Opinie

Politieke nieuwjaarsbrief aan de voorzitters van de regeringspartijen

Mijnheer de partijvoorzitter,

Het is nu eenmaal een cliché, december nodigt uit om terug te blikken en vooruit te kijken.
Ook wij bezorgen u bij deze onze “politieke nieuwjaarsbrief”.

Van bij de start van de nieuwe regeringen was het op syndicaal vlak alle hens aan dek. Maatregel na maatregel werd beslist in het nadeel van de gewone werknemer.
Die aanpak is niet juist en voor veel mensen onbegrijpelijk. Maar zij worden niet gehoord. En jullie politici gaan ondertussen gewoon verder op dit elan.
Vlaanderen besliste eerst de kinderbijslag niet te indexeren. Nadien kregen we een algemene indexsprong die we niet alleen in ons maandloon voelen maar ook in het vakantiegeld en eindejaarspremie. De gevolgen daarvan blijven aanwezig in onze hele verdere loopbaan en in ons pensioen.

De pensioenmaatregelen treffen het overheidspersoneel onevenredig zwaar. Ambtenaren zullen drie, vier of vijf jaar langer moeten werken. Een kwart van de vrouwelijke ambtenaren zal niet voor de wettelijke leeftijd op pensioen kunnen. De maatregelen doen ook afbreuk aan de garanties die we nog maar pas bij de vorige pensioenhervorming (2011) hebben bekomen. Werknemers in de openbare sector hebben echt geen begrip voor de manier waarop het pensioendossier werd aangepakt. Dat er opnieuw 700 miljoen euro wordt bespaard op gezondheidszorg en pensioenen wekt grote zorgen.

We zagen ook de facturen voor kinderopvang en allerlei collectieve diensten stijgen. We kregen een hogere elektriciteitsfactuur dankzij de btw-verhoging en energieheffing. 
Maar andere evidente kwesties, zoals de fiscale behandeling van bedrijfswagens, bleven zorgvuldig buiten schot, zelfs al staan we op een klimaatbreekpunt.
Jullie regeringen bouwen ook bewust de overheidsdiensten af. Federaal krijgen ze zelfs een kwart minder werkingsmiddelen en tien procent minder personeel. Bij Justitie runnen we drie gevangenissen extra, maar met minder personeel dan vroeger. De besparingen die de federale “redesign” moeten opbrengen (afgerond een half miljard euro) zijn simpelweg onrealistisch.  Vlaanderen vermindert dan weer lineair het aantal personeelsleden, de domste manier van besparen die er is. Lokale besturen zijn verplicht te schrappen in hun werking, met hoe dan ook minder of duurdere dienstverlening voor de burger als gevolg.

Politici praten de bevolking maar al te graag aan dat we best maximaal besparen op de openbare sector. Alsof dát de mensen niet zou raken, alsof dát geen gevolgen heeft.
De politieke keuze om publieke diensten steeds meer over te laten aan privébedrijven is fout. Privébedrijven houden geen rekening met hét principe waar openbare diensten voor staan: alle burgers gelijke toegang geven tot basisbehoeften zoals zorg, bereikbaarheid of veiligheid. Zoveel mogelijk winst maken mag nooit de focus zijn van deze basisdienstverlening. 

En ja, ook wij weten dat gezonde overheidsfinanciën bijdragen tot onze economie. En als we de openbare diensten beter kunnen doen werken, vind je in ons een absolute partner. Maar het gevoerde beleid drukt op de economische groei. Dat zeggen wij niet alleen, dat zegt ook het IMF.
De manier waarop openbare diensten vandaag door de politiek met de vinger worden gewezen en misprezen, is onterecht. 
Onterecht omdat goed werkende openbare diensten een samenleving net versterken, omdat ze mensen kansen geven, omdat ze een maatschappij creëren waar het goed leven is. 
Maar ook onterecht omdat het gebrek aan appreciatie de motivatie, zin voor initiatief en dynamiek van het overheidspersoneel ondermijnt. 
Uw ministers bevoegd voor Ambtenarenzaken verklaarden bij hun aantreden vorig jaar nochtans dat ze het overheidspersoneel weer trots wilden laten zijn op hun job. 

Het sociaal overleg in de openbare sector is het afgelopen jaar al té vaak niet ernstig genomen. De pensioenhervorming werd zonder enig draagvlak doorgeduwd. De manier waarop de overgang is geregeld van federale personeelsleden naar Vlaanderen is een miskleun. Wat op globaal overleg voor de lokale sector moest lijken, zoals bijvoorbeeld over de gevolgen van de provinciehervorming voor het personeel, was niet meer dan een schertsvertoning.
Wij vakbonden reageerden op allerlei manieren. Door op straat te komen, ja, maar vooral door aan de onderhandelingstafel ons punt te maken. Al bleek dat meestal een maat voor niks.

Eind 2014 toonden we de sterkte van ons draagvlak toen we met 120.000 op straat kwamen. Een jaar later deden we dat – tegen de verwachtingen in – nog eens over. 120.000 mensen in Brussel, dat zijn nog eens enkele meervouden daarvan die op het werk of thuis sympathiseren. 
Maar indruk maakte dat niet echt hé?

Dat ons hardste wapen - staken - op heel weinig begrip van de bevolking kan rekenen, weten wij en jullie ook. Jullie zitten dus in een erg comfortabele positie. Maar comfortabel of niet, in 2016 gaan wij verder met ons verhaal. Ook volgend jaar zullen we er zijn op de overlegmomenten om onze standpunten te verdedigen. Ook dan willen we het hebben over een eerlijk pensioen na de loopbaan en mogelijkheden om langer aan het werk te kunnen blijven. Over openbare diensten voor iedere burger en werkbaar werk voor het personeel dat deze dienstverlening verzorgt. En over evenwichtig verdeelde maatregelen die ook de grote vermogens aansporen om bij te dragen.

