Open Vld wil monopolie van De Lijn doorbreken

De penibele budgettaire overheidssituaties en bepaalde politieke uitgangspunten maken dat de vervoersmaatschappijen een besparingsdoelwit zijn geworden. En dit op het moment dat iedereen beseft dat er meer moet ingezet worden op allerlei vormen van collectief vervoer. Bovendien treffen de besparingen die politici opleggen door o.a. het schrappen van diensten, net die burgers die rekenen op het openbaar vervoer om deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Het betreft ouderen, jongeren, zieken, werkzoekenden, studenten, gezinnen zonder of met slechts één auto en werknemers die absoluut rekenen op het openbaar vervoer. Antwerpen mag gelukkig niet echt klagen want de stadsregio krijgt een heel grote hap uit het investeringsbudget. Gelukkig, want de vraag en noden zijn bijzonder groot in Antwerpen. 

Volledig kostendekkend werken: een utopie
Open Vld probeert in haar nota de burgers voor te houden dat openbaar vervoer zou kunnen georganiseerd worden zonder dat dit de belastingbetaler iets kost. Complete nonsens uiteraard en het voorbeeld waar Open Vld naar verwijst, het Rotterdamse gemeentelijk vervoerbedrijf RET (Rotterdamse Elektrische Tram), is een flagrante leugen. In 2013 bedroeg de exploitatiebijdrage 178 miljoen en deze werd in 2014 teruggebracht tot 172 miljoen. Ook de volgende jaren moet de kostendekkingsgraad verhogen maar de vervoersmaatschappij blijft een exploitatiebijdrage ontvangen. Zonder deze bijdrage zou het openbaar vervoer onbetaalbaar worden voor de gebruikers. 

Capaciteitsproblemen
Terwijl Open Vld droomt van een privaat busbedrijf dat de stad beter zou bedienen met kleine busjes, kampt De Lijn vandaag met capaciteitsproblemen. Onze bussen en trams zitten vaak overvol. Hier zijn dus dringend bijkomende investeringen nodig om de capaciteit en het comfort voor de reizigers te verbeteren. 

Gebrekkige doorstroming: het gevolg van foute beleidsbeslissingen
Sneller op uw bestemming geraken is aantrekkelijk. Openbaar vervoer heeft nood aan eigen beddingen, voorbehouden rijstroken, verkeerslichtenbeïnvloeding en een minder laks parkeerbeleid. Deze doorstromingsinvesteringen betekenen immers een winst voor iedereen en een betere promotiecampagne gericht op automobilisten ernaast, bestaat niet. De stedelijke overheid is samen met het Vlaamse Gewest, als wegbeheerder een belangrijke actor in het garanderen van de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer.  Waarop wacht men nu ondertussen al decennia lang om hier iets aan te doen? Welke daadwerkelijke oplossingen werden reeds dankzij Open Vld en bij uitbreiding alle beleidspartijen gerealiseerd?  Buiten veel vage beloften is er nog maar weinig in de praktijk te merken. De Lijn vervangen door een private partner zal hier helaas niets aan veranderen.

Betere afstemming is noodzakelijk
Wij zijn het eens dat er nood is aan een betere onderlinge afstemming tussen het aanbod en de vervoersbewijzen van de NMBS, De Lijn, andere operatoren en andere mobiliteitsaanbieders (zoals deelauto systemen en deelfietsen, ...). Dit verhoogt immers de attractiviteit voor de gebruiker en brengt tegelijk belangrijke efficiëntiewinsten met zich mee.
Dat steden en gemeenten inspraak moeten krijgen en betrokken worden als gesprekspartner is evident.  Maar dit mag niet leiden tot versnippering tussen het lokaal- en bovenlokaalbeleid. 

Conclusie
In het belang van de toekomstige mobiliteit en levenskwaliteit van alle burgers zien wij het stad- en streekvervoer over de weg en het spoor als een essentiële openbare dienstverlening met het behoud van De Lijn als regisseur en belangrijke operator. 

Wegwijzer sociale wetgeving

 
Ben je ACV-lid? Zorg dan dat je bent ingelogd op deze site en grasduin in onze fiches van de jaarlijkse Wegwijzer Sociale Wetgeving.