Wet hervorming overlevingspensioenen verschenen

berekening
Vandaag is de wet verschenen die het overlevingspensioen van jonge ambtenaren omvormt tot een overbruggingsuitkering. Men wil vermijden dat een jonge langstlevende echtgenoot moet kiezen tussen een job en het overlevingspensioen. Eerder werd eenzelfde hervorming doorgevoerd in het werknemersstelsel. 
De invoering van de overbruggingsuitkering raakt niet aan de kern van het overlevingspensioen. Enkel wie op jonge leeftijd te maken krijgt met het verlies van een partner zal voortaan een overbruggingsuitkering ontvangen. Men wil zo vermijden dat een jonge langstlevende echtgenoot moet kiezen tussen een job en het overlevingspensioen.
We hebben de hervorming dan ook gesteund. 
De wet houdende diverse bepalingen van 15 mei 2014 voorziet dat bij overlijdens vanaf 1 januari 2015 het overlevingspensioen wordt geschorst wanneer de gerechtigde jonger is dan een bepaalde leeftijd. Aanvankelijk is dat vanaf 45 jaar. Die leeftijd wordt jaarlijks opgetrokken met zes maanden tot 50 jaar in 2025. De schorsing geldt tot het ogenblik waarop men gerechtigd is op een rustpensioen of tot de leeftijd van 65 jaar. Wanneer men zelf met pensioen is, stopt de schorsing van het overlevingspensioen en ontstaat de mogelijkheid om het te cumuleren met het eigen rustpensioen.  
Bij de schorsing van het overlevingspensioen verwerft men het recht op een overgangsuitkering. Het bedrag van de overgangsuitkering is gelijk aan het overlevingspensioen. De aanvraag moet gebeuren binnen de twaalf maand na het overlijden. De overgangsuitkering kan onbeperkt gecumuleerd worden met beroepsinkomsten, sociale uitkeringen of een pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid.  
De overgangsuitkering wordt toegekend gedurende 12 maanden of 24 maanden bij kinderlast. Na de periode gedekt door de overgangsuitkering verwerft wie werkloos is het recht op werkloosheidsuitkeringen. Wie een pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid ontvangt, verwerft opnieuw het recht op het overlevingspensioen.