Transitiemaatregelen beoordeling militairen

militairen
Van evaluatienota naar postbeoordeling

Door het inwerkingstellen van het koninklijk besluit betreffende de postbeoordeling van de militairen op 1 januari 2014 wordt de invulling van het huidige evaluatiesysteem gewijzigd. Het nieuwe statuut geeft aan deze beoordeling een statutair karakter en maakt het mogelijk een militair na twee opeenvolgende evaluaties met een vermelding “onvoldoende” te ontslaan.

In afwachting van een nieuw reglement die de uitvoeringsmodaliteiten weergeeft van het koninklijk besluit “Postbeoordeling”, werd het huidige reglement: “De beoordelingsprocedure voor de militairen van het actief kader” aangepast zodanig dat het voldoet aan de nieuwe wettelijke voorschriften.

Deze aanpassingen zijn toepasselijk op alle militairen van het actief kader met uitsluiting van de verschillende soorten kandidaten en de militairen die gebezigd worden buiten de krijgsmacht. Elke korpscommandant is verantwoordelijk voor het opvolgen en de controle op de correcte toepassing van deze reglementaire procedures.

Tijdelijke maatregelen

De bestaande evaluatienota wordt beschouwd als de postbeoordeling.
De opstelling van de evaluatienota’s geschiedt om het jaar voor alle militairen en een wijziging van graad of hoedanigheid van de beoordeelde militair kan niet leiden tot het opstellen van een tweede evaluatienota tijdens hetzelfde kalenderjaar. Tevens zal er naar gestreefd worden om een periode van minimaal negen maanden te voorzien tussen twee opeenvolgende afgesloten evaluatienota’s.

De kalender voor een evaluatienota op te stellen is niet meer afhankelijk van de graad van de beoordeelde militair.
Een geëvalueerde militair kan geen eindvermelding “onvoldoende” krijgen indien voordien geen functioneringsgesprek heeft plaatsgevonden.
Een evaluatienota is slechts geldig wanneer zij definitief is afgesloten.


Toe te passen procedure:
Het evaluatiegesprek en het functioneringsgesprek

Een evaluatiegesprek vindt plaats tussen de eerste beoordelaar en de beoordeelde. In dit evaluatiegesprek worden de positieve en negatieve aspecten van het werk van de beoordeelde militair vastgesteld en gezocht naar de reden hiervan. Eveneens wordt de mate van het bereiken van de doelstellingen die tijdens een vorig evaluatiegesprek werden gesteld, geëvalueerd. Daarenboven worden de beoordelingscriteria overlopen en toegelicht en worden de doelstellingen voor een volgende evaluatiecyclus in samenspraak met de beoordeelde militair vastgelegd.

Maatregelen bij risico op een eindvermelding “onvoldoende” door de eerste beoordelaar

Indien de militair riskeert een eindvermelding onvoldoende te krijgen, vindt ten laatste drie maanden voor het evaluatiegesprek een functioneringsgesprek plaats tussen de eerste beoordelaar en de geëvalueerde militair. Eveneens moet er ten laatste drie maanden voor het evaluatiegesprek, een functioneringsgesprek gevoerd worden met de tweede beoordelaar, in aanwezigheid van de eerste beoordelaar.

Gedurende dit functioneringsgesprek overloopt de eerste beoordelaar samen met de geëvalueerde de beoordelingscriteria en doelstellingen. De aandacht wordt gevestigd op de beoordelingscriteria die tot de eindvermelding onvoldoende kunnen leiden, alsook de doelstellingen in verband met die beoordelingscriteria.

In samenspraak met de beoordeelde worden maatregelen bepaald teneinde minstens een eindvermelding “voldoende” te bereiken. Hiervoor werd een nieuw formulier voor functioneringsgesprek ontwikkeld dat bij de evaluatienota zal worden gevoegd. Indien de beoordeelde militair weigert of verzuimt te verschijnen voor het functioneringsgesprek, wordt dit vermeld op de evaluatienota en wordt de procedure verdergezet.

De eindvermelding

De huidige evaluatienota wordt gekwalificeerd op basis van punten tussen de 1 en de 9. Een 9 wordt gegeven aan een uitstekend militair, een 8 en een 7 wordt toebedeeld aan een zeer goed militair, een goede militair verdient een 6 of een 5, bij een voldoende verkrijgt men een 4 of een 3 en een onvoldoende wordt opgevuld met een 2 of een 1.

Voor de postbeoordeling moet een eindvermelding “onvoldoende”, “voldoende” of “goed” wordt toegekend. Dit gebeurt op basis van het rekenkundige gemiddelde van de toegekende kwalificaties op de beoordelingscriteria. Een eindvermelding “goed” verkrijgt de militair van wie het rekenkundig gemiddelde gelijk aan of meer dan vijf bedraagt. De eindvermelding “voldoende” wordt gegeven aan de militair waarvan het rekenkundig gemiddelde gelijk aan of meer dan drie en lager dan vijf bedraagt. Bedraagt echter het rekenkundig gemiddelde minder dan drie, dan bekomt de militair de vermelding “onvoldoende”.

De eindvermelding “onvoldoende” heeft statutaire gevolgen, zijnde een verlaging van de geschiktheidscategorie van de militair tot gevolg. 
Indien de eindvermelding toegekend door de tweede beoordelaar verschilt van de eindvermelding toegekend door de eerste beoordelaar, schrapt de tweede beoordelaar de eindvermelding van de eerste, schrijft zijn eindvermelding op en ondertekend. Bij een eventueel bezwaar betreffende de inhoud van de evaluatie geeft de derde beoordelaar op identieke wijze als de tweede beoordelaar zijn beoordeling.