Enkele hete hangijzers

Heel concreet vragen we met deze brief aandacht voor enkele problemen die zich de komende weken en maanden zeker gaan stellen:
  1. Onze pensioenen moeten met meer zin voor realiteit worden benaderd. Om duurzaam te hervormen, is er een draagvlak nodig. En alle idee-fixen ten spijt, zijn de overheidspensioenen helemaal niet te hoog. Ze komen overeen met het Europees gemiddelde. Werknemers in privésectoren met een aanvullend pensioen zijn in netto-termen vaak beter af. Maar zijn politici bereid hiermee rekening te houden?
  2. Op Vlaams niveau wil men af van de mogelijkheden op loopbaanonderbreking voor overheidspersoneel. Van de karikatuur dat deze formule enkel dient om de wereld af te reizen, maken jullie politici graag gebruik. Laat dat toch eens los. In werkelijkheid is het één van de weinige kansen die personeelsleden hebben om werk en privé op elkaar af te stemmen en om langer werken dus houdbaar te maken. Wat wordt de houding van uw partij in deze kwestie? 
  3. Politici willen de lasten op arbeid verminderen met een tax shift. Wij staan achter de doelstelling, maar u kent net zo goed de ACV-kritiek op de financiering ervan.
    Een hele reeks overheidsdiensten wordt uitgesloten van die operatie, zelfs voor activiteiten die concurrentie ondervinden van privésectoren. Om die uitsluiting te verantwoorden worden onredelijke juridische (een wet van 2007 over de arbeidsongevallen) en niet onderbouwde budgettaire argumenten (de werkelijke kost is niet behoorlijk becijferd) aan-gevoerd. Het kan niet dat de openbare sector door politieke onwil bewust uit de markt wordt geprijsd. Wat bent u bereid, samen met ons, te ondernemen om dat te verhelpen? 
  4. Aan de onderhandelingstafel tekenden wij present. Overleg na overleg gingen wij goed voorbereid aan de slag. Telkens waren onze standpunten met inhoudelijke argumenten onderbouwd. Maar wat we aan de gesprekstafel zagen en hoorden, was helemaal niet ernstig.
    Toch willen we in 2016 voluit inzetten op sociaal overleg. Net zoals het afgelopen jaar blijven we er geduldig en realistisch voor pleiten om, in navolging van het interprofessioneel akkoord, ook voor de openbare sector tot een algemeen sociaal akkoord te komen.
    We dringen erop aan dat dit op korte termijn tot stand komt en dat vervolgens op het niveau van de deelsectoren ook sectorale akkoorden worden gerealiseerd.

Bedankt alvast om onze grieven te willen lezen. Wij hopen op een spoedige reactie en nog meer op uw bereidheid om een beperkte delegatie van onze organisatie te ontvangen en verder van gedachten te wisselen over deze kwesties.

Als vakbond willen we met zoveel mogelijk mensen vooruit. Jullie ook?
 Luc Hamelinck, Voorzitter
 

Afslanking van de provincies… Vlucht vooruit of afbraakpolitiek?

Afslanking van de provincies…
Vlucht vooruit of afbraakpolitiek?
De Vlaamse regering heeft met haar beslissing om alle persoonsgebonden materies aan de provincies te ontnemen de vlucht vooruit genomen. Terwijl er nog geen volwaardige alternatieven voor de provinciale instellingen zijn, zelfs zonder juridische zekerheid over de haalbaarheid van het ultieme doel - namelijk het afschaffen van de provincies - is de vlucht vooruit genomen. Deze beslissing betekent de definitieve doodsteek en langzame doodstrijd voor alle goede provinciale initiatieven, projecten en instellingen. Van afbraakpolitiek gesproken!
Vertrouwen…
Als we de minister in de pers mogen geloven is er geen enkel probleem; ook niet voor onze hoofdbekommernis: het personeel. De minister stelt “dat het niet de bedoeling is dat goed draaiende instellingen verdwijnen". En dat ze “ begrip heeft voor de ongerustheid". Maar we onthouden vooral –of is dit de zoveelste sneer naar het overheidspersoneel?- “dat iedereen nu op beide oren kan slapen."

Wij stellen enkel vast dat de provincies kapot gemaakt worden vooraleer er volwaardige alternatieven zijn om de taken en bevoegdheden over te nemen. Waar en hoe moet het huidige personeel van de provincies straks aan de slag? Met welke middelen? De provinciale middelen zijn quasi uitsluitend bedoeld om de Vlaamse schulden te delgen. Daarnaast wordt hier ook elegant een zoveelste bocht van 180° gemaakt. In het Vlaams regeerakkoord en de Beleidsbrief van de minister stond duidelijk dat de taken en bevoegdheden prioritair over zouden gaan naar de gemeenten.. In de praktijk blijken deze absoluut geen vragende partij (ze zouden wel gek moeten zijn!) en de facto gaan zowat alle taken noodgedwongen door de ondertussen ook al armlastige Vlaamse overheid moeten opgenomen worden. Wie gelooft die mensen nog? Vertrouwen? Dat moet je verdienen!
Vooruitgang…
Voor ons is het helemaal niet duidelijk wat de meerwaarde zou zijn van het afschaffen van het intermediair bestuursniveau/de provincies. Dat de Vlaamse overheid wil meer autonomie geven aan het bestuursniveau ‘dichtst bij de burger’-steden en gemeenten-, daar zouden we nog kunnen inkomen (hoewel dat in de praktijk zoals hierboven beschreven hier een loopje mee wordt genomen). Maar dat diezelfde regering enerzijds de provincies mordicus wil vernietigen en ondertussen anderzijds koortsachtig op zoek gaat naar ‘democratisch verkozen, bovenlokale samenwerkingsstructuren’, dat is te gek voor woorden! Ik dacht dat provincies goed werkende, democratisch verkozen bovenlokale structuren waren? 
Is dit vooruitgang? 
Verbinden…
Het is heel moeilijk om te blijven geloven in de goede bedoelingen van deze bestuursploeg. Het overheidspersoneel in alle bestuursniveaus wordt constant en op alle mogelijke manier ‘gepakt’. Met deze overheid is het onmogelijk om sectorale akkoorden te sluiten, zowat alle besparingen worden gerealiseerd op kap van ‘de ambtenaar’ (want de electoraal interessantere burger en ondernemer moeten gespaard worden!), men laat geen gelegenheid verloren gaan om ‘de ambtenaar’ publiekelijk af te schilderen als lui, duur en onbekwaam… En als klap op de vuurpijl wordt net voor het zomerreces hun werk, toekomst en werkzekerheid in vraag gesteld? Blijkbaar wil deze politieke overheid de publieke sector kapot maken door constante besparingen en onophoudelijke politiek geïnspireerde structurele hervormingen. ‘Meer doen met minder’ zal onvermijdelijk naar de door sommigen verhoopte slotsom leiden dat ‘de overheid de taken niet aankan’ en dat ‘het privé initiatief ‘ dit beter kan overnemen. 

