Indexsprong

ACV  2015-02-13 Indexsprong
De krant De Tijd bericht vandaag dat de federale regering  bij haar voornemen blijft om een indexsprong op te leggen aan werknemers, ambtenaren en gerechtigden op sociale uitkeringen. Enkel aan werknemers, ambtenaren en gerechtigden op sociale uitkeringen. Huurprijzen zouden wel nog geïndexeerd mogen worden. Net zoals energieprijzen, verzekeringspolissen. Aan zelfstandigen, vrije beroepen, dividenden wordt evenmin een inspanning gevraagd. Terwijl dit wel kan volgens de wet van 1996 ter vrijwaring van werkgelegenheid en concurrentievermogen.
Met minder koopkracht moeten werknemers dus duurdere huur en diensten betalen. Onbegrijpelijk en totaal onrechtvaardig. Dat is de keuze die deze regering maakt. De harde hand voor werknemers en sociale uitkeringen. De gulle hand voor de andere inkomens.
Dit omwille van de pure symboliek want die indexsprong is zowel ondoelmatig als onrechtvaardig. De beiden worden langsom duidelijker. 

De indexsprong is onrechtvaardig

Alleen werknemers en wie een sociale uitkeringen heeft, worden erdoor getroffen. En alleen zij. Hun koopkracht zal met 2% dalen. En die 2% verliezen ze voor de resterende jaren van hun loopbaan. En zelfs nadien telt dit negatief mee in hun pensioen. De onmiddellijke effecten kunnen variëren omdat er veel verschillende indexeringsmechanismen zijn tussen werknemers onderling en tussen werknemers, ambtenaren en sociale uitkeringen.
Van al deze werknemers krijgt dus niemand de inflatie gerepareerd. Want dat is de bedoeling van een indexering. Die moet de gestegen levensduurte opnieuw bijbenen. Van een index wordt niemand rijker. In het beste geval blijf men er even arm bij. Maar van een indexsprong wordt iedereen dus wel armer. Nogmaals, iedereen betekent blijkbaar enkel de werknemers, actief en niet-actief.
En dat terwijl geen enkele gelijkwaardige bijdrage wordt opgelegd aan andere inkomensgroepen. Die worden door deze regering volledig ontzien. Nochtans voorziet de Wet van 1996, ter vrijwaring van werkgelegenheid en concurrentievermogen dat de regering ook een gelijkwaardige matiging kan opleggen aan “de inkomens van de zelfstandigen, van de vrije beroepen, de dividenden, de tantièmes, de sociale uitkeringen, de huurprijzen en andere inkomens”. Die “andere inkomens” slaan zeker op de inkomens uit vermogen.
Niets van dat dus. Deze regering pikt uit dat lijstje enkel de sociale uitkeringen. En zo viseert ze dus alleen de lonen en de uitkeringen van de werknemers. Al het andere mag van deze regering blijkbaar wel nog geïndexeerd worden. Zoals verzekeringspolissen en energie. Of ook de huurgelden. 
Zo kom je tot haakse toestanden waarbij de koopkracht van werknemers terugzakt met 2% terwijl de huisbaas wel de huur mag indexeren of de verzekeraar de polissen . Met minder koopkracht moeten werknemers dus duurdere huur en diensten betalen. Onbegrijpelijk en totaal onrechtvaardig. Dat is de keuze die deze regering maakt. Met harde hand voor werknemers en sociale uitkeringen. Met gulle hand voor de andere groepen.
Een regering moet rechtvaardig zijn voor al zijn burgers. Met een indexsprong treft ze enkel één groep van zijn burgers. Wat belet deze regering om ook een inspanning te vragen van de anderen? Ze moet alleen de wet willen gebruiken. De Wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. Hoofdstuk V, artikel 14, § 1. Om precies te zijn.

De indexsprong is ook ondoelmatig

Die indexsprong is onrechtvaardig maar ook ondoelmatig. Met overtuigend bewijs in de analyses van de Nationale Bank van België en het Planbureau. Alle regeringsmaatregelen samengenomen, verwacht het Planbureau tegen 2020  slechts 16.300 banen extra  en een verslechtering van de groei met 0,5%. Samen met de stijgende beroepsbevolking betekent dit dat de regeringen samen tekenen voor een belangrijke stijging van de werkloosheid. Nochtans had deze regering met de hand op het hart bezworen dat alle inspanningen, die eenzijdig aan werknemers en gerechtigden op sociale uitkeringen worden opgelegd, nodig waren om de groei aan te zwengelen en de werkloosheid op te slorpen. Precies het tegendeel gebeurt. 
De indexsprong op zich – goed voor 2,6 miljard minder loonkost voor werkgevers –  zou volgens het planbureau tegen 2020 amper 28.500 jobs opleveren. Dus eigenlijk volledig door de werknemers betaald. Dat is een investering van maar eventjes 91.228 euro per job. 28.500 jobs is trouwens veel te weinig om de stijgende beroepsbevolking op te vangen. De werkloosheid blijft dus stijgen. Terwijl er alternatieven zijn die veel rechtvaardiger zijn en veel doelmatiger. Op voorwaarde dat deze regering eindelijk het debat durft voeren over een rechtvaardige fiscale fiscaliteit, inclusief een shift van de bijdragen vanuit arbeid naar de inkomens uit vermogen.

Meer info?