Huurfiscaliteit is geen antwoord op huurindexering

2015-05-18 Index huurprijzen-fiscaliteit
Met de indexsprong verliezen werknemers en gerechtigden op sociale uitkeringen en gepensioneerden 2% van hun koopkracht. Sommigen beginnen al snel te verliezen,  voor anderen gebeurt dit wat trager. Dat hangt af van hun indexeringsmechanisme. Maar globaal  zal iedereen binnen zo’n jaar 2% minder kunnen kopen. Met ook schade nadien als je zonder werk valt en de uitkering berekend wordt  op een loon dat minder waard is. En dat verlies geldt voor de rest van je loopbaan of de duurtijd van je pensioen.

Dat zal voor veel mensen dubbel zuur smaken. Zij zullen immers al snel met 2% minder koopkracht toch duurdere huur moeten betalen. Want ondertussen mogen huurprijzen wel ongestoord verder geïndexeerd worden. Huurprijzen moeten geen indexsprong van 2% ondergaan. Verhuurders worden dus door de regering niet aangesproken om een evenwaardige inspanning te leveren. 

Dat sterkt het ACV om samen met de andere vakbonden deze discriminatie aan te vechten voor het Grondwettelijk Hof.

Een andere fiscaliteit op onroerend goed, met in het bijzonder een correctere bijdrage van verhuurders, kan natuurlijk wel een onderdeel vormen van een rechtvaardige tax shift. Ze biedt echter geen oplossing voor duurdere huur die moet betaald worden vanuit een krapper gezinsbudget . De fiscale appel heeft dus niets te maken met de indexcitroen. 
De daadkracht van de regering om snel, via de indexsprong, in te grijpen in de inkomens van wie werkt, van wie gerechtigd is op een uitkering of op pensioen is,  is onmiskenbaar. Het ACV eist dezelfde daadkracht om andere inkomensgroepen, die het veel beter hebben, snel aan te spreken op hun solidaire en faire inspanning.

Meer info?