Oplossing zware beroepen nodig vóór jaareinde



In het nationaal pensioencomité (NPC) is de bijzondere commissie voor de openbare sector vandaag opnieuw gestart met het overleg over de zware beroepen. Voor de privésector bleek de afgelopen weken al dat de standpunten van de werkgevers erg verschillen van die van de vakbonden. ACV Openbare Diensten wil dat er tegen het einde van het jaar resultaat is. 

Voor ACV Openbare Diensten is het dossier van de zware beroepen een prioritaire kwestie die op een constructieve en doordachte manier geregeld moet worden. De regering heeft de pensioenvoorwaarden verstrengd, maar heeft ook beloofd om een uitzondering te maken voor mensen die in moeilijke omstandigheden werken. Die beloftes moeten wat ons betreft voor het einde van het jaar concreet worden gemaakt.

Het budget dat tot nu toe naar de voordelige pensioenbreuken of tantièmes, die op 1 januari 2019 worden afgeschaft, gegaan is, zal na de afschaffing volledig naar de zware beroepen gaan. Dat heeft de regering vandaag bevestigd.
 Het afschaffen van de voordelige pensioenbreuken is dus geen besparingsmaatregel. Het zogenaamde "zomerakkoord" over de begroting 2018 stelt dat niet op de helling.

Op dit ogenblik zijn er nog geen concrete voorstellen van de regering over de erkenning van bepaalde personeelsgroepen als zwaar beroep. We hebben onze standpunten verder uitgewisseld. Eind oktober is er een nieuwe bijeenkomst van de bijzondere commissie. 

Wat zijn onze standpunten?

Er bestaat tot nu toe een consensus dat de zware beroepen in de openbare sector bepaald zullen worden op basis van vier criteria:  
  • Zware fysieke belasting
  • Zware belasting als gevolg van de organisatie van het werk (nachtwerk bijvoorbeeld)
  • Zware belasting omwille van veiligheidsrisico’s 
  • Zware belasting omwille van emotionele of psychologische belasting
Voor ons is het het belangrijkste dat de erkenning als zwaar beroep mensen het recht geeft om vroeger op pensioen te gaan dan ze zouden moeten doen door de verstrengde voorwaarden op vlak van leeftijd en loopbaan. Als in een situatie meerdere criteria een rol spelen, is het voor ons logisch dat dat zwaarder doorweegt. (Dat is vandaag ook het geval met de verschillen in de voordelige pensioenbreuken).

We willen tot een oplossing komen zowel voor statutairen als voor contractuelen. Zij moeten op dit punt op een gelijke manier worden behandeld.

Tegelijk willen we ervoor zorgen dat de bestaande afspraken over vervroegde uittreding die voorzien zijn in sommige personeelsstatuten niet in het gedrang komen, ook al streven we geen dubbel voordeel na. De overgangsmaatregelen zullen zeker moeten worden uitgeklaard. Erg belangrijk is daarbij: 
  • Wie z'n preferentiële tantième afgeschaft ziet, moet de garantie hebben dat de opgebouwde pensioenrechten behouden blijven
  • Wie vroeger geen preferentiële tantième had en een erkenning krijgt als zwaar beroep moet erop kunnen rekenen dat hij/zij geen 40 jaar moet wachten vooraleer het effect van de nieuwe regeling te ondervinden. Er moet een oplossing komen zodat prestaties uit het verleden mee in rekening komen.