de steden en gemeenten en het Gewest  zullen  hier dus hun verantwoordelijkheid moeten opnemen en zullen dus een tandje moeten bijsteken.

Wij blijven er bij: stipt en snel openbaar vervoer kan alleen maar op voorwaarde dat men absolute voorrang heeft aan de bus en de tram. De fameuze doorstroming. Dat is vandaag in heel wat grote en kleinere steden niet het geval. De steden en de gemeenten zullen resoluut hiervoor moeten kiezen. In 2018 dan maar?

Dit is trouwens de absolute voorwaarde opdat De Lijn met dezelfde middelen hetzelfde kan blijven doen. Of liefst met meer middelen beter kan doen.

De grote uitdaging van De Lijn

Vandaag is De Lijn interne operator en exploiteert samen met de pachters het geregeld vervoer in vervoer in Vlaanderen. In 2020 moet De Lijn bewijzen dat ze modern, efficiënt en performant is en dat ze de concurrentie met de privé-sector aankan. Europese regelgeving legt deze voorwaarde op. 

Uiteraard is dit voor de toekomst van het bedrijf en zijn werknemers van zeer groot belang! Het voorstel om  de organisatiestructuur van De Lijn efficiënter te maken en de beslissingslijnen korter te maken past dus in deze visie. 

Wij zijn het er mee eens dat na 25 jaar (oprichting van De Lijn dateert van 1992) de structuur en de organisatie  wordt hertekend. Er is ondertussen heel wat veranderd en de managementstructuur- en werkprocessen zijn geëvolueerd. Zeer zeker.

Indien wij morgen met de nieuwe structuur beter en efficiënt en goedkoper kunnen werken, zijn wij niet tegen. Alleen, het mag niet ten koste gaan van de reiziger en ook niet van de werknemers in deze sector. 

Tevens vragen wij dat de middelen die men bespaart ook door De Lijn mogen worden gebruikt om haar organisatie en aanbod, daar waar nodig te verbeteren of te versterken.

Met andere woorden: deze besparingen mogen en kunnen niet van het exploitatiebudget worden afgeroomd.

Schaarse middelen

Het staat buiten kijf dat er zwaar is bespaard geworden. Tientallen miljoenen zijn reeds bespaard en er zullen nog tientallen miljoen worden bespaard. Wij zeggen dat dit niet meer houdbaar is. Op deze manier dreigt men De Lijn te wurgen, met als gevolg een slechtere dienstverlening en minder aanbod voor de reiziger. 

De Minister verwijst vaak naar de grote stijging van het investeringsbudget, naar de tramlijnen die ofwel worden aangelegd, of verlengd. Wel nu, Mijnheer de Minister, De Lijn moet nog wel de middelen hebben om deze netten te exploiteren. Of gaat men er gewoon van uit dat er wel ergens anders in de dienstverlening zal worden gesnoeid?

Mogen wij er nogmaals aan herinneren dat De Lijn ondertussen de opbrengst ‘tax shift’ ontloopt? Wie lost dit probleem op? 

Conclusie

De komende maanden en jaren wordt dit nieuwe beleid uitgerold. Het is niet zo dat de reiziger hier direct morgen iets van zal merken. 

Ondertussen moet De Lijn en haar partners, de pachters, er voor zorgen dat elke dag opnieuw de reiziger stipt en in goeie omstandigheden wordt vervoerd. Elke dag geven duizenden medewerkers het beste van zichzelf.
In dat verband is niet alleen het perspectief voor de reiziger, maar ook dat  voor de medewerkers  van zeer groot belang. 

Met andere woorden, er worden inspanningen gevraagd van De Lijn en zijn medewerkers, en bij uitbreiding de pachters, maar welk toekomstperspectief wordt hen geboden? 
Het belang en vooral de noodzaak van een goed  geolied sociaal overleg en een goed sociaal klimaat binnen de sector moet in deze niet meer onderstreept worden? 
 
En wat indien dit O.V. niet echt zorgt voor de omslag, Mijnheer de Minister? Wie is er dan de dupe? Inderdaad, de reiziger en het personeel.