Halftijds pensioen, half werk



Met het halftijds pensioen wil de regering een nieuwe mogelijkheid voorzien om minder te werken op het einde van de loopbaan. De regeling staat nochtans niet op punt en het evenwicht met de bestaande eindeloopbaanstelsels moet bewaard blijven.

Waarover gaat het?

De Ministerraad heeft vandaag groen licht gegeven voor de invoering van een halftijds pensioen. Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat wie pensioengerechtigd is, halftijds z’n pensioen kan opnemen en halftijds kan blijven werken. Zo’n halftijds pensioen is volledig nieuw. Tot nu toe bestaat zo’n regeling niet.

Het halftijds pensioen houdt in dat je:
  • enerzijds halftijds het pensioen op neemt 
  • anderzijds halftijds blijft werken. Voor die periode krijg je een half loon en de periode telt mee voor de opbouw van latere pensioenrechten (2 halftijdse jaren tellen mee voor een bijkomend jaar pensioenrechten). Het halftijdse werk dat je vervolgens nog doet, levert een bijkomend pensioen op dat nadien bij het normale pensioen wordt geteld.
De keuze om het pensioen op te nemen wordt dus minder radicaal. Dat geeft mensen de gelegenheid om het einde van hun loopbaan meer af te stemmen op hun eigen noden en verwachtingen. De regering wil met de regeling “werkenden de mogelijkheid geven hun loopbaan geleidelijk te beëindigen zonder financieel gestraft te worden”.

Om gebruik te kunnen maken van het deeltijds pensioen moet je voldoen aan de voorwaarden om van het vervroegd pensioen te kunnen genieten (leeftijd en anciënniteit) en het jaar voordien minstens 80% aan de slag zijn.

Kentering?

Gebruik maken van het halftijds pensioen is een vrije keuze. Ze komt bovenop de huidige – ook door deze regering sterk afgebouwde – mogelijkheden om aan de vooravond van het pensioen minder te gaan werken, uiteraard met de bedoeling mensen langer aan de slag te houden.
Nieuwe keuzemogelijkheden … daar kan je niet tegen zijn.

Toch is het enigszins vreemd dat de regering nu terug de kaart trekt van landingsbanen. De afgelopen jaren zijn de mogelijkheden om op het einde van de loopbaan minder te werken afgebouwd. In de loopbaanonderbreking en de halftijdse uittreding werd het mes gezet. De gelijkstellingen voor het werknemerspensioen van landingsbanen werden beperkt. Tegelijk zijn de mogelijkheden om na het pensioen aan de slag te blijven versoepeld. Zo kan je vanaf 65 jaar of na een loopbaan van 45 jaar onbeperkt bijverdienen. Is dit een kentering in het beleid?

Evenwicht

Op zich zouden we toch voorstander moeten zijn van een nieuwe mogelijkheid om de eindeloopbaan vorm te geven: de regeling lijkt best voordelig voor het personeel.

Toch zit er op termijn een dikke adder onder het gras. Als deze mogelijkheid nu wordt ingevoerd, zal een komende regering dan niet gemakkelijker de bestaande eindeloopbaanregelingen (met premie en gelijkstelling voor het pensioen) afbouwen? Net die stelsels zijn noodzakelijk voor wie het moeilijk heeft op het einde van de loopbaan, voor wie de vervroegde pensioenleeftijd niet dreigt te halen en dus niet in aanmerking komt voor halftijds pensioen. Riskeren we niet dat de bestaande regelingen nog minder aantrekkelijk worden gemaakt of simpelweg worden geschrapt?

Voor die personeelsgroep moeten we verder durven kijken. Voor een halftijds pensioen dat afbraak doet aan de bestaande eindeloopbaanregelingen passen we. Het evenwicht tussen halftijds pensioen en de bestaande eindeloopbaanstelsels moet bewaard blijven. Zo niet dreigen de bestaande stelsels weg te vallen en dreigt ook het halftijds pensioen minder aantrekkelijk gemaakt te worden. Uiteindelijk zullen we dan gewoon zelf onze eindeloopbaan financieren, ten koste van ons pensioen. Dan blijven we gewoon met ‘een half’ pensioen achter.

In de privésector is een regeling als het deeltijds brugpensioen dat vroeger heeft bestaan, niet van de grond gekomen. Waarom zou deze regeling dan wel lukken? 

Een wetsontwerp is nog geen echte wet

Het is niet omdat de ministerraad groen licht geeft aan een wetsontwerp dat de wetgeving meteen verandert. Het ontwerp gaat nu naar het syndicaal overleg. Nadien gaat het voor advies naar de Raad van State en vervolgens is er de bespreking in het parlement. Het doel is dat de regeling van toepassing wordt vanaf half 2019.

Naast principiële discussies zal er toch verschillende zaken technisch moeten worden uitgeklaard: Gaat het om een recht? Worden de statuten van de verschillende overheden aangepast (die voorzien in de regel dat wie het pensioen opneemt ambtshalve wordt ontslagen)? Wat gebeurt er bij ziekte? Wat bij cumulatie met nog een andere activiteit? Hoe zit het met de fiscaliteit? Komt er ook een regeling voor werknemers? Al die en andere vragen blijven voorlopig onbeantwoord. Tot nu toe is het halftijds pensioen half werk.