Akkoord over aanvullend pensioen voor contractuelen overheid



Er is een doorbraak over de pensioenregeling van het contractueel overheidspersoneel. Tot nu toe krijgen zij enkel een laag wettelijk werknemerspensioen. De vakbonden proberen het pensioen van het contractueel overheidspersoneel daarom aan te dikken met een aanvullend pensioen. 

Het ACV ijvert al meer dan een decennium voor een aanvullende pensioenopbouw voor contractueel overheidspersoneel. In 2006 werd al eens een principeakkoord bereikt, maar door de vroegtijdige val van de regering kon het niet worden doorgevoerd. Ook latere pogingen strandden door politiek getouwtrek. 

Toch is er nu eindelijk een doorbraak. ACV heeft ervoor kunnen zorgen dat de WAP-wet, de wet die de aanvullende pensioenen regelt, wordt aangepast. Dat maakt de veralgemeende invoering van een aanvullend pensioen voor contractueel overheidspersoneel mogelijk. Er komt dus voor verschillende sectoren in de openbare sector een aanvullend pensioen. Dat vormt een belangrijke stap naar betere arbeidsvoorwaarden. 

In de lokale besturen (gemeenten, OCMW’s …) kregen contractuelen al uitzicht op een aanvullend pensioen. Sinds 1 januari 2010 wordt daar voor elk contractueel personeelslid gemiddeld 1,75% van het loon gespaard in een aanvullend pensioenstelsel. Globaal bleef dat echter een bescheiden regeling. 


Garanties ingebouwd

Tijdens de onderhandelingen zijn we erin geslaagd meerdere garanties in te bouwen:
  • Het aanvullend pensioen wordt gefinancierd door de werkgever, de werknemer moet geen persoonlijke bijdragen storten.
  • Alle contractuelen zullen van de regeling genieten.
  • Er wordt geen wachttijd of minimum anciënniteit voorzien waaraan het personeelslid moet voldoen om het aanvullend pensioen te bekomen.
  • Er komen geen pensioenplannen van bepaalde duur. 


Al concreet voor contractuelen federale overheid 

Voor contractuelen bij de federale overheid is het aanvullend pensioen nu al concreet. De nodige pensioenreglementen worden nu uitgewerkt en de federale regering garandeert nog dit jaar een aanvullend pensioen van 3%. De regering trekt daarvoor een budget van 32 miljoen euro uit. Dat bedrag laat toe om zelfs meer te doen dan die 3%. Wat overblijft kan gebruikt worden om een achterstand uit het verleden goed te maken. We willen de komende jaren ook evolueren van 3% naar 6 %. Ook voor de federaal gefinancierde zorgsector ligt er al geld op tafel. 

We verwachten de komende weken en maanden dat het budget van iedere sector op tafel komt te liggen. De Vlaamse regering wilde bij de besprekingen in comité A nog geen duidelijkheid bieden, maar er is een dynamiek ingezet die men niet meer kan stoppen. Het is niet aanvaardbaar meer om in de openbare sector onder het minimum van 3 % te blijven. 


Gemengd pensioen 

Contractuelen in de overheidssector – met uitzondering van tijdelijke personeelsleden in het onderwijs - die benoemd worden na 1 december 2017, zullen hun contractuele jaren niet langer in aanmerking kunnen laten nemen bij de berekening van hun overheidspensioen. Hun loopbaan wordt gesplitst in een contractuele en een statutaire periode. Dat is het zogenaamde gemengd pensioen. De opbouw van het overheidspensioen start voortaan dus pas vanaf de benoeming. Contractuele diensten van voor de benoeming leveren dan altijd een werknemerspensioen op.