Overheidspersoneel straks verplicht te werken tot 63 jaar?

Een hogere scholingsgraad leidt onvermijdelijk tot een latere start van de beroepsloopbaan. Daarom werd in het stelsel van de overheidspensioenen de studieperiode – onder bepaalde voorwaarden – meegeteld in de loopbaan. Zo kon een meerderheid van de hoger geschoolde ambtenaren al vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen. Als de afschaffing van de diplomabonificatie straks gestemd wordt, worden deze ambtenaren vanaf volgend jaar verplicht om langer aan de slag te blijven. 

Afbouw 

Bij het bepalen van de loopbaanduur in functie van het vervroegd pensioen wordt de diplomabonificatie afgebouwd met zes maanden per jaar vanaf 2016. Diploma’s met een studieduur van twee of drie jaar worden iets trager afgebouwd met respectievelijk vier en vijf maanden per jaar. Zo blijven van een bonificatie van drie jaar of 36 maanden in 2018 nog 21 maanden over. 

Tegenover de afbouw van de bonificatie voor het recht op vervroegd pensioen komen er nu ook een aantal garanties. 
  1. De diplomabonificatie wordt afgebouwd tot wanneer men met vervroegd pensioen kan gaan. De op dat moment resterende bonificatie wordt vastgeklikt. 
  2. De diplomabonificatie is niet van toepassing voor personeelsleden die voor 1 januari 2015 een voltijdse of deeltijdse disponibiliteit voorafgaand aan de oppensioenstelling hadden aangevraagd of konden aangevraagd hebben. 
  3. Wie geboren is voor 1962 moet minder bijkomende jaren aan de slag blijven. Wie geboren is voor 1958 moet maximum één jaar langer werken; dat wordt twee jaar voor wie geboren is in 1958 of 1959; en drie jaar voor wie geboren is in 1960 of 1961.

Strengere loopbaanvoorwaarden

De afbouw van de diplomabonificatie komt bovenop de verstrenging van de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen die in het regeerakkoord worden aangekondigd. Die loopbaanvoorwaarden worden tussen 2017 en 2019 een pak strenger.
Vanaf 2019 zou vervroegd pensioen pas mogelijk zijn vanaf 63 jaar mét een loopbaan van 42 jaar, behalve voor zeer lange loopbanen. Het optrekken van de loopbaanvoorwaarden zal de gevolgen van de afschaffing van de diplomabonificatie voor het vervroegd pensioen nog versterken.

Impact

In de praktijk zorgen de maatregelen ervoor dat hooggeschoolden die geboren zijn vanaf 1962 ten vroegste vanaf 63 jaar met vervroegd pensioen kunnen. Velen zullen echter nóg langer aan de slag moeten blijven. Voor één vijfde van het overheidspersoneel is vervroegd pensioen zelfs geen optie meer. Zij moeten aan de slag blijven tot aan de pensioenleeftijd. En ook die wil de regering optrekken.

Een paar voorbeelden laten de impact van de parallelle afbouw van de diplomabonificatie en verstrenging van de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen duidelijk zien: 
  • ° 1955, bonificatie 4j, loopbaan 36 jaar in 2015: kon stoppen op 61 jaar, maar moet nu werken tot 62 jaar (° ‘58 garantie max. +1j of °<’56 62 jaar loopbaan 37 jaar) = +1 jaar
  • ° 1959, bonificatie 4j, loopbaan 38 jaar in 2019: kon stoppen op 60 jaar, maar moet nu werken tot 62 jaar (° ‘59 garantie max. +2j)= +2jaar
  • ° 1962, bonificatie 4j, loopbaan 38 jaar in 2022: kon stoppen op 60 jaar, maar moet nu werken tot 64 jaar= +4 jaar
  • ° 1964, bonificatie 5j, loopbaan 37 jaar in 2024: kon stoppen op 60 jaar, maar moet nu werken tot 65 jaar= +5 jaar

Kaakslag voor hoger geschoold overheidspersoneel 

De afschaffing van de diplomabonificatie is een kaakslag voor het hoger geschoold overheidspersoneel. We blijven het principe verdedigen. 

Bovendien is er nauwelijks sprake van overgangsmaatregelen: er werd geen rekening gehouden met eerder verworven rechten. 

Ook gaat een afschaffing volledig in tegen de afspraken die in 2012 werden gemaakt naar aanleiding van de vorige pensioenhervorming. Die overgangsmaatregelen lopen nog tot 2022. 

En we stellen een gebrek aan samenhang vast in de aanpak. De regering wil immers ook strengere leeftijds- en loopbaanvoorwaarden invoeren voor het vervroegd pensioen. Wijzigingen aan zowel de loopbaanvoorwaarden, als aan het meetellen van studieperiodes kunnen voor ons niet samenvallen. Daarmee krijgt het overheidspersoneel immers een dubbele rekening voorgeschoteld. 

Verder is het niet logisch dat de regering een globale pensioenhervorming voorziet tegen 2030, maar nu wel al voorafnames probeert te doen. 

Om al deze redenen wijst ACV-Openbare Diensten deze maatregel af en zullen we ze juridisch aanvechten voor het grondwettelijk hof.