Stakingsrecht is een mensenrecht

ACV 150218 Stakingsrecht
In deze tijden staat het goed het stakingsrecht tegenover het recht op arbeid te plaatsen. Alsof het een het ander zou uitsluiten. En aangezien iedereen wel zijn boterham moet verdienen, verkiest men al snel het ene boven het andere …Maar dat is toch wat hard van stapel lopen. Eerst en vooral zou het recht om te werken niet alleen moeten gelden voor wie een baan heeft. De 650.000 mensen in ons land die om de een of andere reden geen baan hebben, wensen niet liever dan dat het recht op werken ook voor hen zou gelden. En degenen die een baan hebben die hen afgenomen dreigt te worden, zijn maar al te blij dat het recht om te staken bestaat om alsnog hun baan te kunnen behouden.

Artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bepaalt het volgende:
  • 1. Eenieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid. 
  • 2. Eenieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid. 
  • 3. Eenieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld. 
  • 4. Eenieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.
Het stakingsrecht is een drukkingsmiddel dat hoort bij de werking van de democratie en dat nodig is om dat artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens te waarborgen, en wel in die mate dat het stakingsrecht er een wezenlijk bestanddeel van geworden is.
Bestaat er een democratie zonder stakingsrecht? Bestaat er ergens een dictatuur die het stakingsrecht erkent? Neen dus.
Vandaag lijkt het de evidentie zelf dat er geen enkele hiërarchie mag bestaan tussen de diverse mensenrechten die met de tijd samen de democratie zijn gaan vormen: de politieke en de burgerrechten, de economische, sociale en culturele rechten en de collectieve rechten. Al die rechten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze vormen één geheel, zijn ondeelbaar, innig met elkaar vervlochten en onderling afhankelijk. Aan één van die rechten raken heeft onvermijdelijk gevolgen voor alle andere rechten.
Nochtans blijft men het stakingsrecht en de syndicale vrijheid als sociaal-economisch grondrecht aanvallen en in vraag stellen, zowel in arme als in rijke landen. En hoewel ze al altijd bestaan hebben, ook in België, hebben schendingen van dat recht een nieuwe dimensie bereikt, en dat in landen waarvan we dachten dat dit nooit meer zou gebeuren.
Sinds honderd jaar werkt de Internationale Arbeidsorganisatie IAO internationale arbeidsnormen uit. Een van de belangrijkste grondnormen van de IAO is de vakbondsvrijheid, die omschreven wordt als de vrijheid van werknemers om collectief over hun arbeidsvoorwaarden te onderhandelen. Die vrijheid houdt noodzakelijkerwijze de vrijheid in om collectief te beslissen niet te werken tegen voorwaarden of in omstandigheden die collectief onaanvaardbaar geacht worden, met andere woorden, de vrijheid om te staken. Dat de werkgeversgroep in de IAO weigert die realiteit te erkennen veroorzaakte een zware crisis in de schoot van die organisatie. Het gaat hier helemaal niet om een theoretische discussie. Het werkgeversstandpunt is erop gericht de rechten van werknemers overal ter wereld te verzwakken. Geen enkel werelddeel blijft ervan gespaard.
De schendingen van syndicale rechten blijven zorgwekkend. Volgens het laatste jaarrapport van het Internationaal Vakverbond (IVV) waren 1.951 vakbondsmilitanten in 2013 het slachtoffer van geweld en werden er 629 onwettig opgesloten omdat ze collectief actie gevoerd hadden. In tien landen werden vakbondsmensen vermoord. Alleen al in Colombia werden er 26 vakbondsmilitanten vermoord, meer dan twee per maand!
Vakbondsvrijheid en stakingsrecht zijn nochtans onaantastbaar. Arbeidsrechten zijn mensenrechten, rechten van de man en de vrouw, en als dusdanig kan er niet over gemarchandeerd worden en bovendien zijn ze evenwaardig. Voor de werknemers is het stakingsrecht als het universele stemrecht: het is het recht en de mogelijkheid om hun mening uit te spreken, hun rechten te verdedigen daar waar ze leven en werken, in hun bedrijf, rechtstreeks, zonder tussenschakels. Het stakingsrecht is inherent aan het syndicalisme. Zonder stakingsrecht bestaat er geen vrij, vooruitstrevend en onafhankelijk syndicalisme. De internationale erkenning van het stakingsrecht moet opnieuw bevestigd worden, de vakbondsvrijheid moet erkend en geëerbiedigd worden overal ter wereld.
Daarom nemen ABVV, ACV, ACLVB, IVV, EVV, de Liga voor de Mensenrechten en de Ligue des Droits de l’ Homme deel aan de internationale actiedag van 18 februari ter verdediging van de vakbondsvrijheid en het stakingsrecht als fundamenteel mensenrecht. Want als men het stakingsrecht aanvalt, valt men alle grondrechten aan.
Rudy DE LEEUW (ABVV), Marc LEEMANS (ACV), Jan VERCAMST (ACLVB), Sharan Burrow (IVV), Bernadette Segol (EVV), Paul Pataer (Liga voor Mensenrechten)

Meer info?