De privé zal dan aan cherry picking doen; de lasten en lastige dingen blijven voor de overheid; de leuke en financieel interessante opdrachten voor de privé, tot grote tevredenheid van de aandeelhouders.
Verbinden? Verdeel en heers, op kap van de ambtenaar en uiteindelijk op kosten van alle burgers en belastingbetalers! 
Teveel ambtenaren…
Dat er teveel overheidspersoneel is klinkt stilaan als een mantra. Of dit werkelijk zo zou zijn doet er al lang niet meer toe; het is zoveel en vaak herhaald dat iedereen het zomaar aanneemt. Los van hier en daar een crisis (voedsel-of natuurramp) of alarmkreet (personeelsbesparingen op kritisch punt zodat correcte belasting en andere controles onmogelijk geworden zijn) wordt hier nauwelijks bij stil gestaan. 

Waar er blijkbaar nooit genoeg van zijn en waarvan de arbeidsvoorwaarden nooit in vraag gesteld mogen worden is de kaste van onze politiek mandatarissen. Nochtans, na de zesde staatshervorming (voor wie en wat was die ook weeral nuttig; laat staan nodig?) zijn er in gans België in totaal 631 (*) excellenties, zonder hun politieke hofhouding en personeel wel te verstaan. Is dat wel zo efficiënt en effectief? En hun salaris, hun onkostenvergoeding, hun vakantieregeling, etc… wordt nooit in vraag gesteld?

Wij stellen enkel vast dat het volledig staatsbestel in -jammer genoeg vaak onlogische- stukken wordt opgedeeld, waarna de talrijke excellenties zich weer jaren kunnen verdiepen in het vraagstuk om de uit elkaar gescheurde stukken weer ‘efficiënt en effectief’ te laten samenwerken…
Primaat van de politiek vs. de democratie…
Het ‘primaat van de politiek’ zoals door de huidige politieke meerderheid geconcipieerd, staat haaks op onze invulling van het begrip ‘democratie’. De burger die zijn stem uitgebracht heeft op een democratische verkiezing, is blijkbaar na het vaststellen van de winnaars/verliezers meteen ook die stem kwijt tot een volgende verkiezing? Is dit het nieuwe democratische Vlaanderen waar wij trots moeten op zijn? De trots is me door deze bewindsploeg ontnomen; wat rest is schaamte, een wrang gevoel en een kwalijk luchtje…
Conclusie...
Met de huidige bewindsploeg was er tot nu toe geen enkel inhoudelijk debat mogelijk. Uit hun beslissingen als ‘vlucht vooruit’ blijkt ook waarom dit inhoudelijk debat ontlopen wordt; behalve politieke motieven zijn er bitter weinig constructieve elementen en initiatieven te bespeuren die bijdragen tot een goede, efficiënte en sterke overheidsorganisatie en administratie. 
Hoe dan ook, ACV-Openbare Diensten eist onmiddellijk en écht inhoudelijk overleg en onderhandelingen vooraleer er geraakt wordt aan het personeel of hun arbeidsvoorwaarden in de ruime zin. Indien wij als personeelsvertegenwoordigers verder uitgesloten blijven van o.a. de discussies in “de paritaire commissie en z’n werkgroepen” en steeds een ‘voldongen feitenpolitiek’ moeten ondergaan, volgt er actie.
(*) 150 federale volksvertegenwoordigers, 74 federale senatoren; 124 Vlaamse parlementairen; 169 parlementairen voor het Waals gewest/Franstalige gemeenschap; 89 parlementaire mandaten in het Brussels Hoofdstedelijk gewest; en dan nog 25 mandaten in het parlement van de Duitstalige gemeenschap: totaal = 631 parlementaire mandaten…) 

    Christoph Vandenbulcke - Nationaal Secretaris LRB

Pensioendebat - onze boodschap aan de kamer

Pensioendebat 
Onze boodschap aan De Kamer

Naar aanleiding van het pensioendebat in De Kamer werden we uitgenodigd voor een hoorzitting. Hieronder onze argumenten tegen de verstrenging van de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen en het optrekken van de pensioenleeftijd.
Al voor de tweede keer nu worden er zware ingrepen doorgedrukt. Deze maatregelen staan nochtans volledig los van de besprekingen in het Nationaal Pensioencomité en dat is niet logisch. Dit comité heeft immers de opdracht om op een overlegde manier de toekomstige fundamenten van de pensioenregeling uit te klaren. 

Zware impact

De nieuwe maatregelen voor vervroegd pensioen hebben een grote impact op alle actieven, in het bijzonder in de openbare sector.
Die nieuwe maatregelen die de regering aan het parlement voorlegt zijn overdreven, omdat ze een cumulatief effect hebben met de doorgevoerde afschaffing van de diplomabonificatie. Simulaties op basis van concrete situaties door personeelsdiensten leren ons dat zelfs personeelsleden die meer dan 50 jaar zijn (en dus zeker gewettigde verwachtingen hebben) in de praktijk hun vervroegde pensioenleeftijd met 5 of 6 jaar uitgesteld zien.
Gevolg: met de voorgestelde wetswijzigingen kan de helft van de personeelsleden pas op pensioen als de gezonde levensjaren voorbij zijn. Een groot aandeel zal ook moeten wachten tot de wettelijke pensioenleeftijd (vandaag nog 65 jaar, daarna 66, en nadien 67). 
De regering houdt ook geen rekening met de realiteit van de loopbaanonderbrekingen als gevolg van de maatschappelijke rolverdeling. Op basis van berekeningen van de commissie pensioenhervorming 2020-2040 schatten we dat op korte termijn tot 25% van de vrouwelijke werknemers moet wachten tot de wettelijke pensioenleeftijd vooraleer ze op pensioen kan gaan (15% voor de mannen).

