Statuut brandweer: het werk is nog niet af

brandweer wagen
Op 3 april was er een laatste onderhandelingscomité over het statuut. Daarop werden enkele laatste aanpassingen van de Raad van State besproken. Zo is er nog een aanpassing rond de inschaling van de officieren in het nieuwe statuut. Bovendien werd in de teksten opnieuw het verworven recht omtrent het verlof ingeschreven in het administratieve luik. ACV-Openbare Diensten tekende alsnog een protocol van niet-akkoord. We blijven vooral op onze honger op vlak van de professionalisering. Tegen januari 2015 moet het statuut geïmplementeerd worden in de zones. Ons werk is dus nog lang niet af. 



Tijdens de discussie hebben we bovendien nog volgende zaken kunnen bekomen:

Het niet voldoen aan de benoemingsvoorwaarde kan een reden zijn tot ontslag. De raad kan echter als bijkomende benoemingsvoorwaarde het brevet 100 opleggen. Het kan volgens ons echter niet dat deze voorwaarde aanleiding zou kunnen geven tot ontslag wanneer men functies uitoefent waarvoor deze voorwaarde niet langer geldt. Het kabinet had hiervoor begrip en zou de teksten in die zin nog aanpassen.
Er is wat discussie geweest omtrent het valideren van de opleiding rampenmanagement als equivalent aan het brevet crisissituatiebeheer. Ook hier zou men de zaak bekijken om een oplossing te zoeken via collectieve validering.
Voor DBDMH (brandweer Brussel) wordt verwezen naar een samenwerkingsakkoord. Hiervoor hebben we gepleit om de memorie van toelichting te vervolledigen met het feit dat dit akkoord deel uit moet maken van onderhandeling in sector XV volgens het syndicaal statuut
De wijzigingen in functie van de opmerkingen Raad van State al werden aangenomen op het niveau van de interkabinettenwerkgroep. De teksten moeten niet meer passeren in de ministerraad en zullen dus worden overgemaakt ter ondertekening door de koning.
We denken dat de teksten gepubliceerd zullen worden half april.

Is het werk nu volledig af?

Van bij aanvang was de minister vastberaden: ze zou de brandweerhervorming in handen nemen. Het regeerakkoord gaf hier ook het nodige kader voor. Maar al gauw bleek het dossier te complex en hoe dan ook, koken kost geld.
En hoewel iedereen de brandweer steeds hoog in het vaandel draagt, wordt ook voor brandweer de discussie heel wat moeilijker als het om centen draait. Het heeft dan ook tot maart 2013 geduurd vooraleer we duidelijkheid kregen binnen welk financieel kader we aan de slag konden gaan. Informeel werd voordien een en ander wel eens afgetast en daaruit bleek al wel enig verschil in visie. Het zou dus niet altijd evident worden. Het werd dan ook een zeer grillig parcours om te komen tot wat vandaag als definitief wordt beschouwd.
Sinds de echte doorstart van de gesprekken eind juni vorig jaar heeft het ontwerp statuut toch een hele weg afgelegd. We hebben als vakbonden gevochten voor elke wijziging in het voordeel van het personeel. 

