Stand van zaken

In maart schreven we de minister van binnenlandse zaken aan met een duidelijke boodschap: een jaar na de grootse brandweerhervorming is er maar weinig reden om te juichen. Zo kaartten we onder meer aan dat degelijke personeelsplannen ontbraken, er onvoldoende waardering is voor het personeel door uitholling van het statuut, dat er geen of nauwelijks sprake is van een veiligheids- en welzijnsbeleid in de zones, dat menselijke leiding en degelijke coaching ontbraken en dat communicatie en sociale dialoog gebrekkig zijn of ontbraken.

In een lang gesprek met de minister werd gesproken over de verschillende pijnpunten. En in verschillende gevallen werden deze pijnpunten ook bevestigd.

Het gesprek heeft geleid tot volgende afspraken:
  • het is absoluut de bedoeling te werken aan de management skills van de zoneleidingen. De minister zelf gaf enkele insteken om dit snel en concreet aan te pakken;
  • we zetten ons in de komende periode geregeld samen met de medewerkers om de evaluatie van de inspectie en onze elementen samen te leggen en in de diepte te bespreken. Dit moet in de toekomst een gerichtere aanpak toelaten, hetzij op zonaal niveau, hetzij op federaal niveau. Eerstdaags volgt een concrete afspraak;
  • de inspectie zal ondertussen verder zijn coachende rol opnemen met sanctionerend gevolg als de zone niet bijstuurt;
  • eerstdaags volgen alvast enkele lacunes op de onderhandelingstafel, zoals evaluatie en de herziening van de regelgeving over de diplomatoelage;
  • rond DGH verwachten we eind juni het inplantingsplan van de minister van volksgezondheid. Dit zal ook toelaten te zien hoe DGH binnen brandweer verder vorm krijgt;
  • ook voor het administratief personeel zal er gewerkt worden aan een betere omkadering, zodat er onder meer duidelijkheid komt omtrent de mogelijkheden loopbaanonderbreking;
  • we krijgen van het kabinet een actieplan, waarop duidelijk wordt wat in de toekomst verder zal worden aangepakt. Hierin zal ook de grondige evaluatie va het statuut aan bod komen vanaf het najaar . De meer hekele punten, zoals onder meer operationaliteitspremie, sociale promotie, een begonnen uur, ¬†zullen dan opnieuw op de tafel komen.
Op de vraag of de minister brandweer als een zwaar beroep ziet, was hij voorzichtig en verwees hij naar de pensioencommissie die daarover beslecht. Hij ziet in ieder geval niemand brandbestrijding doen tot zijn 65ste en vele taken bij brandweer beschouwt hij wel degelijk als zwaar.