Arbeidsmarkt en werkbaar werk

De commissie pensioenhervorming 2020-2040 toonde uitgebreid aan hoe zeer de problematiek van de pensioenen verbonden is met deze van de evoluties op de arbeidsmarkt.
De vakbonden aanvaarden niet dat de pensioenleeftijd wordt opgetrokken op een ogenblik dat 600.000 personen werkzoekend zijn. De regering heeft trouwens geen afdoend antwoord op de vraag hoe werknemers in haalbare omstandigheden aan de slag kunnen blijven tot aan de pensioenleeftijd. 
Het zou logisch zijn de gevolgen van het optrekken van de pensioenleeftijd samen te onderzoeken met de gevolgen op de arbeidsmarkt en de andere takken van de sociale zekerheid, in het bijzonder werkloosheid en ziekteregeling. De regering lijkt ervan uit te gaan dat door mensen te beletten nog vervroegd op pensioen te gaan, zij hun tewerkstelling zomaar zullen behouden. In landen waar men de pensioenleeftijd zonder meer heeft opgetrokken, zien we dit vertaald in toenemende uitgaven voor ziekte en invaliditeit. 
Langer werken gaat ook ten koste van mantelzorg en informele voor- en buitenschoolse kinderopvang. Heel wat jonggepensioneerden nemen immers zorgtaken op zich. De capaciteit om die zorgtaken formeel op te nemen is er niet. De politieke bereidheid om er middelen voor vrij te maken, eveneens. 
Specifiek voor de openbare sector vragen wij ons af welk de weerslag is van de verschuiving van de pensioenleeftijd gecombineerd met de wervingsbeperkingen, op een gezonde leeftijdsstructuur van de personeelsleden en de dynamiek in het kader van modernisering van het beheer.

Werkbaar werk

Landen die erin slaagden om de participatie van 55-plussers op de arbeidsmarkt te verhogen, deden dat met een ambitieus programma en een aanpassing van de arbeidsomstandigheden. De regeringsaanpak gaat hier totaal aan voorbij. Het is een illusie dat zo’n aangepaste aanpak zomaar vanzelf kan ontstaan. De regering weet perfect dat waar ze nu eenzijdig het plichtenverhaal doordrukt, er geen enkele stimulans meer is voor (openbare) werkgevers om te komen tot aangepaste arbeidsomstandigheden. 
Heel wat mensen willen wel iets langer werken zolang ze maar de garantie hebben op een aangename, passende job. Dit krijg je niet door de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken. Diegenen die door arbeidsomstandigheden of gezondheidstoestand in een precaire positie terechtkomen, zullen de eerste slachtoffers van de pensioenhervorming zijn.

Blind

De regering vaart blind. Ze weet niet wat de gevolgen zijn van het optrekken van de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen en de pensioenleeftijd.  De motivering van de parameters loopt daardoor totaal mank.
Om de discussie over de gevolgen voor werknemers te objectiveren, vroegen de vakbonden van het overheidspersoneel tijdens besprekingen in het comité A, naar de effecten van de maatregelen. De regering verklaarde tijdens die besprekingen dat zij niet in staat is deze gegevens te verstrekken. 
Doordat de regering geen inzicht biedt in de gevolgen van haar beleid, kan ze ook niet motiveren waarom ze nu precies bepaalde parameters hanteert. Waarom 42 jaar op 63 en niet 42 jaar op 62 bijvoorbeeld? Waarom de pensioenleeftijd optrekken tot 67 en niet op 65 laten of op 66 brengen? Een onderbouwde motivering van de parameters ontbreekt volledig.
Bovendien schuift de regering geen enkele duidelijke doelstelling naar voor. Een doelstelling met betrekking tot pensioenuitgaven en de situatie op de arbeidsmarkt ontbreekt volledig. Laat staan dat men kan inschatten of de maatregelen in verhouding zijn tot die doelstellingen, de juiste doelgroepen bereiken, enzovoort. 

Niet goedkeuren

Om deze redenen vroegen we het parlement om het wetsontwerp tot verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en de verstrenging van de voorwaarden voor het vervroegd pensioen NIET goed te keuren. Het wetsontwerp is onvoldoende doordacht, leidt voor werknemers tot overdreven zware gevolgen en de voorwaarden om de eindeloopbaanproblematiek goed aan te pakken zijn niet vervuld.

    Luc Hamelinck - Voorzitter

Naar een nieuw model voor het stad- en streekvervoer?

Naar een nieuw model voor het stad- en streekvervoer?

De Lijn en bij uitbreiding het Vlaams Openbaar vervoerbeleid krijgt veel aandacht de voorbije maanden. Het feit dat De Lijn haar tarieven heeft verhoogd en tegelijkertijd ook een vermindering van het aanbod doorvoert, zal daar niet vreemd aan zijn. De discussie die donderdag 30 april in het Vlaams parlement  over het nieuwe begrip ‘basisbereikbaarheid’ wordt opgestart, noodzaakt middenveldorganisaties, vakbonden, politici, om na te denken over een nieuwe  Vlaamse mobiliteitsvisie.  De supporters van het openbaar vervoer  een platform van middenveldorganisaties - publiceren trouwens dan hun visietekst over het nieuwe begrip ‘basisbereikbaarheid’. 