Administratief luik

Zo is er geen sprake meer van rechtstreekse werving in de graad sergeant. Iets wat aanvankelijk logisch leek voor de overheid, maar brandweerlui met deze graad hebben net een sleutelfunctie bij een interventie. Naast kennis en vaardigheden, is ervaring, opgedaan in de vorige graden, dan ook minstens zo belangrijk.
Omdat naast opleiding, evaluatie mee een rode draad vormt in het statuut, werd gezorgd voor een uitgebreide omkadering bij deze evaluatie en het mogelijke gevolg van ontslag na twee onvoldoendes in een periode van drie jaar, moet de toets van een onafhankelijk beroepsorgaan doorstaan.
Rond opleiding zal er nog werk aan de winkel zijn. Want hoewel opleiding een van de fundamenten van het statuut is, moet het concept dat men voor ogen heeft, nog in teksten worden gefinaliseerd en ook dit zal nog heel wat onderhandelingswerk in beslag nemen. Opleiding betekent immers afwegen tussen kwaliteit en kwantiteit, rekening houden met beschikbaarheid en professionaliteit en de balans tussen recht en plicht.
Er werden ook eindeloopbaanmaatregelen ingebouwd, omdat brandweerman of vrouw zijn, toch wel heel wat vergt van een persoon. Zo kunnen brandweerlui vanaf 50 jaarlijks een extra bijkomende verlofdag genieten en heeft men verschillende formules van wedertewerkstelling ingebouwd. Mits de toets van deze wedertewerkstelling wordt tevens het verlof voorafgaand aan het pensioen als recht ingebouwd. Hierbij is de wedertewerkstelling ook niet zomaar willekeurig, maar zal deze moeten rijmen met het profiel van betrokkene en zal een paritair orgaan toezien op een degelijke toepassing.
Vormen van loopbaanonderbreking zullen in de toekomst (in een voltijdse formule) mogelijk zijn. Dit was lang niet het geval voor alle korpsen. Bovendien zijn de thematische verloven volwaardig gevrijwaard , dus ook in deeltijdse formules.
Mobiliteit en professionalisering zijn nieuwigheden in het statuut, waarbij het ene al beter onthaald dan het andere. Mobiliteit geeft de kans om in te stappen in een andere zone, in dezelfde hoedanigheid, dus als beroepspersoneelslid wanneer het om een beroepsbrandweerman of vrouw gaat, of als vrijwilliger vanuit de hoedanigheid van vrijwilliger.
Professionalisering daarentegen geeft vrijwilligers de kans om naar het beroepskader over te stappen. Dit laatste ligt zeer gevoelig bij het beroepspersoneel, omdat we vandaag al zien dat mensen vaak lang in een graad blijven omdat er niet altijd plaatsen zijn om door te groeien. Beroepslui vrezen dat ze nog minder kansen zullen genieten op deze manier. De professionalisering werd uiteindelijk beperkt tot deze in dezelfde graad, maar de zone blijft vrij te beschikken om de plaats voor zowel beroeps als vrijwilligers open te stellen.
In het geldelijke luik
De onregelmatige prestaties worden voortaan vervat in een operationaliteitspremie, soms nog een discussiepunt wanneer men dagdienst en continudienst naast elkaar zet maar die allicht minder gevoelig zal zijn aan wijzigingen in de arbeidstijdorganisatie. Startende van 29% , werd een eindresultaat van 38% genoteerd. Ook belangrijk hierbij is dat de zone in deze niet langer een marge heeft: elk gepresteerd uur geeft bijkomend recht op deze premie.
Dit in tegenstelling tot de toepassing voor de vrijwilligers waarbij men de bestaande regelgeving omtrent onregelmatige prestaties heeft behouden, wat een marge betekent tussen 0 en 25% bijkomend voor nachturen en tussen 0 en 100% bijkomend voor weekenduren.
Diplomatoelagen werden met dit statuut nieuw leven ingeblazen. De teksten daterende van 1994, die tot nu toe nagenoeg dode letter bleven, zullen worden geactualiseerd. Een concept met goede intenties maar het welke nog concrete invulling vraagt.
De wedden op zich zullen licht stijgen, al naargelang de graad, voornamelijk omwille van de harmonisatie tussen Vlaanderen en Wallonië. Het gewicht van de loonmassa zal ook in het begin van de loopbaan liggen, al de geldelijke loopbanen ontwikkelen zich voortaan over 25 jaar en elke graad kent een vork van vier schalen waarin men kan groeien mits voldaan aan de opleidingsvoorwaarden en een goede evaluatie.

Arbeidstijd

Arbeidstijd zal worden georganiseerd volgens het principe van achtendertig uren gemiddeld per week, rekening houdend met de aspecten van een continudienst en mogelijke onvoorziene omstandigheden. Slechts zeven zones van de vierendertig krijgen hierop een afwijking tot maximaal achtenveertig uren per week, mits voorafgaand onderhandeld. Maar ook zij zullen op termijn het principe van achtendertig uren moeten respecteren. Brandweerlui zullen de mogelijkheid hebben om vrijwillig zich bijkomend te engageren via een opt-out, en dit tot een maximum van achtenveertig uren op weekbasis. Opleiding is voortaan duidelijk arbeidstijd wat niet altijd evident blijkt voor brandweer.
Ook de diensttijd voor vrijwilligers is voortaan vastgelegd, met een maximum van vierentwintig uren op weekbasis, dit wel met een jaar als referentieperiode.

