VIA 5 voor de publieke social/non-profitsectoren

Een principeakkoord onder voorbehoud en onder voorwaarden




VIA 5 werd vandaag goedgekeurd. Daarmee is het Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de social/non-profitsectoren (openbaar en privé) voor de periode 2018-2020 een feit. De maatregelen voorzien in het akkoord zijn opgebouwd rond drie pijlers:
  • Een verdere groei van het aanbod in het kader van het uitbreidingsbeleid;
  • Het werk aantrekkelijker maken door kwaliteitsverbetering als antwoord op werkdruk en wendbaar/werkbaar werk;
  • Een koopkrachtverhoging als waardering voor de blijvende inzet van het personeel.
Dit akkoord is van toepassing op alle door Vlaanderen erkende, vergunde en gesubsidieerde instellingen en hun personeelsleden.
Voor de publieke sector is een gefaseerde inzet van middelen “koopkracht” voorzien. Voor 2018 en 2019 werd respectievelijk 2,06 en 7,3 miljoen euro voorzien als opstap naar 2020. Vanaf 2020 is er 24,6 miljoen euro beschikbaar. Op kruissnelheid is er dus een koopkrachtstijging voorzien ter waarde van 1,1% van de loonkost. Over de concrete invulling van de maatregelen “koopkracht” wordt nog onderhandeld. Voor de opstappen 2018 en 2019 moet er een akkoord zijn voor 15 september 2018. Voor het budget op kruissnelheid moeten de onderhandelingen uiterlijk in het najaar 2019 worden gefinaliseerd. Als de sociale partners elkaar niet kunnen vinden over de concrete invulling en modaliteiten van de maatregelen, vervallen de beschikbare budgetten.

Uiteraard is ACV Openbare Diensten tevreden dat er met de Vlaamse voogdijoverheid een akkoord met middelen voor koopkracht kan worden afgesloten. 
Maar de Vlaamse middelen van dit VIA 5 akkoord kunnen helaas enkel ingezet worden voor 1/3e van het personeel van de lokale en regionale besturen (social/non-profit). 
Wij eisen van de werkgevers van de lokale besturen dat ze een evenredig budget voorzien voor alle personeelsleden, ook voor het niet door Vlaanderen gesubsidieerd personeel. Sinds 2008 zijn de werkgevers niet meer bereid gevonden om een sectoraal akkoord af te sluiten voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van al hun werknemers. Dus blijft er 2/3e van het personeel van de lokale en regionale besturen in de kou staan. Schande!