Basis voor onderhandelingen zware beroepen gelegd



Het secretariaat van het Nationaal Pensioencomité (NPC) heeft vandaag een aantal oriëntaties voorgesteld die de basis zullen vormen voor verdere onderhandelingen over zware beroepen in de openbare sector. Het ganse dossier is zeker nog niet afgerond, maar er liggen een aantal opties op tafel over het effect dat een erkenning als zwaar beroep zal hebben op het pensioen.

Vorig jaar was in het NPC afgesproken dat vier criteria zouden worden gebruikt om de zware beroepen te omschrijven (fysiek zwaar werk, belastende werkorganisatie, belasting door verhoogde veiligheidsrisico's, mentale of emotionele belasting). Door het mislukken van het overleg voor de privésector was daarover onzekerheid ontstaan. De vertegenwoordiger van de minister van Pensioenen heeft tijdens de besprekingen bevestigd dat voor de openbare sector de vier criteria effectief zullen worden gebruikt om te bepalen welke situaties een erkenning als zwaar beroep zullen krijgen. 
Hoe meer criteria van toepassing zijn op een beroepsgroep, hoe meer dat zal doorwegen voor de berekening van de loopbaanjaren die nodig zijn om aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen te voldoen. Die jaren krijgen dus een groter ‘gewicht’. Ook het aantal jaren dat men in een zwaar beroep gepresteerd heeft, is van belang.


Duidelijke basis voor onderhandelingen

De overheidsvakbonden sturen er vooral op aan dat mensen op die manier de mogelijkheid hebben om vroeger op pensioen te gaan als zij dat wensen. Als je een voldoende aantal in aanmerking komende jaren een zwaar beroep hebt uitgeoefend en de criteria wegen zwaar genoeg door, zou het mogelijk worden om ten vroegste vanaf 60 jaar vervroegd op pensioen te gaan (vanaf 2019 is de normale leeftijd voor het vervroegd pensioen 63 jaar voor zover men 42 in aanmerking komende jaren telt). Wie toch langer blijft werken, krijgt een hoger pensioen.

De regeling zware beroepen komt in de overheidssector in de plaats van de speciale pensioenbreuken die voor sommige personeelsgroepen vandaag zorgt voor een voordeliger pensioenberekening. Voor wie genoot van zo'n speciale pensioenbreuk maar niet wordt erkend als zwaar beroep, komen er overgangsmaatregelen en garanties voor de pensioenberekening.

De komende maanden moeten er nog verschillende punten worden uitgeklaard:
  • Eerst en vooral moet de lijst worden opgesteld van de concrete situaties die worden erkend als zwaar beroep.
  • De overheidsvakbonden willen de zekerheid dat de voorziene budgettaire enveloppe volledig wordt gebruikt. Dat is namelijk een engagement dat de minister van Pensioenen al in april 2016 is aangegaan.
  • Er moeten overgangsmaatregelen komen voor vroegere prestaties in zware werkomstandigheden voor mensen die tot nu toe geen speciale pensioenbreuk hadden. 
  • De overheidsvakbonden willen garanties over het behoud van de bestaande regelingen van vervroegde uitstap die gebaseerd zijn op vroegere sectorakkoorden.
  • De vakbonden willen ook zekerheid over een gelijke behandeling voor contractuele personeelsleden (die juridisch gesproken onder het werknemersstelsel vallen).
Op die punten willen de overheidsvakbonden nog vooruitgang boeken. Maar we beschouwen de voorstellen van het secretariaat van het NPC als een duidelijke opening en een basis om de onderhandelingen verder te zetten.

De vakbonden verwachten nu van de minister van Pensioenen dat hij concrete wetteksten ter onderhandeling uitwerkt. De besprekingen daarover zullen de komende maanden worden gevoerd in het comité A. Dat is het overlegorgaan voor het sociaal overleg voor de hele openbare sector. Het is de bedoeling om de concrete wetteksten tegen begin 2018 te onderhandelen vooraleer de teksten aan het parlement worden voorgelegd.