Afbouw federaal ambtenarenstatuut: Goedkoop is duurkoop



Minister Vandeput wil vaste benoemingen voor federale ambtenaren afschaffen, hoewel het op dit moment al moeilijk genoeg is om goed personeel te vinden voor een job bij de overheid. Wanneer het openbaar ambt nog minder aantrekkelijk wordt, zal de lat onvermijdelijk lager komen te liggen bij aanwervingen.


Vandaag klagen de federale overheidsdiensten steen en been over het feit dat het steeds moeilijker wordt om degelijk en goed gekwalificeerd personeel te vinden. Nu al is de concurrentie van andere overheidsdiensten en van de privésector groot. Probeer maar eens een arts of een verpleger aan te werven, een ingenieur of een informatica-specialist.

Zelfs voor statutaire functies moet nu al de trukendoos bovengehaald worden om goeie mensen aan zich te binden: er zijn permanente on-going wervingen van penitentiair agenten en calltakers. Ook is het noodzakelijk om boven het diploma te werven via “eerder verworven competenties” om voldoende mensen aan te trekken. Er worden zelfs nog slinksere manieren gebruikt: Verpleegsters krijgen een uurrooster en een arbeidsregime à la carte aangeboden via permanente interims, of personeel wordt aangetrokken via de VZW Smals, de hofleverancier voor ICT-mensen bij de Federale overheid. De federale loonschalen liggen immers te laag om deze mensen via de gebruikelijke kanalen te werven.

Wat gaat dat worden wanneer het geheel openbaar ambt (op enkele beleidsfuncties na) op contractuelen draait?

De lat komt lager te liggen

Geselecteerd raken bij de federale overheid is tegenwoordig geen sinecure. De tijd dat iedereen wel binnen raakte ligt al lang achter ons. Nu moet je slagen voor een generieke proef, met een postbakoefening, situationeel handelen en de vreselijk moeilijke proef in logisch denken. Kom je daar door, dan heb je een vaktechnische proef, en dan volgt nog een interview. 

Een kleine navraag op enkele personeelsdiensten leert dat die moeilijkheidsgraad niet houdbaar blijft wanneer het openbaar ambt minder aantrekkelijk wordt. De lat zal onvermijdelijk lager komen te liggen.

Bovendien blijken die personeelsdiensten nog weinig bereid te zijn om in personeel te investeren. Waarom zou je de mensen nog verder opleiden en vormen wanneer je het gevaar loopt dat de beste krachten makkelijk weggeplukt worden door de privésector? Een beetje meer loon aanbieden, een bedrijfswagen met tankkaart, een smartphone kunnen volstaan om het personeelsbestand van de federale overheid af te romen. Want contractuele ambtenaren voelen zich toch niet meer gebonden aan hun werkgever. Recht op het overheidspensioen hebben ze niet en het vooruitzicht op een statutaire benoeming evenmin.
 
Het paard van Troje
Natuurlijk kan de federale overheid dat verhelpen, met een hoger loon of extralegale vergoedingen. Maar dan gaat het kosten, en was het nu net niet de bedoeling dat er zou worden bespaard?

Duurder personeel dat minder competent is, was dat de bedoeling? De N-VA gaat de kiescampagne in met populistische maatregelen. Een zondebok aanwijzen is altijd makkelijk scoren. De rekening zal achteraf wel betaald worden.

Door van de contractuele tewerkstelling de norm te maken haalt de Federale overheid het Paard van Troje binnen: het lijkt een overwinning, maar de ontnuchtering zal snel volgen.
Goedkoop is duurkoop, zei mijn moeder altijd.