Wanneer wordt er nu onderhandeld over de zware beroepen?



Al in oktober vorig jaar bereikte de bijzondere commissie voor de openbare sector van het Nationaal Pensioencomité (NPC) een consensus over een aantal oriëntaties rond het dossier zware beroepen. Dat was toen een doorbraak. Vervolgens stelde de minister van pensioenen een wetsontwerp op. Dat raakte eind december niet op de ministerraad. Tot op vandaag blijft het dossier - ondanks de vele speculaties in de media dat “er nu wel iets mee gaat gebeuren” - onaangeroerd. Waarom toch?
 

N-VA

De minister van pensioenen behoort tot de MR. We kunnen ons niet voorstellen dat de liberale familie binnen de regering over dit dossier geen afspraken heeft gemaakt. En ook CD&V heeft er geen belang bij om het dossier te blokkeren. Wat dan met N-VA?

In oktober gaven N-VA-vertegenwoordigers al aan dat ze de voorstellen van minister Bacquelaine te vergaand vonden. Niet dat daar veel duiding bij is gegeven. Maar ook tijdens andere momenten van sociaal overleg moesten we al te vaak ervaren dat de N-VA-kabinetsmedewerkers stellig “neen” zeggen zonder enige uitleg of argumenten. Alsof ze de inhoudelijke discussies liefst uit de weg gaan. 

De discussie over het zogenaamde vierde criterium (telt emotionele of mentale belasting als een volwaardig criterium?) is er zo eentje. Want ondanks wetenschappelijk bewijs dat werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg, en in de onderwijssector verhoudingsgewijs meer emotioneel belastend werk hebben (respectievelijk 35,4% en 30,1% versus het Vlaamse referentiecijfer van 20%), wordt dat door politici maar al te graag in vraag gesteld.

Maar vergis je niet: Het politiek getouwtrek rond het dossier zware beroepen gaat ongetwijfeld veel dieper dan die ene kwestie.

Hoewel N-VA ons hardnekkig wil doen geloven dat ze de beschermer is van onze sociale zekerheid, kan je de blokkering van verdere besprekingen over zware beroepen in de overheidssector het best begrijpen vanuit de wetenschap dat N-VA in sociale thema's in de eerste plaats optreedt als de politieke arm van werkgeversorganisaties. En die willen een eventuele vooruitgang van het dossier zware beroepen in de openbare sector maar al te graag in de kiem smoren.

Consensus nodig

De aangekondigde algemene staking van de socialistische overheidsvakbond op 27 februari over de zware beroepen hebben we onnodig en voorbarig genoemd. Dat is met goede redenen.  

Want de voorstellen liggen nog niet op tafel. Wie moet dan waartegen staken? En het is een illusie dat iedereen die in een openbare dienst werkt morgen erkenning krijgt als beoefenaar van een zwaar beroep. Als vakbond moeten we onze boodschap correct brengen en geen, tegen beter weten in, valse hoop voeden.

Daarnaast kunnen we het dossier van de zware beroepen enkel oplossen als er een zekere consensus is. Het vergt een goede onderhandelde oplossing die beantwoordt aan de gerechtvaardigde verwachtingen van de mensen. Zonder voldoende draagvlak zal de kwestie hoe dan ook geblokkeerd worden.


De tijd dringt

Als dát gebeurt zijn in de eerste plaats de betrokken werknemers de dupe. Want de strengere voorwaarden voor vervroegd pensioen zijn al in wetten gegoten en gelden vanaf 1 januari 2019. Terwijl de in het regeerakkoord aangekondigde bijsturing voor mensen in belastende werkomstandigheden nog steeds niet duidelijk is.

De regering kan maar beter haar belofte nakomen want anders zal dat haar tot de verkiezingen blijven achtervolgen.
 
De budgettaire enveloppe ligt al langer vast. En de vakbonden kregen de garantie dat het geen besparingsoperatie wordt. Waarom dan de start van de formele onderhandelingen blijven blokkeren? Want inhoudelijk zijn er nog meerdere punten uit te klaren. 

Dus, mijnheer de eerste minister, laat de syndicale onderhandelingen over zware beroepen eindelijk eens echt van start gaan. Nu al wordt het immers erg krap om de inwerkingtreding op 1 januari 2019 te halen. De procedure vergt nog behoorlijk wat tijd en de nodige wetten en besluiten moeten tegen de zomer in het Staatsblad staan.
 
In het andere geval: gelieve kleur te bekennen en toe te geven dat de regering haar beloftes niet kan of wil waarmaken. De mensen hebben recht op duidelijkheid. 
 
Luc Hamelinck