De derde leukste anekdote

Begin februari 2012 bereikten ons zeer verontrustende geluiden in verband met de eerste pensioenhervorming, vooral wat de eindeloopbaanproblematiek van de brandweermannen betrof. Om een beetje druk op de ketel te zetten tijdens de ministerraad van 10 februari 2012 werd er de avond voordien door het gemeenschappelijk vakbondsfront opgeroepen om nog snelsnel brandweerman(militanten) te verzamelen voor een betoging aan de Wetstraat.

Vanuit Hasselt vertrokken we met een tiental brandweermannen om te verzamelen aan de brandweerkazerne van Brussel Helihaven. De opkomst viel een beetje tegen, slechts 300 brandweermannen vanuit heel België, maar ja, er was ook pas de avond ervoor opgeroepen.

In colonne reden we, zoals brandweermannen dat kunnen, met veel lawaai door de stad tot aan de neutrale zone. Vanaf hier vertrokken onze onderhandelaars naar de 16 voor een onderhoud met de ministerraad. Wij posteerden met onze gebruikelijke attributen (tweeklanken en waterspuiten) aan de  Friese ruiters. 

Het was bitter koud die dag en al het water dat wij spoten, vroor onmiddellijk vast op de weg én aan de kledij van de ordehandhavers. Het viel van in het begin al op hoe weinig politie er aan de versperring stond, maar ja, de versterking stond vermoedelijk om de hoek. Al bij al was de sfeer redelijk goed, aan beide kanten van de versperring: er ging al eens een bekertje koffie naar de overzijde of een doorweekte en verkleumde politie-agente kreeg een paar droge handschoenen van een brandweerman.
 
Op een bepaald moment kwam een afgevaardigde van het VSOA-SLFP vertellen dat zij binnen aan het lijntje gehouden werden en dat er, tegen de belofte in, nog steeds geen onderhoud met de betrokken ministers (Van Quickenborne en Milquet) was geweest. Misschien moesten we eens wat dichterbij komen want de ministerraad hoorde ons precies nog niet goed.

Daarop werd er wat gerammeld aan de Friese ruiters en stelden we vast dat deze niet al te goed verankerd werden. De spanning steeg een beetje en ineens... trokken we de versperringen open en onze brandweerwagens rukten op naar de Wetstraat. De ordediensten boden wat weerstand, maar eerder symbolisch. Ik verwachte, terwijl we met brandweerslangen onder de arm oprukten, dat de versterking elk moment met het waterkanon om de hoek zou verschijnen. Om de hoek bleek inderdaad het waterkanon te staan, maar de bemanning beantwoordde onze groet met een wedergroet. En dus stonden we ineens vóór de Zestien!!! 

De ordediensten hergroepeerden zich voor de ingang (niet dat wij de intentie hadden om binnen te dringen), de slangen werden weer aangekoppeld en de gevel (en ook wat agenten - sorry) werden bespoten. Als één van de weinige militanten aanwezig en als actief lid van het Nationaal Groepscomité Brandweer besefte ik dat dit een unieke situatie was. Ik probeerde dan ook constant om de brandweermannen wat in te tomen. Spuiten op de gevel, OK; spuiten op manschappen van de politie, niet OK; poederblusser, niet OK. 
Ik wilde de ordediensten vooral niet provoceren, ik wou dat we zolang mogelijk op deze plek onze stem konden laten horen. 

Mijn gedrag moet blijkbaar de verantwoordelijk officier van de politie opgevallen zijn, want al gauw raakten we in gesprek, met als gezamenlijk doel: de situatie niet laten escaleren, want die ene poederblusser was er voor hen al nét over. 

Toen ik hem vroeg hoe het kwam dat er slechts een beperkte troepenmacht op de been was hoewel onze komst zelfs de avond ervoor al in de pers aangekondigd geweest was, antwoordde hij: "Tja, ik kreeg gisterenavond rond 21u een telefoontje met de vraag hoeveel manschappen ik kon optrommelen voor vandaag."  

Hierop kon ik alleen maar zeggen: "Tiens, da's nu toeval, ik kreeg op dat moment ook een telefoontje, met dezelfde vraag!!" :-)