Jarenlange besparingen eisen tol bij politie en justitie



Wat zich in Luik heeft afgespeeld, is de meest laffe uiting van geweld tegen politie. Het verlies voor de familieleden en collega’s moet ondraaglijk zijn.

Maar het is geen uniek geval. Dat politiemensen op het terrein vaak het eerste slachtoffer van geweld zijn, hebben wij als politievakbond al veel te vaak moeten aankaarten.

De positie van de politie is in onze maatschappij grondig gewijzigd, dat kan niemand ontkennen. Uitspraken zoals “radicale haat tegen de politie” en “schutter viseerde de politie” verrassen het grote publiek niet echt meer. Maar voor politiemensen is de schok iedere keer enorm. Het ongeloof is groot, en naast de vele vragen steken ook de eerste beschuldigingen de kop op.

Nochtans is het niet het systeem van penitentiair verlof, uitgaansvergunningen of voorwaardelijke invrijheidsstelling dat ter discussie moet staan. Wél verdienen de talrijke alarmkreten over de uitholling van overheidsdiensten veel meer aandacht. De toestand in de gevangenissen en de werkdruk voor politiemensen zijn immers een rechtstreeks gevolg van besparingsbeslissingen die de beleidsmakers namen.

De politiediensten kreunen onder de werkdruk en gebrek aan personeel. Personeelstekorten van 40 of 50 procent vormen geen uitzondering, terwijl materiaalaankopen meer dan eens worden uitgesteld, zeker bij de federale politie.

Maar ook de voorbeelden van gedetineerden die door hun gevangenisverblijf nog dieper in de spiraal van drugs, geweld en crimineel gedrag terechtkomen, zijn legio. De laatste jaren kwam daar nog het gevaar van radicalisering bij. Door gebrek aan omkadering en begeleiding van extremisten die in de cel belanden, kon de olievlek van radicalisme in onze gevangenissen heel gemakkelijk uitdeinen.

De schuld daarvoor ligt niet bij de cipier of sociaal assistent, niet bij de politie, korpschef of financieel beheerder, en zelfs niet bij een bepaalde minister. Wél is het de collectieve schuld van alle beleidsmensen die jaar na jaar onafgebroken besparingen hebben opgelegd aan de overheidsdiensten.

De onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart benadrukt dat er dringend nood is aan meer samenwerking.

Laten we die aanbeveling nu meer dan ooit ter harte nemen en gezamenlijk de handen in elkaar slaan om al het mogelijke te doen dergelijke aanslagen te vermijden.

Het valt immers op dat er vooral commentaren zijn wanneer iets fout loopt. Maar diezelfde stemmen verstommen wanneer er gepraat moet worden over investeringen en nieuwe projecten. Al veel te lang wordt de overheid, en niet in het minst politie en justitie, als een noodzakelijk kwaad gezien waar gemakkelijk op kan worden bespaard. Die grens is nu bereikt. Dit kan niet meer.

Uit respect voor de slachtoffers en nabestaanden moet het rouwproces nu eerst voorrang krijgen. Maar de overheid kent alvast onze standpunten waar we blijvend op zullen hameren.

Joery Dehaes
Secretaris
ACV Politie