Halt aan de sociale afbraak!

De nieuwe regeringsmaatregelen zijn alles behalve sociaal te noemen. Deze regering wil besparen en rekent dat door aan de werknemers. Ook voor het personeel in de openbare sector worden het duidelijk harde jaren. Werknemers moeten hoeveelheden aan tijd, geld en middelen inleveren die totaal buiten proportie zijn.

De vakbonden hebben in gemeenschappelijk front beslist om een actieplan op te starten. Een grootse betoging in Brussel op 6 november geeft daarvan de aftrap. Om ons signaal aan de nieuwe regering zoveel mogelijk kracht bij te zetten, is het belangrijk om dan massaal aanwezig te zijn. 

We willen dat de regering rekening houdt met de vakbonden. Hoewel ze steeds verkondigt open te staan voor overleg, vrezen we dat als we NU geen vuist maken, enkel de punten en komma’s zullen overblijven.
 

Onevenwichtig en niet eerlijk

De aangekondigde besparingen zijn deze keer wel heel onevenwichtig. Je kan toch verwachten van een regering dat ze zorgt voor een min of meer gelijke verdeling tussen besparingen, nieuwe inkomsten en eventuele andere maatregelen? Je kan toch verwachten van een regering dat ze de inspanningen verdeelt? Je kan toch verwachten dat de sterke schouders ook een steentje bijdragen?
Dat is duidelijk niet het geval. 
Driekwart van de maatregelen worden gedragen door de werknemers. De grote vermogens en ondernemingen (die nochtans sterke schouders hebben) worden daarentegen ontzien. Dat is een ongelijkheid die op geen enkele manier kan worden gerechtvaardigd. 

Indexsprong 

Door de index worden lonen en sociale uitkeringen automatisch aangepast aan de levensduurte. Als prijzen met 2 procent stijgen, worden de wedden en sociale uitkeringen ook met 2 procent verhoogd. 
In het voorjaar van 2015 komt er normaal gezien zo’n indexverhoging aan. Dat is een hele tijd geleden want de prijzen stijgen minder snel dan vroeger. 
De regering heeft echter beslist om de komende indexverhoging niet toe te passen. Uiteraard betekent dit een stevig verlies voor de werknemers. Wie bijvoorbeeld maandelijks 3000 euro verdient, verliest volgend jaar 60 euro per maand, of 720 euro in totaal.
Maar als we dit doortrekken naar een volledige loopbaan zien we pas echt hoeveel werknemers moeten inleveren. Wie vandaag 35 jaar oud is en nog zeker 30 jaar moet werken zal in totaal ruim 21.000 euro verliezen. 
Volgens de regering zal deze maatregel meer jobs in de privésector creëren. Maar dat klopt niet. Iedereen weet immers dat deze opbrengsten beschouwd worden als winst, en dus naar de aandeelhouders van de bedrijven gaan. 
Zo’n indexsprong treft enkel de werknemers. Wie inkomsten haalt uit verhuur of beleggingen voelt dit helemaal niet. Dat is onrechtvaardig. 
Een indexsprong is op geen enkele manier een goed idee. Minder inkomen voor werknemers leidt tot minder consumptie en dus minder afzetmogelijkheden voor bedrijven. Op een moment dat onze economie net ieder steuntje in de rug nodig heeft, is dat uiteraard nefast. Een indexsprong is contraproductief. Onze economie moet gesteund worden, niet afgeremd.
 

Langer werken voor minder pensioen

De regering kondigt een hele reeks aanpassingen aan in verband met de pensioenen. Ambtenaren moeten langer werken en ontvangen daarna een lager pensioen. Het niet meer meetellen van vereiste studieperiodes, de regelingen voor zware beroepen en het verlagen van de wedde waarop het pensioen berekend wordt, kunnen een overheidspensioen gemakkelijk met een kwart verlagen en ervoor zorgen dat ambtenaren tot vijf jaar langer moeten werken. Nochtans werd iedereen door de pensioenhervorming van 2011 al verplicht om minstens twee jaar langer te werken. 
Vandaag krijgen we te horen dat we minstens tot 63 jaar zullen moeten werken. De meeste werknemers zelfs tot 65 jaar. En over 15 jaar moeten we tot ons 67e werken om nog een volledig pensioen te krijgen. 
We moeten dus niet alleen langer werken, we moeten langer werken voor minder pensioen. Dat is de boodschap die we vandaag te horen krijgen. Maar de maatregelen om langer werken haalbaar te maken, worden door dezelfde regering onmogelijk gemaakt. Tijdskrediet om voor de kinderen te zorgen, landingsbanen om op latere leeftijd zwaar werk wat draaglijker te maken,… moeten de werknemers met hun pensioen betalen.
Meer mensen moeten aan het werk. Akkoord. Maar waar gaat de regering jobs vandaan toveren? Alvast niet in de openbare sector, want daar worden ze stelselmatig afgebouwd. Geen jobs dus, enkel een aantal asociale maatregelen zoals langdurig zieken verplichten tot een herinschakelingstraject of werklozen (beschikbaar tot 65 jaar) gemeenschapsdienst opleggen. 

