Proef voor behoud conditie en kwalificatie adembescherming


Alle gemeentelijke brandweerdiensten zijn opgegaan in hulpverleningszones. Daarmee zijn er ook een aantal koninklijke besluiten in werking getreden die samen vormgeven aan het statuut van de operationele leden van de hulpverleningszones. Een aantal zaken maken geen deel uit van dat statuut, zoals het behoud van een optimaal conditieniveau en het bekwaam en doordacht gebruik van adembeschermingstoestellen.

Met een nieuwe omzendbrief stelt minister Jambon nu een geïntegreerde periodieke proef voor die die twee onderdelen combineert. De proef zou dan deel uitmaken van het zonale beleid rond opleidingen. Voortaan is er dus een combinatie van de verschillende facetten, want ook de link met functiebeschrijvingen en evaluatie wordt gelegd.

Enkele uitgangspunten om zo'n proef in te voeren, zijn:
  • van wettelijke aard, zoals deze van de minimale middelen en voorwaarden en het statuut; 
  • het belang van de goede conditie voor eigen veiligheid en de veiligheid van derden in het uitoefenen van de job;
  • de behoefte aan uniformiteit.
Er wordt veel aandacht besteed aan het draagvlak en er wordt verwezen naar de verplichting om een voorafgaand syndicaal overleg te organiseren.
In de praktijk zal de proef er als volgt uitzien:
  • de frequentie: de minister stelt voor om de fysieke paraatheid en de accreditatie adembescherming tweejaarlijks te evalueren;
  • de inhoud van de proeven: de proeven zijn anders dan de geschiktheidstesten bij aanwerving en benoeming;
  • de trainingsmaatregelen: de brief verwijst naar trainingsprogramma’s en de nodige faciliteiten (infrastructuur en begeleiding door een  sportdeskundige).
Ten slotte wordt er van de brandweer het nodige engagement verwacht om de proeven tot een goed einde te brengen.