Pensioen met punten leidt tot pensioenonzekerheid

Het Nationaal Pensioencomité heeft een verdeeld advies uitgebracht over het pensioen met punten. De werkgevers willen het puntensysteem gebruiken om grote besparingen door te voeren, maar volgens ons leidt het systeem enkel tot meer pensioenonzekerheid. Dat terwijl een verbetering van het werknemerspensioen nodig is. 

Minister Bacquelaine stelt het pensioen met punten simpel voor. Iemand die een jaar werkt, krijgt daarvoor een bepaald aantal punten. Je pensioenbedrag hangt af van de punten die je op het einde van je loopbaan hebt verzameld.

In de realiteit heeft het puntensysteem veel meer gevolgen, zeker voor de openbare sector:

Het pensioen zou niet meer berekend worden op basis van je eindeloopbaanloon, maar van een gemiddeld loon van je volledige loopbaan.

Een aantal externe factoren, zoals demografie, de toestand van de overheidsfinanciën, de pensioenkosten en de levensverwachting, spelen mee in de bepaling van het pensioenbedrag. Het pensioenbedrag wordt zo afhankelijk van factoren die een individu niet kan beïnvloeden.  

Het pensioenbedrag hangt ook af van een bonus-malusregeling: wie langer werkt krijgt een hoger pensioen, wie vroeger stopt, krijgt minder. Laaggeschoolden gaan vaker vroeger met pensioen omwille van gezondheidsredenen én hebben een lager pensioen. Hooggeschoolden werken vaker langer en genieten al van een hoger pensioen. De sterken worden beloond en de zwakkeren worden gestraft. Deze regeling vergroot zo de sociale ongelijkheid.  

Ten slotte verandert de volledige berekeningsbasis voor de pensioenbedragen binnen de openbare sector.  

Het puntensysteem vormt dus geen goede basis voor een hervorming van de pensioenen.