Wereldkankerdag: Brandweer eist meer bescherming



© Debora Lauwers

Uit onderzoek is gebleken dat de overheden en de werkgevers hun verantwoordelijkheid niet ernstig nemen en niet het nodige doen om het brandweerpersoneel voldoende te beschermen tegen de risico's van de blootstelling aan kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen (KMR). Dat personeel loopt twee keer gevaar: eerst door de aard van het beroep en anderzijds door de gevolgen ervan.  

Er is een groot verschil tussen het aantal kankergevallen die erkend worden als beroepsziekte in de verschillende landen en het aantal kankergevallen die het gevolg zijn van een blootstelling op het werk. De nationale en Europese gegevens zeggen nauwelijks iets over het beroep van de kankerpatiënten. Volgens schattingen van het Europees vakbondsinstituut (ETUI), zou8 % van alle kankergevallen werkgerelateerdzijn, 12 % bij de mannen en 7 % bij de vrouwen. Bovendien heeft specifiek onderzoek aangetoond datbrandweermannen van 30 tot 49 jaar een veel hoger risico lopen op prostaatkanker of een huidmelanoom

Blootstelling aan KMR-stoffen uitschakelen

Het Netwerk van het Brandweerpersoneel van EPSU eist dat er zo snel mogelijk werk wordt gemaakt van een stevig reglementair kader en een globale aanpak van de strijd tegen werkgerelateerde kankers. Maatregelen zijn nodig om de blootstelling aan de KMR-stoffen uit te schakelen of zoveel mogelijk te beperken, en om ervoor te zorgen dat er voldoende beschermingsmiddelen beschikbaar zijn vóór, tijdens en na de interventies. Het is essentieel dat het "voorzorgsprincipe" en het "principe van de vervangingsplicht" in het REACH-reglement (in verband met de registratie, beoordeling, autorisatie en beperking van chemische stoffen) van de EU worden behouden en uitgebreid zodat die uiterst zorgwekkende producten, geleidelijk van de markt worden gehaald en dat nieuwe stoffen de huidige situatie niet komen verergeren. De regeringen moeten hun verantwoordelijkheid nemen voor de brandweer, niet alleen door meer aandacht te hebben voor de preventie, maar ook door de kankergevallen bij de brandweer te erkennen als een beroepsziekte

Voldoende middelen voorzien

Het is trouwens onontbeerlijk dat de regeringen en de werkgevers involdoende menselijke en financiële middelen voorzienvoor de brandweer, om de gezondheids- en veiligheidsproblemen op het werk beter te kunnen aanpakken en opvolgen, ook na de actieve loopbaan van de personeelsleden. Dat is eenverantwoordelijkheid van de overheid, die trouwens zou moeten inzien dat een betere gezondheid, veiligere arbeidsomstandigheden en een beperking van het risico op kanker voor meer duurzaamheid zorgen en ook voor een betere kosten-effectiviteitsverhouding bij de brandweer.

Druk van de vakbonden

Het Netwerk van het Brandweerpersoneel is heel erkentelijk voor het werk dat ETUI en EPSU hebben geleverd in de strijd tegen de werkgerelateerde kankers, en meer bepaald om erover te waken dat de bindende grenzen van professionele blootstelling aan kankerverwekkende stoffen werden opgenomen in de richtlijn over carcinogene of mutagene agentia (2004/37/CE). Het toepassingsveld van die richtlijn zou trouwens uitgebreid moeten worden tot de reprotoxische stoffen. Door de druk van de vakbonden staat de herziening van de richtlijn over de carcinogene of mutagene agentia opnieuw hoog op de agenda. In een ideaal scenario wordt die nieuwe richtlijn een evolutief instrument dat vlot kan worden aangepast. Het Netwerk zal daar actief aan meewerken, ook op wereldwijd vlak om er over te waken dat de richtlijnen van de IAO over waardig werk ook uitvoering krijgen in de openbare nooddiensten (2018).  

Samen kunnen we een stevig kader uitbouwen voor het recht op gezondheid in Europa en in de rest van de wereld.

We moeten sensibiliseren, vergelijkbare gegevens en goede praktijken verzamelen en uitwisselen om er de lessen uit te trekken en die dan te delen. Er moeten duidelijke procedures worden uitgewerkt en toegepast vóór, tijdens en na de interventies, bijvoorbeeld op het vlak van een correcte reiniging van de gebruikte kledij en uitrusting. Trainingsprogramma's en oefeningen zijn nodig om elke stap van de procedures aan te leren en in de praktijk toe te passen. Het recht op informatie en raadpleging, de sociale dialoog en de collectieve onderhandeling zijn instrumenten die gebruikt kunnen worden om het beslissingsproces over de keuze, het ontwerpen en het invoeren van nieuwe uitrustingen, technologieën en/of de werkorganisatie en –procedures te verbeteren.