Ook over het afsluiten van een nieuwe beheersovereenkomst met De Lijn wordt in het Vlaams Parlement een debat opgestart. Hier zal de politieke overheid zich ook moeten uitspreken over welke rol zij in de toekomst voorziet voor De Lijn als regisseur maar ook als interne operator. Politieke standpunten worden al ingenomen. De rol en de verdienste van de Vlaamse Vervoersmaatschappij wordt  hierbij te pas en te onpas in vraag gesteld door bepaalde partijen. 

De Lijn is een modern openbaar vervoersbedrijf

ACV-Openbare Diensten blijft echter een verdediger van een sterk Vlaams  openbaar vervoersbedrijf. De Lijn doet het helemaal niet zo slecht als sommigen ons wel willen doen geloven! Vlaanderen – de overheid dus – heeft  bij de regionalisering van het stads- en streekvervoer in 1992 voor een openbaar vervoersbeleid gekozen dat gestoeld was op een integratie van het stad- en streekvervoer – tot op dat moment in handen van een nationaal publiek vervoerbedrijf (NMVB) en 2 stedelijke publieke vervoersbedrijven (MIVA en MIVG) . Een klein deel van de zogenaamde streeklijnen werden door privé-exploitanten uitgevoerd.  

De oprichting van De Lijn moest de nieuwe Vlaamse openbare vervoersvisie een gelaat geven en vorm geven. Op dat moment was deze keuze revolutionair. Er was de integratie van de netten, er werd een tarievenstelsel vastgelegd en de reiziger kreeg één aanspreekpunt, met name De Lijn. De reiziger werd een klant.  Er werd meteen ook heel wat ‘overhead’ weggesneden, want i.p.v. drie maatschappijen – met hun Raden van Bestuur – was er nu nog een Raad van Bestuur. 

Het zal wel toeval zijn dat net als in 1992 (Minister Sauwens én de Heer Peumans als zijn kabinetschef) , het vandaag ook de Vlaams-nationalisten zijn die aan het stuur zitten... NV-A, hierbij gesteund door Open VLD, laat vandaag duidelijk verstaan De Lijn een duur en verkwistend overheidsbedrijf is. Wij zijn het daar niet mee eens. De Lijn let wel degelijk op de centen. Ze zal trouwens tegen 2017 ongeveer 250 miljoen ingeleverd en dus bespaard hebben. Benchmarking met andere (overheids-)bedrijven toont aan dat de overhead bij De Lijn echt niet te groot is. 

Privatisering van het openbaar vervoer betekent geen verbetering

Uiteraard is er sinds de oprichting van De Lijn en vandaag veel veranderd. Natuurlijk zijn er voortschrijdende inzichten over mobiliteit en de rol van het Openbaar vervoer. Vanzelfsprekend moeten wij ons vragen stellen over de kosten en de baten. En inderdaad, er kan nagedacht worden hoe wij het openbaar vervoer in landelijke gebieden zullen moeten organiseren. De beste garantie voor de gebruiker/reiziger blijft echter dat in de meer landelijke gebieden een fijnmazig ‘regulier’ busnet blijft bestaan.  We stellen ons de vraag of er in elke Vlaamse gemeente überhaupt ‘alternatieve oplossingen’ ( taxi, vrijwilligersbus, shuttle, …) voorhanden zijn.  Ook is de vraag welke criteria men gaat gebruiken om de kostenefficiëntie te verhogen. Hopelijk blijven ook sociale parameters  belangrijk! 

Een verregaande privatisering maakt het Openbaar vervoer bovendien niet noodzakelijk goedkoper. Uit studies blijkt dat er nauwelijks een verschil in kostprijs is tussen De Lijn en haar privé-exploitanten.  Willen wij hiermee gezegd hebben dat De Lijn en uitsluitend De Lijn openbaar vervoer moet aanbieden? Neen. Dat is vandaag trouwens ook niet het geval. Maar liefst de helft van de bus-kilometers worden door privé-exploitanten ‘gereden’.  Het is een goeie zaak dat een publiek bedrijf ‘scherp gehouden wordt’ door de privésector. 

ACV denkt mee

ACV-Openbare Diensten blijft er daarentegen wél van uitgaan dat De Lijn samen met zijn privé-vervoerders de ruggengraat moet blijven vormen van het volledige Vlaams openbaar vervoer. Alhoewel wij best bereid zijn om het debat aan te gaan over welomlijnde en breed beschikbare alternatieven in landelijke gebieden,  blijft een cruciale vraag of we hier meer mee bereiken dan wat rommelen in de marge. Het is ook nog maar de vraag of taxibedrijven of steden en gemeenten hun taxi’s of buurtbusjes op een rendabele manier kunnen uitbaten. Tenzij ze natuurlijk ook sterk worden gefinancierd, gesteund door diezelfde overheid. En wat mag dat dan kosten? Bovendien, zullen wij met degelijke systemen ook elke burger een afdwingbaar recht op mobiliteit kunnen aanbieden? Wij vrezen van niet. 

We laten hier in het midden of er geen andere ingrijpende (fiscale) maatregelen en alternatieve inkomsten nodig zijn om het gebruik van het autoverkeer te doen dalen, in het voordeel van openbaar vervoer. Wij zijn er alvast van overtuigd dat meer en doorgedreven doorstromingsmaatregelen, van het collectief vervoer een zeer goede en efficiënte maatregel is om de reiziger te overtuigen om van de wagen naar de trein, tram of bus over te stappen. Hier blijft de overheid, inclusief de steden en gemeenten, warm en koud blazen. Doorstroming is voor hen niet echt een topprioriteit. 

Wij hopen alvast dat de discussie op een faire manier wordt gevoerd. Dat er gezocht wordt naar een maatschappelijk draagvlak voor de veranderingen die hoe dan ook voor de deur staan. ACV wil niet aan de kant blijven staan en op een constructieve manier aan het debat deelnemen, op voorwaarde natuurlijk dat men er ons kan van overtuigen dat ingrepen bedoeld zijn om het openbaar vervoer te versterken, en geen omweg naar verdere besparing en afbraak van het aanbod  en werkgelegenheid in de sector.    


 Jan Coolbrandt, nationaal secretaris sector vervoer

Veiligheid, door wie?

