Hoe staat het met de zware beroepen?

Waar staan we nu met die kwestie?
Om uit te klaren welke beroepen zullen worden erkend als zwaar beroep, gaat men te werk in drie fases. Eerst moeten de criteria worden vastgelegd om te kunnen vaststellen welke beroepen of functies nu een zwaar beroep uitmaken. Die stap is  gezet.
In een tweede fase zal de regering beslissen over de budgettaire enveloppe die wordt vrij gemaakt om de erkenning als zwaar beroep te financieren. De federale regering zal dit beslissen bij de opmaak van haar begroting voor 2017. De komende weken moet daar duidelijkheid over komen. Uiterlijk 12 oktober moet de regering die begroting voorstellen in het Parlement.
Nadien volgt de derde fase. Dat is de concrete uitwerking en toepassing van de regeling.
Eenmaal die opties zijn genomen, kan een en ander in wetgeving worden gegoten.

Een jaar discussie en we zijn nog maar aan fase 1?
We hadden graag gezien dat het sneller zou verlopen. En als vakbond hebben we daar alles aan gedaan. Desondanks mogen we wel zeggen dat we tot nog toe goed werk hebben geleverd.
De discussie in het NPC verliep moeilijk. De regering wou dat de criteria om een beroep te erkennen als zwaar beroep, gelijk zijn voor de privésector, voor de openbare sector en voor de zelfstandigen. Er kwam dus een discussie aan te pas tussen regering, werkgeversorganisaties voor de privésector (VBO), zelfstandigen (Unizo) en vakbonden van zowel de private als de openbare sector. Die discussie is eerst gevoerd voor de privésector en voor de openbare sector apart. En nadien werd alles samengebracht. 
Om de problematiek uit te klaren werd eerst nagegaan wat de bevindingen zijn uit wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast zijn een hele reeks hoorzittingen georganiseerd. Verschillende beroepsgroepen, maar ook werkgevers en wetenschappers hebben hun standpunt kunnen uiteen zetten.
In de groep van de privésector was er eigenlijk maandenlang een blokkering. Werkgevers vonden dat er alleen sprake kan zijn van een individuele erkenning als zwaar beroep. Mensen die langer werken niet meer aan kunnen, zouden in die gedachtegang voor een commissie moeten verschijnen. Die commissie zou dan beoordelen of die persoon inderdaad te maken heeft met zware arbeidsomstandigheden die een vervroegd pensioen mogelijk maken. Tegelijk zou die moeten bekijken of de persoon een andere taak aankan. En als er echt geen andere mogelijkheden zijn, dan zou de commissie kunnen voorzien in een erkenning als zwaar beroep.
Van syndicale kant werd altijd een collectieve aanpak verdedigd. Een regeling waarbij Jan wel een erkenning krijgt als zwaar beroep (en dus vervroegd op pensioen kan) en Miet niet, ook al hebben beiden eenzelfde functie en loopbaan, kan je niet ernstig nemen.
In de groep van de openbare sector hebben de overheidsvakbonden een voorstel neergelegd om te werken op basis van criteria vanuit 4 invalshoeken: fysisch zwaar werk, zware werkomstandigheden door de organisatie van het werk, zwaar werk door veiligheidsrisico's en zwaar werk door de emotionele of psychologische belasting.
Na een aantal discussierondes zijn we in juni tot een consensus gekomen met de regering. De regering bleek bereid verder te werken op basis van die 4 grote groepen. Dit is niet zonder slag of stoot gegaan. Zo  vond de Vlaamse regering aanvankelijk dat er geen regeling voor zware beroepen moest komen en dat men alles moest inzetten op aanpassingen om het werk werkbaar te maken. Dat er meer aandacht moet zijn om langer werken werkbaar te maken is zonneklaar. Maar we hebben ons stelselmatig afgezet tegen die visie uit de Vlaamse regering. Want ze komt neer op  afwijzing van correcties voor personeelsleden met een zwaar beroep.
Dit betekent niet dat de federale regering ons voorstel zomaar ‘klakkeloos’ heeft overgenomen. Verre van. De regering vindt bijvoorbeeld dat emotionele belasting vooral een verzwarende factor is bij veiligheidsrisico's. Een verdere inhoudelijke discussie bij de concrete toepassing zal dus zeker nodig zijn.
Bij het samenbrengen van de 2 discussietafels heeft de consensus binnen de groep van de openbare sector zwaar doorgewogen. Tot ergernis van VBO en Unizo. Die vinden dat de consensus in de openbare sector te ver gaat.
Dat er een verschil in benadering is voor de openbare sector is logisch. In de openbare sector bestaat er immers een regeling van voordelige pensioenbreuken. De regering heeft gesteld dat enkel diegenen die erkend worden als zwaar beroep in de toekomst nog van een voordelige pensioenbreuk zullen kunnen genieten. Geen erkenning als zwaar beroep houdt het verlies van die voordelige pensioenberekening in.
Erg belangrijk hierbij is dat we naar aanleiding van onze actie op 13 april. de belofte kregen van de minister van Pensioenen dat er voor de openbare sector geen besparing zou zijn. De minister heeft toen beloofd dat het om een 'actualisatie' zou gaan. Maar zoals altijd ... het blijft eerst zien en dan geloven.

Hoe willen we de verdere discussie aanpakken?
Eerst moet de regering duidelijkheid geven over de budgettaire marges. De vakbonden hebben erop aangedrongen dat er wel degelijk voldoende middelen worden voorzien om van een echte regeling ‘zware beroepen’ te kunnen spreken.
Maar hoe dan ook, zal er nog veel overtuigingswerk nodig zijn over de ganse kwestie.
Over de concrete situaties zal er uiteraard nog veel discussie zijn. Men moet zich goed realiseren dat het niet zo is, dat als iemand op een of ander manier te maken heeft met een van de 4 algemene criteria dit automatisch ook tot de erkenning als zwaar beroep leidt. De toepassing van de criteria zal duidelijk meetbaar en objectiveerbaar moeten zijn. Hoe dit zal gebeuren, dient nog uitgeklaard.
Van onze kant willen we hoe dan ook de erkenning als zwaar beroep verder zo veel mogelijk per volledige beroepsgroep geregeld krijgen.
Bij de concretisering gaat het niet alleen over wie een erkenning krijgt. Ook over de voorwaarden waaraan men moet voldoen dient gesproken: moet men bijvoorbeeld gedurende een zekere periode (bijvoorbeeld 20 jaar, of x jaren boven een bepaalde leeftijd) aan die voorwaarden voldoen? Tegelijk dient uitgeklaard welk de gevolgen zijn van de erkenning. En dan hebben we nog niets gezegd over de overgangsmaatregelen, zowel voor diegenen die voor het eerst een erkenning krijgen als voor diegenen die voorheen een voordelige pensioenbreuk hadden maar deze op zeker ogenblik verliezen.

Wat worden de gevolgen van een erkenning als zwaar beroep?
Eigenlijk zijn er 3 mogelijkheden: 
  • Men kan eerder op vervroegd pensioen
  • Men krijgt een hoger pensioen 
  • Of een combinatie van beide.
Wij willen werken op basis van de techniek van de voordelige pensioenbreuken. Die hebben zowel effect op het ogenblik dat men vervroegd pensioen kan genieten als op het pensioenbedrag. 
Maar zoals gezegd … die discussie moet nog worden gevoerd.