Beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring NAVAP verworpen


De eis van politievakbond SYPOL om de NAVAP-regeling (het recht van sommige personeelsleden van het operationeel kader van de geïntegreerde politie op non-activiteit vóór het pensioen) deels te vernietigen, werd niet ingewilligd. SYPOL vroeg om in het Koninklijk Besluit de woorden "dat een preferentiële vervroegde pensioenleeftijd van 54, 56 of 58 jaar genoot voor 10 juli 2014" teniet te doen. Dat is dus niet gebeurd.

D
e Raad van State oordeelde dat het te vernietigen artikel onlosmakelijk deel uitmaakt van het koninklijk besluit. Een wijziging zou indruisen tegen de doelstellingen die er waren bij het opstellen van het besluit. Het zou ook ingaan tegen de beoogde structurele hervormingen rond de vervroegde pensioenleeftijd. Die is nu vastgelegd op 62 jaar (en niet langer op 60 jaar) als er minstens 40 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren in het stelsel van de staatsambtenaren kunnen voorgelegd worden. 

Het besluit in kwestie wou tegemoet komen aan een arrest van Het Grondwettelijk Hof. Het Hof oordeelde dat er niet langer een redelijke verantwoording was voor de vervroegde pensioenleeftijd die voor sommige politieambtenaren gold. Volgens het Hof is er ook geen redelijke verantwoording om het verschil te vergroten dat er tussen de regelingen van de vervroegde pensioenleeftijd binnen de geïntegreerde politie al bestaat. De doelstellingen die er ten tijde van de politiehervorming waren, kunnen niet meer verantwoorden dat de wetgever bij de pensioenhervorming een inspanning vraagt van iedereen, behalve van de rijkswachtofficieren.

Het is namelijk zo dat de regeling NAVAP van toepassing is op quasi alle personeelsleden van het operationeel kader, met (hoofdzakelijk) uitzondering van de voormalige officieren van de toenmalige gemeentepolitie of de gerechtelijke politie. Die laatsten konden pas ten vroegste op 60 jaar met pensioen op voorwaarde van een lange loopbaan. Het systeem NAVAP op hen van toepassing maken zou impliceren dat zij twee jaar minder lang moeten werken terwijl van het overige personeel gevraagd wordt dat zij hun loopbaan minstens met twee jaar verlengen. Dat druist in tegen de structurele pensioenhervorming en strookt niet met de doelstellingen.