Afwijkingen vervroegd pensioen politie vernietigd

Het grondwettelijk hof heeft zo goed als alle specifieke uitzonderingen betreffende het vervroegd pensioen van het politiepersoneel vernietigd. Daarmee valt het meeste politiepersoneel voortaan onder de algemene regels voor vervroegd pensioen.
De wet van 30 maart 2001 voorziet in een bijzondere regeling voor vervroegd pensioen voor bepaalde groepen politiepersoneel. Zo kan wie behoort tot het operationeel kader en geen officier is, met vervroegd pensioen vanaf 58 jaar na het bewijs van een loopbaan van 20 jaar. De regeling geldt voor agenten van politie, het basiskader en het middenkader. Daarnaast behouden ex-Rijkswachtofficieren en onderofficieren die nu deel uitmaken van de geïntegreerde politie, hun preferentiële leeftijdsgrenzen (54, 56 of 58 jaar) en loopbaanvoorwaarden (20 dienstjaren zonder diplomabonificaties). 

Eind 2011, bij de pensioenhervorming, behield de regering Di Rupo alle bestaande uitzonderingen voor het politiepersoneel. Daardoor werden enkel de officieren die niet behoren tot de ex-Rijkswacht en het administratief en logistiek personeel gevat door de hervorming. Dit was niet naar de zin van een paar clubjes van deze officieren. Ze trokken naar het Grondwettelijk Hof met de vraag alle uitzonderingen voor het politiepersoneel te schrappen.  

In een arrest van 10 juli 2014 acht het Grondwettelijk Hof de ongelijkheid tussen de officieren niet verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel. Ze vernietigt daarom de mogelijkheid voor alle personeelsleden van het operationeel kader van de geïntegreerde politie om af te wijken van de algemene regels inzake vervroegd pensioen. Hiermee kan alle politiepersoneel nog slechts ten vroegste vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen. Ook wie reeds een aanvraag voor vervroegd pensioen heeft ingediend wordt gevat door de uitspraak van het Hof.

Twee groepen blijven gevrijwaard. 
  • Het Hof handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepaling ten aanzien van “de gewezen Rijkswachtofficieren wier aanvraag voor een vervroegd pensioen op grond van de vernietigde bepaling op het ogenblik van de uitspraak van het arrest reeds is goedgekeurd”. Het hof verduidelijkt niet waarom enkel deze groep gevrijwaard wordt.
  • Het Hof behoudt de uitzonderingen voor ex-militairen die zijn overgestapt naar de politie.
De uitzonderingen die betrekking hebben op het vervroegd pensioen van de militairen en het rijdend personeel van de NMBS worden niet in vraag gesteld door het Hof.

ACV-Openbare Diensten is gedegouteerd over deze gang van zaken. Een clubje officieren heeft zich tot justitie gewend zonder stil te staan bij de mogelijke gevolgen. Het Grondwettelijk Hof heeft daarop de discriminatie vastgesteld van een specifieke groep, om vervolgens de uitzondering voor alle personeelsleden te vernietigen. Enkel de reeds goedgekeurde aanvragen van gewezen Rijkswachtofficieren werden behouden.
We staan vandaag dus voor een situatie waarin er enkel verliezers zijn.