De terreuraanslag in Frankrijk laat niemand onberoerd. De kort daarop volgende operatie in Verviers en de ingevoerde veiligheidsmaatregelen van de regering evenmin. Terreur voelt plots heel dichtbij en is steevast onderwerp van de dag geworden. 

De terreurdreiging is gestegen tot niveau drie. De politie doet huiszoekingen en andere acties maar is ook een doelwit en neemt daarom ook voor zichzelf beschermingsmaatregelen. Een akkoord tussen politie en defensie is daar het gevolg van en zet tot 300 militairen in ons straatbeeld. 

Geen klusjesmannen
Als vertegenwoordigers van het politie- en militair personeel, vinden wij dat de veiligheid en het welzijn van deze mensen op de eerste plaats komt. ACV Politie en ACV Defensie drongen aan bij hun respectievelijke overheden. We vroegen een maximale bescherming van het personeel, we wilden uitleg over het juridisch kader waardoor militairen worden ingezet, en antwoorden over hoe men zal omgaan met bijvoorbeeld de militaire politie. Die laatste groep lijkt immers minder rechtsreeks betrokken maar loopt ook mogelijk risico. 

De militairen blijven zeker tot 9 februari op straat en bij het ter perse gaan van dit nummer is nog niet geweten of dit wordt verlengd. Een goede zaak of niet? Zowel voor- als tegenstanders komen met argumenten om hun gelijk te staven.  

Wie het zich nog kan herinneren, weet dat in december al eens werd opgeroepen om militairen in te zetten voor beveiligingsopdrachten. En dat was niet de eerste keer. Onze reactie was toen behoorlijk koel want: “militairen zijn geen klusjesmannen”. Bovendien spraken wij in het verleden al van een echte overgang van defensie naar politie. Enerzijds als opportuniteit voor defensie in het kader van de transformatie en anderzijds omdat de politie met personeelstekorten kampte.  

In de schijnwerpers
Natuurlijk zijn onze militairen beschikbaar en bekwaam. En vanzelfsprekend springen ze bij wanneer de veiligheid van ons land in gedrang komt. Dat doen ze trouwens heel goed. Maar het kan niet zijn dat dit een permanent gegeven wordt. 

“Nog even en het Belgisch Leger is een gendarmerie”, kopte onlangs een krant. Al gekscherend wordt dit in de wandelgangen al eens gesteld. Belangrijker is dat de journalist van datzelfde artikel stelde dat defensie bijdraagt aan iets dat niet alleen een Belgisch maar ook een internationaal probleem is. De veiligheid bewaren buiten de grenzen is immers even belangrijk als binnen de grenzen.

Hiermee worden onze bijdragen in Europees en NAVO verband aangehaald. Onze militaire opdrachten in het buitenland die ook dagelijkse kost zijn voor onze militairen.

En net zoals de politie schouderklopjes kreeg voor de actie in Verviers, mag diezelfde politie gerust gelauwerd worden voor hun dagelijkse werk, ongeacht het dreigingsniveau. Idem voor de militairen. In binnen- of buitenland, al dan niet in de schijnwerpers van het politiek debat.

Besparingen tot op het bot
Ondertussen zien we beide organisaties, Politie en Defensie, kraken op hun fundamenten. Terwijl Defensie tot op het bot wordt uitgekleed, kreunt Politie evenzeer onder de besparingen. De Commissaris-Generaal liet dit trouwens tijdens het gewoel van de terreurdreiging duidelijk merken.

In de Kamercommissie Defensie vinden nu hoorzittingen plaats over wat de kerntaken van Defensie moeten zijn. Want de uitdagingen zijn nog nooit zo groot geweest. In het licht van deze besparingen moet een plan voor een toekomstige Defensie uitgetekend worden. Moeilijke keuzes moeten worden gemaakt.  

Kerntaken
We verwachten dat hier de komende weken en maanden nog heel hard over gedebatteerd wordt. In ieder geval is het wachten op het plan van de minister die zelf blijkbaar liever geen militairen op permanente basis in de straten ziet. Tenzij (hier hebben we het weer) het kerntakendebat anders uitwijst. 

Ook bij Politie zal het kerntakendebat wellicht weer boven water komen drijven. Ook hier is het uitkijken naar de keuzes die worden gemaakt. Evenmin veelbelovende vooruitzichten dus, want zo’n kerntakendebat in tijden van besparingen dient echt niet om wat puntjes op de ‘i’ te zetten. En dat is, behalve het ongelukkig lijdend voorwerp te zijn van politiek getouwtrek, nóg minder motiverend voor het personeel.

We hopen in ieder geval, in alle naïviteit misschien, dat het debat werkelijk over de veiligheid van iedereen zal gaan en dat dit gebeurt met het nodige respect voor het personeel dat elke dag voor deze veiligheid zorgt, in binnen- én buitenland. 


Ilse Heylen - Nationaal Secretaris Bijzondere korpsen

Zweedse coalitie komt eraan

Sinds de verkiezingen is de politiek aan zet. Voor Vlaanderen is er al een regeerakkoord. Die regering heeft nu ook haar begrotingsopties bekend gemaakt. Op federaal vlak zijn de onderhandelingen nog volop aan de gang. De komende jaren zal er veel bespaard worden, zoveel is duidelijk.

Politiek is afgesproken dat de federale overheid 80% van de budgettaire problemen voor haar rekening neemt. De deelstaten 20%. Dit legt een zware druk op de federale uitgaven en de sociale zekerheid (waaronder pensioenen, gezondheidszorg en werkloosheid).

Aan politiek doen is belangrijk. Aan politiek doen, is keuzes maken, is opties nemen. Niet zomaar in het ijle, maar opties die onze samenleving sturen.

