Nieuwe pensioenvoorstellen

Bijsturingen pensioenvoorstellen

Eind vorig jaar kwam een wetsontwerp rond wijziging van de overheidspensioenen ter discussie. We hebben toen stevig kritiek geuit en konden voorkomen dat de regering het project zomaar doorduwde. 
Vorige week (21 januari) voerden we actie voor het kabinet van de minister van pensioenen om de aanpak aan te klagen.
Op 30 januari is er een nieuwe bespreking met de vakbonden (comité A) op basis van een aantal wijzigingen die de Minister heeft voorgesteld.

Hieronder brengen wij een overzicht van deze wijzigingen.

Diplomabonificatie 

In zijn oorspronkelijk voorstel voorzag de minister een afbouw van de diplomabonificatie met 6 maanden per jaar vanaf 2016. Wie een bonificatie van 2 jaar heeft, zou ze dus volledig kwijt zijn na 4 jaar. Wie er één heeft van 5 jaar, na 10 jaar.

De nieuwe voorstellen bevatten 3 correcties: 
  • In het nieuwe voorstel wordt de afbouw enigszins getemperd. Maar enkel voor diegenen die een bonificatie van 2 of 3 jaar hebben. Voor diegenen met een bonificatie van 4 jaar of meer blijft de situatie bij het oude. Het nieuwe schema is als volgt:

  • Daarnaast wordt voorzien dat de vermindering van de diplomabonificatie niet van toepassing is voor personeelsleden die zich op 1 januari 2015 op eigen vraag in een voltijdse of deeltijdse disponibiliteit voorafgaand aan de oppensioenstelling of in een vergelijkbare situatie bevinden.
    Dat wil zeggen dat wie sinds 1 januari 2015 in een regeling van terbeschikkingstelling voorafgaand aan het pensioen zit, niet langer in die situatie zal blijven.

    Vallen ook onder die uitzondering: 
    • zij die voor 1.1.2015 een goedgekeurde aanvraag hebben bekomen, zelfs als de terbeschikkingstelling pas ingaat op 1.9.2015
    • zij die voor 1.1.2015 een terbeschikkingstelling hadden kunnen bekomen, maar geen aanvraag hebben ingediend (en dus niet van de mogelijkheid gebruik gemaakt hebben)

      Die personen bekomen vervroegd pensioen op de tot nog toe voorziene datum. Als zo’n personeelslid de vervroegde terbeschikkingstelling vervroegd beëindigt (en dus opnieuw gaat werken), dan vervalt deze bepaling en wordt de vermindering van de bonificatie wél van toepassing.
  • Voor wie kort voor het vervroegd pensioen staat:
Leeftijd in 2016 Langer werken wordt in vergelijking met bestaande wetgeving beperkt tot
55 of 56 jaar 3 jaar
57 of 58 jaar 2 jaar
59 jaar 1 jaar

Volledigheidshalve vermelden we nog dat personen geboren vóór 1 januari 1956, mét een loopbaan van ten minste 37 jaar, de mogelijkheid hebben om ten laatste op 62 jaar met pensioen te gaan.

Wat met de andere onderdelen van het wetsontwerp? 

Het wetsontwerp bevat nog 2 onderdelen: 
  • De regels voor cumulatie van het pensioen en andere inkomsten worden stevig versoepeld. 
De regering doet echter niets aan het cumulatieverbod tussen een pensioen en een vervangingsinkomen. Dit geeft problemen voor wie gepensioneerd is wegens lichamelijke ongeschiktheid en recht heeft op een invaliditeitsuitkering als gevolg van een parallelle tewerkstelling als werknemer. Het is discriminatoir dat bijverdienen mogelijk is binnen bepaalde grenzen of in sommige situaties zelfs onbeperkt maar dat een vervangingsinkomen volledig wordt uitgesloten.
  • De pensioenbonus wordt afgeschaft. Enkel wie zich vóór 1 december 2014 in één van de volgende twee situaties bevond, behoudt het verworven recht op de bonus: 
    • Wie voor zijn 65e aan de voorwaarden voor leeftijd en loopbaanduur voldoet die nodig zijn voor de toekenning van een vervroegd rustpensioen 
    • Wie de leeftijd van 65 jaar bereikt en 40 aanneembare dienstjaren bewijst.
In de maand december hebben we al aan de kaak gesteld dat de regering jaarlijks 30 miljoen euro meer uitgeeft aan de cumulatieregeling, maar ze tegelijk om budgettaire redenen niet bereid is om de regeling voor diplomabonificatie bij te sturen. Van een Mattheuseffect gesproken!

Wat hiervan te denken?

De correcties die de minister van pensioenen voorstelt beantwoorden echt niet aan de correcties die we hebben gevraagd. Ze blijven duidelijk ondermaats.
Veel hangt nu af van de bijeenkomst aanstaande vrijdag. Ofwel geeft de minister ruimte voor ver-dere discussie. Ofwel blokt hij de discussie volledig af. Dat laatste heeft serieuze gevolgen voor vele tienduizenden personeelsleden. In gemeenschappelijk front hebben we alvast aan de regering gevraagd verdere discussie mogelijk te maken.