Regering verlaagt sommige ambtenarenpensioenen

Wat betekent dit concreet?

Wie werd benoemd vanaf 9 oktober 2014 zal voor voorafgaande prestaties bij de overheid geen overheidspensioen meer krijgen. 
Deze ambtenaren kunnen hierdoor honderden euro’s pensioen verliezen. 

Een paar voorbeelden:

1. Anne, Verpleegster, netto pensioen € 1760,76 vanaf 63 jaar in 2043
Gevolg door het systeem van het gemengd pensioen (20 jaar contractueel)  € -568,68

2. Saar, Juriste, netto pensioen € 2022,71 vanaf 64 jaar in 2044
Gevolg door het systeem van het gemengd pensioen (20 jaar contractueel)  € -759,19

Het gemengd pensioen geldt met terugwerkende kracht vanaf 9 oktober 2014.
De regering wil dus blijkbaar ook het pensioen verlagen van sommige ambtenaren die reeds met pensioen zijn. Dat is ongezien en gaat in tegen alle gedane beloftes. Het is ook in strijd met alle publieke aankondigingen van politici als zouden de pensioenen niet dalen! 
Over het beloofde aanvullende pensioen voor werknemers in de openbare sector heeft de regering nog niets beslist. Eerder had ze een aanvullend pensioen als een compensatie voor het gemengd pensioen naar voor geschoven.

Is het op die manier dat de regering het sociaal overleg ziet? 

Eens te meer is het voor ons GENOEG!
We manifesteren te Brussel tegen het regeringsbeleid op 31 mei


  

Meer toelichting 

Contractuele tewerkstelling bij de overheid is bedoeld als een flexibele tijdelijke tewerkstellingsvorm. Van wie naderhand benoemd wordt, worden die tijdelijke diensten beschouwd als normale overheidsdiensten. 

Wat wil de regering ?
 
De regering wil dat de contractuele diensten bij de overheid voorafgaand aan de benoeming geen overheidspensioen meer opleveren. De regeling zou gelden voor wie benoemd werd vanaf 9 oktober 2014, uitgezonderd voor het onderwijs. Als pasmunt zou de regering voorzien in een aanvullend pensioenstelsel voor het contractueel overheidspersoneel.

Impact

Van de pensioenen die werden toegekend in 2013, bestond een aanzienlijk deel van de prestaties uit tijdelijke diensten. In 2013 ging het gemiddeld om 10,58% van de loopbaan of 45,86 maanden. Opvallend is de ongelijke verdeling van de tijdelijke diensten. Tijdelijke diensten komen veel meer voor in de loopbanen van vrouwen. In de administratie laten vrouwen de helft meer tijdelijke diensten optekenen. Daarenboven komen tijdelijke diensten ook drie maal meer voor in de niveaus C en D.

Tijdelijke diensten zorgen voor gemiddeld 253,57 euro pensioen per maand. Er van uitgaande dat een werknemerspensioen een derde lager is, zorgt het niet meer meetellen van de tijdelijke diensten voor een verlies van 84,5 euro per maand voor het gemiddeld pensioen. Heel wat overheidspersoneel wordt soms pas na meerdere jaren benoemd. Voor hen bedraagt het verlies een veelvoud van het gemiddelde bedrag.

Een wijziging van de regeling zal neerkomen op het invoeren van een bijkomende discriminatie in het stelsel. Mocht er voor deze personeelsleden een aanvullend pensioen zijn opgebouwd, dan zou er enigszins aan dat probleem zijn tegemoet gekomen. Dat geldt uiteraard enkel voor de periodes waarvoor een aanvullende pensioenopbouw werd gerealiseerd. Voor het verleden is dit helemaal niet het geval!

Ook de retroactieve invoering vanaf 9 oktober 2014 is discriminerend. Sommige ambtenaren die na die datum werden benoemd zijn immers reeds met pensioen en hun pensioen kan men niet meer verminderen.

Ons standpunt

Wanneer tijdelijke diensten niet aanneembaar zijn in het overheidsstelsel komt dit voor een groot deel van het personeel neer op een duidelijke verarming. Zij ontvangen voor die periode voortaan een veel te laag werknemerspensioen. Voor federale ambtenaren zal dit in de toekomst deels gecompenseerd worden door een aanvullend pensioen, maar wie dit niet heeft, verliest alleen maar.
Door de maatregel zullen ambtenaren die op hetzelfde ogenblik beginnen werken en op pensioen gaan, een verschillend pensioen krijgen naargelang het tijdstip van hun benoeming.

Daarenboven verschilt het gebruik van tijdelijke diensten sterk van sector tot sector. Bij het operationeel korps van de politie wordt na de opleiding onmiddellijk benoemd, tegenover de lokale besturen waar voorafgaande tijdelijke diensten de regel zijn. In de lokale besturen wordt slechts één derde van het personeel benoemd. Bij sommige overheden wordt ook in golven benoemd. De bestaande regeling zorgt er voor dat het personeel hiervan niet de dupe wordt.

We hebben ons altijd al verzet tegen een gemend pensioen omdat dat de maatregel een zware financiële impact heeft voor de betrokken personeelsleden. Het argument dat men vroeger gebruikte, nl. dat er soms erg late benoemingen gebeuren, is hoe dan ook achterhaald. Besturen worden al meerdere jaren financieel geresponsabiliseerd, waardoor dit nauwelijks nog voorkomt.

Hoe dan ook moet er voor ons werk worden gemaakt van een aanvullend pensioen voor het contractueel overheidspersoneel. De regering kondigt nu aan dat dit in de loop van 2017 zou gebeuren. Dit moet wat ons betreft een behoorlijke regeling zijn. De door de federale overheid beloofde 3% volstaat hiervoor lang niet. De afschaffing van de in aanmerking neming zonder dat dit overal effectief op punt staat ware er helemaal over.

De regeringsmaatregel komt er eigenlijk op neer dat de federale overheid een pensioenkost afstoot en de lasten daarvoor bij andere overheden legt (die fors middelen moeten voorzien om een aanvullend pensioen op te bouwen), met het personeel als slachtoffer.