Een andere aanpak

Vóór de verkiezingen hadden sommigen het duidelijk gezegd. We willen de situatie in ons land zo grondig veranderen dat men het na deze legislatuur niet meer terug kan draaien. Een stevige mentaliteitsverandering wordt daarom doorgedrukt. Het discours is simpel:
  • De overheid moet teruggedrongen worden, haar taken overgedragen aan bedrijven. Want die zullen het ‘zoveel efficiënter doen’. Wie geniet van een overheidsdienst moet ook zelf rechtstreeks meer betalen (ipv. via belastingen).
  • Bedrijven en werkgevers moeten meer mogelijkheden krijgen, minder lasten, meer flexibiliteit. De welvaart en jobs zullen dan vanzelf wel volgen.
  • Mensen moeten meer zelf hun verantwoordelijkheid opnemen, hun situatie in de hand nemen. Zelfs gehandicapten geven we een budget, ze zullen zelf wel beslissen hoe ze dit best besteden. De wachtlijsten zijn dan meteen van de baan. 
  • Er zijn te veel ambtenaren. Ze hebben daarenboven een te geprivilegieerd statuut. Want die vastheid van betrekking, is dat nog wel van deze tijd? Om van de pensioenen nog maar te zwijgen.

Aan politiek doen, is opties nemen

De politieke opties die vandaag worden genomen zijn veel diepgaander dan men zich vaak realiseert. Enkele voorbeelden: 
  • Voor wie een bescheiden inkomen heeft, komt die 50 euro meer voor vuilniszakken, 250 euro meer voor kinderopvang van de jongste spruit, 100 euro meer voor zwemlessen van de kleuter, 300 euro meer voor hogere studies (ga zo maar door) veel zwaarder aan dan wie ‘er warmpjes in zit’.
    Welk optie is volgens jou de meest correcte? De beste voor de samenleving?
    De besparingen die de Vlaamse regering alleen al zal doorvoeren (5,9 miljard euro over de legislatuur) komen neer op gemiddeld 1.000 euro per Vlaming (van jong tot oud). Het gaat dus heus over meer dan die ‘50 euro hier’ en ‘100 euro daar’.
  • Wie nood heeft aan ondersteuning of begeleiding moet z’n leven maar zelf in de hand nemen, moet er zelf uit geraken. Dat is geen opdracht voor de overheid. Zelfredzaamheid is vandaag het sleutelwoord. Kortom, de verzorgingsstaat wordt afgebouwd. Er is geen geld meer, weet je wel.
  • De NAVO-landen hebben afgesproken hun uitgaven voor defensie over 10 jaar op te trekken tot 2% van het BBP. Voor ons land komt dit neer op meer dan een verdrievoudiging. Maar moeten we die optie nemen, dan wel de middelen investeren bijvoorbeeld in onderwijs, in pensioenen, in integratie, in modernisering van infrastructuur,… Politiek is keuzes maken!
  • De economie groeit nog maar amper. Dat zet de tewerkstelling onder druk. Bedrijven werven onvoldoende aan en openbare diensten al quasi niet meer. Minder economische groei leidt ook tot minder financiële mogelijkheden voor de overheid. Maar hoe gaan we dit opvangen? Volledig met besparingen (die vooral ten laste komen van werknemers, van de gewone mensen)? Of door vermogens meer aan te spreken? Die laatste gaan vandaag zo goed als vrijuit. Maar hoe zit het dan met de rechtvaardigheid?
    De vorige federale regering besliste de sanering te verdelen door grofweg een derde te besparen, een derde nieuwe inkomsten en een derde andere maatregelen (eenmalige maatregelen, maatregelen overheidsschuld,…). De komende federale regering zal wellicht landen op 70% besparingen, 30% andere maatregelen. Welke optie is volgens jou de beste? 

Hoe aanpakken?

We moeten vandaag stevig opboksen tegen politieke idee-fixen.

Vooraanstaande economen hebben veel kritiek op de besparingsdrift. Net nu zouden overheden de economie moeten ondersteunen en aanzwengelen, niet ze verder afremmen. Maar politiek is men doof voor dit betoog.

Tegelijk is er het probleem van de verdeling van de lasten. Het ACV heeft de afgelopen weken ten overvloede herhaald dat de balans te veel in het nadeel van werknemers doorslaat, te veel in het voordeel van bedrijven en grote vermogens.

De nieuwe regeringen hebben een zee van tijd voor zich. De komende 5 jaar zijn er geen verkiezingen. Als we nu wat moeilijke maatregelen nemen, is men dat tegen de volgende verkiezingen vast vergeten, zo redeneert men. 
Kortom, als we wat vandaag gebeurt niet ontluisteren, dan leven we binnenkort inderdaad in een totaal ander land.

Verplichte minimale dienstverlening als oplossing van sociale conflicten in openbare sector is illusie

Volgens verschillende persberichten stellen de formateurs van de nieuwe federale regering een verplichte minimale dienstverlening voor bij vakbondsacties in openbare diensten.

De kwestie is al jarenlang voer voor debat, maar nu wordt de regeling blijkbaar politiek eenzijdig opgelegd. Dat kan voor ons niet. Het zou ingaan tegen de aanpak van de afgelopen jaren, een aanpak waarover een consensus bestond. Minimale dienstverlening wordt voorgesteld als dé oplossing voor problemen en dat is fout.

We zouden het nu voor de zoveelste keer kunnen hebben over het feit dat staken een universeel recht is. Dat het is vastgelegd in conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie en het Europees Sociaal Handvest. Dat deze internationale regels zijn overgenomen in Belgische wetgeving. En dat het als ultiem redmiddel wordt gebruikt om de rechten van werknemers te beschermen. Maar dat weet iedereen al, toch? 

Het belang van sociaal overleg
Met staking moet voorzichtig worden omgegaan. Daar zijn wij heel hard van overtuigd. Maar vakbondsacties vallen niet uit de lucht. Ze zijn het gevolg van voortsluimerende problemen die niet worden aangepakt. Denk aan de veiligheidsproblemen in gevangenissen of de structurele onderbezetting in asielcentra. Problemen die al jarenlang aangekaart worden tijdens overlegmomenten die niet serieus genomen worden. 