Wel verworven rechten , geen onderhoudsproeven

'Verworven rechten' zijn een turbulent gegeven geweest in dit statuut. Het huidige diverse landschap van korpsen resulteert immers in tal van diverse statuten, met elk hun eigen accenten. Een onmogelijke oefening dus om te harmoniseren wat ons heeft gebracht tot de vraag om verworven rechten te consolideren. Een uiterst gevoelige vraag, langs beide kanten, die we uiteindelijk met kracht hebben bijgezet, wat niet alleen heeft geleid tot een zeer bewogen actie, maar eveneens een uitermate wispelturig politiek debat. We zijn uiteindelijk geland met het behoud ten persoonlijke titel van de verloven, de maaltijdcheques, de hospitalisatieverzekering, de meest gunstige eindejaarspremie en de fietsvergoeding mocht deze bestaan in het huidige statuut.
In de stroom van deze turbulentie is ook de discussie omtrent de onderhoudsproeven op fysiek vlak ontstaan, wat uiteindelijk heeft geleid tot het volledige schrappen van deze onderhoudsproeven uit de teksten. Dit betreuren we ten zeerste, net omdat de weg die we rond deze proeven hebben afgelegd dusdanig constructief is geweest, dat er een degelijk draagvlak voor is ontstaan, niet in het minst omwille van degelijke overgangsmaatregelen en omkadering die voorzien waren, omdat de proeven als haalbaar en relevant werden beschouwd , omdat het aspect veiligheid een belangrijk gegeven is voor brandweerlui en omdat het uniforme van het verhaal positief werd onthaald. Op dit vlak staan we dus terug bij af en riskeren we zeer diverse toepassingen zonder duidelijke en degelijke omkadering.

Tekst en uitleg

Eind december maakten we al een balans met enkele oriëntaties van het statuut in een brochure. Deze brochure zal nu worden geactualiseerd. De brochure zal naast de belangrijkste elementen van het statuut ook enkele andere zaken bevatten die nuttig en interessant kunnen zijn als leidraad bij de verdere ontwikkelingen in de zones. Ze zal te vinden zijn op onze site en we zorgen ook voor enige gedrukte exemplaren.
Ondertussen werd ook de site van Binnenlandse zaken al gestoffeerd met verschillende nieuwe (ontwerp) teksten, een korte handleiding voor besturen en een handleiding voor het personeel.

Het werk is niet af

De federale onderhandelingen werden afgerond. Na een laatste advies Raad Van State werd er nog bijgeschaafd, voornamelijk aan de integratieregels voor de officieren. Half april zouden we de teksten in het staatsblad mogen verwachten. Ondanks de afgelegde weg bleven de drie vakbonden bij een protocol van niet akkoord. Voor wat ACV-Openbare Diensten betreft vooral omwille van het heikele punt, van bij aanvang, inzake de professionalisering. Verschillende voorstellen van onzentwege mochten niet baten. Toch moet ook gezegd dat de pil al veel minder bitter smaakt door de behaalde resultaten in onder meer de verworven rechten. De actie van december jongstleden heeft dus toch concrete resultaten opgeleverd.
Het werk is echter nog niet af. Pas nu begint het exploitatiewerk: de implementatie van dit raamwerk, naast al de andere nieuwe regelgeving, in de zones. Ook daar zullen nog de nodige discussies worden gevoerd om de zonale marges in te vullen, maar ook om het statuut van het administratief en technisch personeel te beslechten en de arbeidstijd(organisatie) te bespreken. Met een objectief van januari 2015 voor ogen ligt er dus nog heel wat werk op de plank. We zullen dan ook snel werk maken van een initiatief richting zone voorzitters om de gesprekken te starten.