Besparingen en minder personeel 

Het is al een hele tijd duidelijk. De openbare sector moet zwaar besparen. Tegelijkertijd verwacht men een betere dienstverlening, maar hoe kan dat als je over steeds minder middelen beschikt?
De regering wil de werkingsmiddelen van de federale overheid in 2015 verminderen met 20 procent en daarna ieder jaar met nog eens 2 procent. Dat is niet besparen, dat is de werking amputeren. Want wat gaat men dan doen? De gebouwen sluiten? De verwarming afzetten? En zelfs daarmee kan nooit zoveel worden bespaard. De regering belooft de bevolking een betere service maar daar zullen gewoon geen middelen voor zijn. 

De federale overheid wil in 2015 de personeelsaantallen verminderen met 4 procent. Daarna volgt ieder jaar nog eens een vermindering met 2 procent. In totaal 10 procent minder personeel. 
Ga eens rond op je dienst en schrap 10 procent van je collega’s, zie je het nog zitten?  
In continudiensten moet nochtans zeker vervanging worden voorzien. Dat betekent dat andere diensten dat moeten compenseren door wellicht niemand te vervangen. 
Wat met de werkdruk? Langer werken wordt dus ook harder werken. 

Bij de Vlaamse overheid worden de werkingsmiddelen met 10 procent verminderd. “Het kerntakendebat moet worden gevoerd”, heet dat dan officieel. Maar eigenlijk is dit gewoon een operatie om diensten af te stoten. 
De Vlaamse regering heeft ook beslist om slechts 1 op 5 vertrekkende personeelsleden te vervangen. 
Lineaire besparingen zijn nochtans domme besparingen. Stelde Vlaanderen zich niet tot doel om het beter te doen? Waar is dat warme Vlaanderen dat men ons voor de verkiezingen had beloofd? 

Lokale besturen staan al een hele tijd onder besparingsdruk. De saneringsplannen zijn uitgewerkt maar daar komt nu nog een schep bovenop.
De provincies worden uitgekleed maar over de gevolgen voor het personeel is er onduidelijkheid. Moet de overheid net geen zorgzame werkgever zijn? 
OCMW’s worden ‘geïntegreerd’ in de gemeentelijke diensten. Hoeveel ruimte rest er dan nog voor een sociaal beleid? 
Vijf procent van de gesco subsidies worden afgenomen met directe gevolgen voor de tewerkstelling. En ga zo maar door.

Burger betaalt meer

Ondertussen hebben we het allemaal wel begrepen. Openbare dienstverlening wordt afgebouwd, diensten worden afgestoten, maar als burger betaal je meer. 
Openbaar vervoer wordt duurder. Hogere accijnzen op diesel. Meer kosten voor kinderopvang. Vijftig procent meer inschrijvingsgeld voor hogere studies. Water en elektriciteit worden duurder. Het remgeld voor specialisten gaat omhoog. En het kindergeld wordt niet meer geïndexeerd. 
Wie veel heeft, kan die 300 euro hier, 100 euro daar, en nog eens 150 euro voor iets anders, wel aan. Maar Jan Modaal niet. Dit soort besparingen wegen veel meer door in een klassiek gezinsbudget dan voor wie er warmpjes bijzit. Ronduit oneerlijk.

Halt aan de sociale afbraak!

Deze regering is een afbraakregering. Werknemers, economie en samenleving krijgen geen zuurstof om vooruit te gaan. Bedrijven en vermogenden worden gespaard. De impact is nog nooit zo vergaand geweest. 

Daarom: voer mee actie! Betoog mee op 6 november in Brussel!