Dat overleg is voor ons nochtans het belangrijkste middel om de werknemer te beschermen. De overheid zou daar best op een meer geloofwaardige manier mee omgaan: zo is in het voorjaar bij justitie een maandenlang voorbereide bemiddeling via een sociaal bemiddelaar gewoon mislukt omdat de Directeur-generaal voor het gevangeniswezen niet kwam opdagen. Overleg krijgt enkel een kans als de werkgever of overheid de problemen niet onder de mat schuift.

Wil men met minimale dienstverlening dan aan overheidsmanagers en politici een vrijbrief geven om gewoon geen rekening te houden met gewettigde personeelsproblemen? 

Stakingsdagen sterk verminderd
Met een minimale dienstverlening wil men via politieke weg de actiekracht van vakbonden doen afnemen. Dat gaat volledig in tegen de consensus van de afgelopen jaren: sinds 2010 is er tussen vakbonden en overheid een akkoord over sociaal overleg, sociale bemiddeling en de aankondiging van stakingsacties. In 2013 werd dit akkoord ook door de overheden nog zeer positief geëvalueerd. Op geen enkel moment was er toen sprake van verplichte minimale dienstverlening. In tegendeel, er werd vastgesteld dat met het akkoord veel sociale conflicten werden voorkomen. Het aantal stakingsdagen in de openbare sector is de laatste jaren dan ook sterk verminderd.

In de meeste sectoren en ondernemingen zijn procedures – waaronder de stakingsaanzegging – uitgewerkt die gerespecteerd worden. Daar waar noodzakelijk (veiligheidsdiensten zoals brandweer, nutsvoorzieningen, zorgsector,…) worden ook lokale afspraken gemaakt tussen werkgevers en vakbonden. Hierdoor geeft de uitoefening van het stakingsrecht in België weinig aanleiding tot incidenten. 

Waar vakbonden de afgelopen jaren hun verantwoordelijkheid hebben opgenomen, krijgen ze nu blijkbaar eenzijdig het deksel op de neus. Is het op die manier dat men het sociaal overleg wil valoriseren?

Chaos
Een verplichte minimale dienstverlening kan trouwens zelf de oorzaak zijn van grote chaos. Wat als dit zou worden ingevoerd bij De Lijn of MIVB? Hoe gaan pendelaars weten welke bussen of trams er rijden en welke niet? Hoe weten ze wanneer er wordt gereden en wanneer niet? En hoeveel van deze pendelaars zullen überhaupt een plaatsje zullen kunnen bemachtigen?  Chaos die de veiligheid van reizigers en personeel bedreigt.  

Symbooldossier
De kwestie van minimale dienstverlening is al jaren een symbooldossier waarmee de politiek de syndicale slagkracht aan banden wil leggen. ACV-Openbare Diensten verzet zich tegen zo’n aanpak. Wij blijven pleiten voor een verantwoordelijke benadering van problemen en conflicten. Een verantwoordelijkheid die zich uit in de manier waarop omgegaan wordt met sociaal overleg. 

 Luc Hamelinck - Voorzitter 

Buik of verstand?

We staan voor de verkiezingen van 25 mei. Dan trekken we met z’n allen naar de stembus: voor Vlaanderen (of Brussel voor de Brusselaars), voor het federale en Europa.
De volgende verkiezingen zijn er pas in 2019. De politieke verhoudingen worden dus bepaald voor de komende vijf jaar.
De verkiezingen van 25 mei zijn belangrijk. Zeker op sociaal vlak! Ook omdat wordt beslist hoe Vlaanderen de nieuwe bevoegdheden (zoals kinderbijslag) zal uitoefenen.
Als we het programma lezen van de partij die volgens de peilingen de grootste wordt in Vlaanderen, dan maken we ons toch grote zorgen. Want: 
  • Daarin gaat de index op het blok. Niet voor de pensioenen en sociale uitkeringen, voegt ze er snel aan toe. Maar wie gelooft nu zoiets als je eerst het principe van de afschaffing van de index voorop stelt?
  • Daarin staat een belastingvermindering die, volgens berekeningen van de KU Leuven, grootverdieners nog rijker maakt en de kloof vergroot tussen wie weinig en veel verdient!
  • Daarin krijgt wie voor z’n 65ste stopt met werken een pensioenmalus waardoor men tot een kwart van het pensioen verliest.
  • Daarin worden mogelijkheden om loopbaan en persoonlijk leven te combineren, afgebouwd.
  • Van alle partijen krijgen openbare diensten daarin de grootste besparingen opgelegd, met alle gevolgen van dien voor de tewerkstelling, de dienstverlening waarvan men kan genieten en de kosten die men zelf zal moeten betalen. 
  • Er wordt ook komaf gemaakt met algemene sociale akkoorden. Dan moeten we alles in de eerste plaats op het niveau van afzonderlijke ondernemingen en diensten onderhandelen. Werknemers komen daarmee in een zwakkere positie.
  • Daarin worden syndicale acties in de openbare sector geneutraliseerd door minimale dienstverlening.
  • Daarin verliest iemand die 2 jaar werkloos z’n werkloosheidsuitkering, moet die aankloppen bij het OCMW en ‘gemeenschapsdienst’ verrichten. Niet alleen duwt men zo mensen in een sukkelstraatje maar jobs van laaggeschoolden zullen zo nog meer onder druk komen.
In naam van ‘de verandering’ worden zaken bepleit die sociaal de verkeerde richting uit gaan. Maar realiseert men zich dit voldoende? Zullen mensen in het stemhokje reageren vanuit hun ‘buik’ of zal me ook denken aan het sociale? 
Economisch staan we er vandaag veel beter voor dan toen de regering aantrad. Sommigen willen ons wel doen geloven dat alles fout loopt in het land. In werkelijkheid hebben we crisis beter doorstaan dan de meeste Europese lidstaten. Als morgen mensen onzeker moeten zijn over hun inkomen door afschaffing van de index, door minder pensioen, door lagere uitkeringen, … dan zal dat de economische groei niet ten goede komen.
M’n boodschap is daarom erg eenvoudig: stem sociaal !