Raad van State verzet zich niet tegen fusie gemeente-OCMW



Uit de hoera-berichten die vanop de persdienst van minister Homans zou je moeten opmaken dat de Raad van State geen opmerkingen heeft gegeven bij het decreet Lokaal Bestuur. Het advies is nochtans kritisch voor het werk van de minister.


Ander besluit

De Raad van State ziet geen graten meer in de fusie van gemeente en OCMW. Dat de twee aparte rechtspersonen - in ieder geval theoretisch - en aparte vergaderingen met aparte agenda's behouden worden, hebben ervoor gezorgd dat de Raad van State nu tot een ander besluit gekomen is dan voordien. De Raad laat het verzet en eerdere opmerkingen ten opzichte van de integratie van het OCMW in de gemeente varen. Ook een nieuw op te richten 'bijzonder comité voor de sociale dienst' dat ervoor moet zorgen dat de bevoegdheden van gemeente en OCMW gescheiden blijven, heeft tot die ommekeer van de Raad van State bijgedragen. Bovendien beschikt het OCMW over (ten minste één) eigen personeel(slid): de maatschappelijk werker.

‘Kwalitatieve’ aanbevelingen
De Raad van State heeft het toch aangedurfd om hier en daar een kanttekening te plaatsen bij de soms vindingrijke constructies in het decreet. De belangrijkste opmerking gaat over geld. De Raad oordeelt dat de gemeenteraad het laatste woord geven over de gezamenlijke meerjarenplanning een “onverantwoorde inmenging in het OCMW-beleid” betekent. Ook de gewijzigde financieringsregels voor het OCMW - de mogelijkheid om een deel van het gemeentefonds rechtstreeks toe te wijzen aan het OCMW en de verplichting van de gemeenten om de OCMW's te financieren zouden geschrapt worden - overschrijden de bevoegdheid.

De bepaling waarin staat dat gemeenten met meer dan 200 000 inwoners kunnen afwijken van door de Vlaamse regering opgelegde voorwaarden wordt opnieuw naar de prullenmand verwezen.

Bij kiezen van een algemeen directeur en een financieel beheerder, had de Vlaamse regering beloofd om mensen niet voor te trekken. In principe zou dus bij de invulling van de nieuwe topfuncties eerst geput worden uit de ‘oude decretale graden’. Maar na een zeer doorzichtig één-tweetje met VVSG op de ultieme onderhandeling op Comité C1, is dat nobele opzet gekelderd. Bij de invulling van de nieuwe topfuncties kan het bestuur voorwaarden opleggen en ‘oude decretale graden’ die niet weerhouden zijn dumpen in een 'passende functie'. 

Tot slot

Het verbaast ons een beetje dat er – naast de ‘kwalitatieve aanbevelingen’ – niet meer fundamentele opmerkingen van de Raad van State gekomen zijn over het uithollen van de rechtspersoon OCMW en de bevoegdheidsoverschrijdingen. De argumentatie dat samengestelde organen toch andere organen zijn is misschien juridisch en academisch te verantwoorden, maar lijkt bizar.

Wij hebben ook de grootste twijfels of dit decreet zal bijdragen tot een beter sociaal beleid. En daar zou het toch allemaal om te doen zijn? Nu zal de Vlaamse regering het ontwerpdecreet – al dan niet bijgewerkt op basis van de ‘kwalitatieve aanbevelingen’ van de Raad van State – finaal goedkeuren en doorsturen voor behandeling in het Vlaams parlement.