Pensioenrapport met te veel slechte punten

FCSOD
De FCSOD, die de ACV-centrales voor het overheidspersoneel, de overheidsbedrijven en het onderwijs verenigt, heeft kennis genomen van rapport van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040. 
De Commissie heeft een erg lijvig document uitgebracht met veel gegevens die we nog verder zullen bestuderen.
Bij een eerste lezing van het rapport stellen we vast dat er een hele reeks tekorten zijn en een aantal voorstellen niet kunnen worden aanvaard, ook al omdat ze erg negatief uitdraaien voor het personeel van de openbare sector.
Tekorten, omdat het rapport een hele reeks onduidelijkheden bevat.

Zo bijvoorbeeld geeft het rapport aan dat:
  • De concrete effecten van de voorstellen op de sociale kwaliteit van de pensioenen (nochtans een essentieel element!) niet onderzocht zijn (p. 6);
  • De informatie over de vervangingsratio’s maar beperkt beschikbaar is (p. 18);
  • Er nog verder grondig empirisch onderzoek nodig is over de indicatoren en vervangingsratio’s om de voorgestelde doelstellingen te concretiseren en op te volgen (p. 59);
  • De projecties die worden gemaakt (uiteraard) afhangen van de hypothesen die onzeker zijn (p. 37);
  • Men wil werken met diverse automatische aanpassingen in het puntensysteem, die niet duidelijk of uitgewerkt zijn (p. 47); puntensysteem waarvan wordt aangegeven dat het nog nader onderzoek vergt omwille van de complexe technische problemen die het stelt (p. 82);
  • Het (interessante) idee van de deeltijdse pensioenen nog verder dient bestudeerd (p. 90).
Het rapport bevestigt dat men het specifiek stelsel voor het overheidspersoneel wil behouden en erkent dat een specifieke berekeningswijze gerechtvaardigd is (p. 116). Het beaamt onze stelling dat de netto-pensioenen in het overheidsstelsel vergelijkbaar zijn met de situatie in de private sector waar er een aanvullende pensioen is, en dus helemaal niet te hoog zijn.  Het bevestigt ook dat de perequatie een maatschappelijk verdedigbaar en wenselijk concept is. (bijlage 2.3)
Maar meteen worden een reeks voorstellen gelanceerd die de specificiteit van het overheids-stelsel onderuit halen en zware financiële gevolgen hebben voor toekomstig gepensioneerden: 
  • De berekening van het pensioen over de gehele loopbaan leidt bijvoorbeeld voor een personeelslid van niveau C (= studieniveau humaniora) tot een verlies van ongeveer 15%;
  • De afschaffing van de diplomabonificatie leidt voor hoger geschoolden tot een pensioenvermindering van ongeveer 10%; door de afschaffing wordt de arbeidsmarktpositie van de overheid tegenover hoger geschoolden ernstig gehandicapt; het brengt ook mee dat mensen in de regel niet meer voor 65 jaar op pensioen zouden kunnen;
  • Het feit dat tijdelijke prestaties niet meer in aanmerking zullen komen voor de berekening van het overheidspensioen (na benoeming van betrokkene) is zonder meer een verarming voor de betrokkenen;
  • Men bevestigt dat de regeling van de gelijkgestelde periodes in het overheidsstelsel (20%-regel) geen wijzigingen vergt en evenwichtig is, maar voegt er tegelijk aan toe dat men zou kunnen ‘schuiven’ met de 20% grens (p. 120).
De voorgestelde ‘convergentie’ komt er met andere woorden op neer dat de specificiteit die wordt erkend, in feite wordt uitgehold. Voor een neerwaartse harmonisatie passen wij. 
Met het voorgestelde puntensysteem wil men de pensioenen inkapselen in een theoretisch model van parameters die voortdurend evolueren. Dit zal twijfel en onzekerheid over de pensioenen alleen maar doen toenemen. Het voorgestelde systeem is complex en ondoorzichtig waardoor het nagestreefde draagvlak bij de burger niet zal worden bereikt.
De voorstellen van de Commissie komen erop neer dat men de pensioenen wil vatten in een soort enveloppefinanciering. Maar het is niet omdat er meer gepensioneerden zijn dat men de pensi-oenen zelf moet verlagen.
We zijn het ook niet eens met de voorgestelde pensioenmalus (tot -12,5%!) voor wie vervroegd z’n pensioen opneemt. Als de wettelijke voorwaarden vervuld zijn, moeten de mensen niet worden gepenaliseerd omwille van het vervroegd pensioen.
De wijzigingen die onder de jongste regering (ondanks ons verzet) zijn doorgevoerd aan de pensioenbonus brengen net mee dat nog maar weinigen er zullen kunnen van genieten. Het verslag bevestigt dit (p. 41-42). Deze regeling moet dus worden herwerkt. Dit is veel belangrijker dan het invoeren van een malus.
Het is positief dat de Commissie voorstelt werk te maken van de veralgemening van een aanvullend pensioen voor het contractueel overheidspersoneel (op basis van een bijdrage van 3%). Maar tegelijk zegt ze dat dit nog veel studiewerk vergt (p. 176). Welnu, al sinds 2006 hebben we in het comité A een akkoord bereikt over zo’n regeling, maar de opeenvolgende ministers van pensioenen zijn er maar niet in geslaagd om dit om te zetten in wetgeving! (ook al stond het uitdrukkelijk opgenomen in het regeerakkoord). We vragen dat de komende regering van bij haar aantreden hierover de onderhandelingen opstart. 
Een pensioenregeling moet het personeel een adequate levensstandaard garanderen na afsluiting van de loopbaan. Onder de vorige regering is ingezet op langer werken. Maar maatregelen om langer werken mogelijk te maken hebben we niet gezien. 
We roepen de komende regering op in haar regeerakkoord geen eenzijdige schikkingen vast te leggen op basis van dit verslag.
 
Als er bijsturingen moeten gebeuren aan de pensioenen dienen die goed overwogen en overlegd met de vakbonden. De Commissie beaamt dit overigens herhaaldelijk.

Is men politiek bereid om tot overlegde oplossingen te komen? 
FCSOD groepeert:
• ACV-Openbare Diensten
• ACV-Transcom
• COC – Christelijke onderwijscentrale
• COV – Christen onderwijzersverbond
• CSC-Enseignement