Uitzendarbeid goedgekeurd in Commissie



Op 20 maart 2018 is het decreet uitzendarbeid goedgekeurd in de Commissie voor Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering en Stedenbeleid. Net zoals bij de verplichte onderhandelingsronde met de vakorganisaties, was ook daar geen ruimte voor een echt inhoudelijk debat.

Als vakorganisatie moeten wij al langer leven met het feit dat de Vlaamse regering het syndicaal overleg als een noodzakelijke, maar vervelende formaliteit beschouwt. In dit dossier werd ook de inspraak aan de democratisch verkozen volksvertegenwoordigers ontzegd.

De minister moest toegeven dat ze in dit dossier buiten het onderhandelingskader van de Vlaamse regering is getreden. De regeling voor uitzendarbeid die bij dit decreet ingevoerd wordt in de Vlaamse overheidsdiensten en de in de lokale en regionale besturen is liberaler dan de regeling voor de privésector. Van het beloofde overleg met de vakorganisaties is niets in huis gekomen. Naar inhoudelijke argumenten als de kostprijs (dubbel zo duur als reguliere contractuele tewerkstelling), het beduidend hoger aantal arbeidsongevallen, de misbruiken (zie de Pano-reportage) etc.,luisterde de regering nauwelijks.

Het slaafs en partijgetrouw stemmen van het decreet in de commissie werd alleen verstoord door een vraag om een hoorzitting te organiseren. Minister Homans vond het alvast onzinnig om het door haarzelf daarnet nog tot “historisch” uitgeroepen decreet een grondige, inhoudelijke bespreking in een hoorzitting te gunnen. Historisch, maar toch niet zo belangrijk dus.

Ook de zogenaamde volksvertegenwoordigers vonden het dossier ‘uitzendarbeid’ geen écht debat waard. Naast de vraagsteller zelf (Kurt De Loor) stonden enkel Ingrid Pira en Ward Kennes open voor een grondige bespreking in een hoorzitting. Tot zover het democratisch debat.